Christelijke onderwijskoepels bezorgd over toekomst artikel 23

Vrijheid van onderwijs
Moens. beeld RD, Henk Visscher
3

Wat gebeurt er in de toekomst met de vrijheid van onderwijs en met de bekostiging van het bijzonder onderwijs? Geen mens die het weet. De voormannen van drie onderwijskoepels uit de gereformeerde gezindte denken dat er niet alleen bedreigingen van buitenaf zijn, maar ook van binnenuit.

„Seculieren willen visie opleggen aan samenleving”

„De vrijheid van onderwijs en de volledige bekostiging van het bijzonder onderwijs gaven kansen om op veel plaatsen reformatorisch onderwijs te realiseren. De VGS blijft wensen dat álle onderwijs in Nederland Bijbelgetrouw mag zijn. Het ideaal van Groen van Prinsterer leeft nog steeds.

Maatschappelijke waarden en normen die on-Bijbels zijn en daarmee kloof tussen orthodoxe christenen en andere burgers vergroten, vormen een bedreiging voor de vrijheid van onderwijs. Uiteindelijk willen veel seculieren hun visie en levenswijze opleggen aan de rest van de samenleving.

Daarnaast is in eigen kring een relativering merkbaar van het belang van reformatorisch onderwijs. Ouders maken ook keuzes voor andere scholen en beseffen soms niet dat het draagvlak voor de eigen scholen op die manier wegvalt.

Het verwijt dat reformatorische scholen hun kinderen wereldvreemd opvoeden werp ik ver van me. Onderwijs richt zich op maatschappelijke verhoudingen, op respectvol omgaan met diversiteit enzovoort. Kinderen die zijn gevormd door Bijbels onderwijs zijn nuttig voor de hele samenleving. We zien dat oud-leerlingen op allerlei plekken in de samenleving terechtkomen en verantwoordelijkheid nemen.

Dat uiteindelijk de uitwassen van islamitische onderwijs zullen leiden tot beperking van het bijzonder onderwijs, geloof ik evenmin. Ik praat er liever niet over want ik heb voldoende werk aan het reformatorisch onderwijs. Als het onderwijs op islamitische scholen in lijn is met de democratische waarden van ons land is het islamitisch onderwijs als zodanig geen bedreiging.

Om de vrijheid beter te borgen moeten christenen zich wel meer presenteren in de samenleving. Ze behoren het zout en het licht van de aarde te zijn.

Overigens kan de overheid niet zomaar een eind maken aan de gelijke bekostiging. De overheid moet diversiteit en pluriformiteit koesteren. Het huidige onderwijssysteem heeft zich bewezen, is nog actueel en voorziet in een behoefte.”

P. W. Moens, raad van bestuur VGS

„Bedreigingen zijn er ook van binnenuit”

„Honderd jaar geleden was niet iedereen blij met de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Ds. G. H. Kersten zag de pacificatie als een nederlaag voor degenen die christelijk onderwijs voor heel het volk voorstonden. Tegelijkertijd heeft hij gebruikgemaakt van de mogelijkheid om scholen op te richten met subsidie van de overheid. Het moet als een weldaad worden beschouwd dat de eenheid gezin, school en kerk gestalte kan krijgen in onze samenleving door de subsidiëring van het bijzonder onderwijs.

Als we echter beseffen dat er in de Tweede Kamer gemorreld wordt aan de vrijheid van onderwijs, dan is het Gods goedheid dat die vrijheid er nog steeds is.

Bedreigingen zijn er ook van binnenuit. Als de Bijbelse beginselen niet innerlijk gedragen en door een waar geloof uitgedragen worden, is dat een bedreiging voor het onderwijs op gereformeerde grondslag. Daaruit vloeit onder meer voort een vertrouwen op mensen, een zich aanpassen aan de geest van de tijd en onvoldoende waakzaamheid.

De vrijheid van onderwijs is beslist geen bedreiging voor de samenhang in de samenleving. Prof. dr. P. Boekholt stelde in ooit in het Historisch Nieuwsblad terecht dat afschaffing ervan niets zal oplossen. Onze geschiedenis leert het ons. Integratieproblemen van minderheden hebben andere oorzaken en zijn niet op te lossen door de school.

De Heere geeft ons nog gelegenheid om onderwijs te geven op grond van Zijn Woord. Dat wordt met alle gebrek uitgevoerd door zondige mensen. Rechtvaardig zou Hij ons dat onderwijs kunnen ontnemen. Ondanks onze schuld blijft Hij de Getrouwe en behaagt het Hem om ook kinderen te trekken uit de macht der duisternis. Dat zal doorgaan tot de laatste uitverkorene is toegebracht. Onze bede mag wel zijn met Psalm 12:1: „Behoud, O Heer’, wil ons te hulpe komen.””

R. A. van der Garde, raad van bestuur Ds. G. H. Kerstencentrum

„Diversiteit én samenhang zichtbaar maken”

„In het voorjaar bezocht ik een conferentie in Boedapest waar vertegenwoordigers van christelijke scholen uit allerlei landen in Europa elkaar ontmoetten. Wat opviel in de gesprekken in de wandelgangen en onder het eten, was het unieke karakter van het Nederlandse onderwijsbestel: een grondwettelijke vrijheid van onderwijs die vertaald is in volledige gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs.

In de gereformeerde traditie waarin ik sta, heeft dit bestel aan de wieg gestaan van een beweging van ouders die onderwijs wilden opzetten en inrichten in lijn met hun levensovertuiging. Zij begrepen dat het hart van het onderwijs meer te maken heeft met de gewetensvrijheid van ouders dan met heersende maatschappelijke opvattingen die hun weg vinden in wet en regelgeving.

In die gereformeerde traditie is betrokkenheid op de samenleving –breder geformuleerd: Gods wereld– een belangrijk goed. Deze betrokkenheid is door de jaren heen verschillend ingevuld. Vroeger, in de tijd van de verzuiling, was het meer theorie en ging het dikwijls om de vraag hoe je je moest onderscheiden van die wereld. Nu is de verbinding meer leidend en komt de vraag naar voren hoe je vanuit je roeping, oftewel je christelijke verantwoordelijkheid, dienend in de wereld kunt samenleven, ook met mensen die andere levensovertuigingen hebben.

Wanneer ouders en scholen zich enerzijds bewust zijn van het maatschappelijk belang om zelf richting te geven aan het onderwijs en anderzijds serieus werk maken van de verantwoordelijkheid om betekenisvol bij te dragen aan de samenleving waarvan ze deel uitmaken, biedt vrijheid van onderwijs een uitgelezen mogelijkheid om zowel diversiteit zichtbaar te maken als maatschappelijke samenhang.

Een verdwijnend bewustzijn van deze waarden bij ouders en scholen is de grootste bedreiging voor de vrijheid van onderwijs zoals we die nu kennen. Een blijvend bij de tijd brengen, met inbegrip van de ‘prachtige’ risico’s die dit met zich meebrengt, is daarvan de beste borging.”

M. Niemeijer, voorzitter van de LVGS, de koepel van gereformeerd vrijgemaakte scholen