Christelijke Lieneke (5) woont in een seculiere instelling

Eigenwijzer
beeld Anjo Mutsaars

Vraag: Onze dochter Lieneke (5) woont vanwege haar verstandelijke en sociale beperkingen in een seculiere instelling. Hoe kunnen wij als ouders aandacht geven aan haar godsdienstige opvoeding?

Het is een groot voorrecht als de Heere het huwelijk wil bekronen met de kinderzegen. Toch zijn er aan die zegen vaak veel zorgen verbonden, vooral als het gaat om kinderen met een beperking. Vaak worden ouders van deze kinderen met vragen geconfronteerd waarmee ouders van gezonde kinderen niet of pas in een veel latere fase te maken krijgen.

Wanneer de ernst van de beperkingen zo groot is dat (gedeeltelijke) uithuisplaatsing nodig is, staat het ouderhart op zijn kop. Ouders hebben vaak gevoelens van falen en onmacht die kunnen uitlopen in opstand tegen God.

Zijn trouw is echter niet afhankelijk van wie zij zijn. Hij heeft beloofd het kwade van hen te weren of het tot hun beste te doen keren.

Mensen hebben vaak hun eigen ideeën over wat het beste voor hen is. Daar hoort een kruis niet bij, maar de Heere legt dat juist op om afhankelijkheid van Hem te leren. Zijn doel is dat de ouders ermee aan Zijn voeten komen.

Als eenmaal is besloten tot een uithuisplaatsing, moeten ouders vaak op zoek naar een balans tussen de zorgbehoefte van hun kind en hun persoonlijke wensen rond de christelijke opvoeding.

Veel instellingen richten hun zorgpraktijk niet in volgens Gods Woord of zijn slechts in naam christelijk. Veel begeleiders kennen de Bijbelse normen en waarden niet. Ouders worstelen dan vaak met de belofte die zij bij de doop van hun kind deden uit te voeren. Ondanks deze moeilijkheden ligt er een grote troost in het feit dat ook kinderen met een beperking zijn gedoopt.

Gods trouw

De beperking van het kind heft de verantwoordelijkheid van de ouders niet op. Zij hebben voor de opvoeding van dit kind een belofte afgelegd. Naarmate zij opvoedingsmogelijkheden hebben, dragen zij ook verantwoordelijkheid.

Het maakt daarom uit hóé deze ouders hun kind loslaten. De Heere vraagt van ouders dat zij met hun onmogelijkheden leunen op Hem. Hun zwakheden zijn voor Hem slechts mogelijkheden om hun te tonen Wie Hij is en wat Hij kan.

Tegelijkertijd eist de Heere van ouders dat ze er alles doen om met hun kind over Hem te spreken en –als dat echt niet mogelijk is– met Hem over hun kind spreken. Blijf bij het loslaten Lieneke vasthouden in de gebeden!

Wanneer de ouders vanuit deze houding met hun kind met beperkingen omgaan, merkt ook de omgeving dat. Wanneer Lieneke opgroeit in een seculiere omgeving, waar de Bijbelse waarden en normen niet vanzelfsprekend zijn, zal dat bij haar begeleiders vragen oproepen.

Sta als ouders open voor deze vragen. In deze maatschappij zijn de meeste mensen vervreemd van Gods Woord. Ga niet boven hen staan, maar probeer uit te leggen waarom het voor u bijvoorbeeld belangrijk is dat er voor en na de maaltijd met het kind wordt gebeden.

Om korte communicatielijnen te krijgen, is het van belang dat ouders de instelling regelmatig bezoeken. Door deze betrokkenheid te tonen, onderhouden zij een relatie met de begeleiders van Lieneke.

Vertrouwen

Met het uit handen geven van de opvoeding geven de ouders veel vertrouwen aan de instelling. Ook die heeft ongetwijfeld het goede met Lieneke voor. Er is echter een groot verschil tussen de belevingswereld van thuis en van de instelling. Daarom is het raadzaam de wensen over de godsdienstige opvoeding in het behandelingsplan te laten opnemen.

Het is van belang die wensen zo concreet mogelijk te beschrijven, zeker wanneer er binnen de instelling geen of weinig mensen werken die de Bijbelse waarden en normen kennen. Deze wensen kunnen concreet gaan over het bidden, danken, Bijbellezen en de zondagse vrijetijdsbesteding.

Benoem niet alleen de dingen die niet mogen, maar zet daar ook alternatieven tegenover. Bijvoorbeeld: Lieneke doet niet mee aan bioscoopbezoek, maar wel aan een dagje fietsen of winkelen.

Om naleving van het behandelplan te bevorderen is het ook goed om vast te leggen wie er binnen de instelling een taak heeft bij de uitvoering van godsdienstige activiteiten. Wellicht kan een pastoraal medewerker structuur bieden in het Bijbellezen en bidden.

In overleg is het vaak ook mogelijk om Lieneke de zondagen thuis te laten doorbrengen of als ouders samen met haar een (aangepaste) kerkdienst te bezoeken.

Naleving

Om de vinger aan de pols te houden is het belangrijk regelmatig de naleving van het behandelplan ter sprake te brengen. Daarbij is het belangrijk consequent te zijn in opvoedingswensen die op Gods Woord zijn gegrond. In de hoofdzaken moet ja ja blijven: Lieneke moet bidden en danken voor en na het eten en het slapengaan. De verleiding om toe te geven kan groot zijn, om maar van het ‘gezeur’ af te zijn.

In bijzaken kunnen ouders soepeler zijn, maar het is goed als zij daarin het onderscheid met hoofdzaken aan niet-christelijk personeel verantwoorden. Dit alles vraagt van ouders dat zij één lijn trekken en een duidelijke mening hebben.

Het is goed voor hen te weten dat ze hierin niet alleen staan. Christelijke belangenorganisaties voor mensen met een beperking en hun familie kunnen bij de communicatie met de instelling ondersteuning bieden. Het is daarbij cruciaal dat ouders hulp vragen.

Rol kerkelijke gemeente

Behalve belangenorganisaties heeft ook de kerkelijke gemeente een belangrijke taak. Het is immers een Bijbelse opdracht elkaars lasten te dragen. En Lieneke hoort er als dooplid van de gemeente helemaal bij, ook al kun je wellicht niet met haar praten.

Het kan hierbij gaan om de gemeente waartoe Lieneke behoort. Wellicht is het ook een optie om de dichtstbijzijnde gemeente bij de instelling te vragen of leden Lieneke kunnen bezoeken. Zij kunnen een bezoekrooster maken.

Hieruit blijkt de christelijke betrokkenheid van de gemeente. Bovendien geven christenen hiermee een signaal af aan het personeel van de instelling, namelijk: Lieneke hoort erbij. Zij merken deze daden op.

Ook voor Lieneke zijn deze daden belangrijk, zeker als zij met woorden moeilijk te bereiken is.

Uitverkoren

De manier waarop ouders en beroepsopvoeders invulling kunnen geven aan Lienekes godsdienstige opvoeding is vanzelfsprekend ook afhankelijk van haar cognitieve vermogens.

De beperkingen daarin staan de Heere echter niet in de weg. Hij is immers niet van mensen afhankelijk om in haar hart te werken. En heeft Hij niet het zwakke en onedele uitverkoren opdat Hij het wijze zou beschamen?