Christelijk onderwijs in China groeit hard

Christelijk onderwijs in China
De christelijke lerarenopleidingen voorzien in een grote behoefte. Het aantal schooltjes neemt snel toe, doordat de huisgemeenten groeien en de noodzaak van christelijk onderwijs steeds meer wordt ingezien. beeld RD
3

Eén jaar duurt de onderwijzersopleiding die een westerse hoogleraar in China heeft opgezet. Na dat jaar worden sommige studenten direct directeur. Zo groot is de behoefte aan leerkrachten op de schooltjes die door de huisgemeenten worden opgericht.

De hoogleraar startte in 2004 een zomercursus. Sinds de opleiding in 2006 het huidige gebouw betrok, wordt een eenjarige toerustingscursus gegeven. De doelgroep is breder dan die van de pabo van gereformeerde signatuur die er in China inmiddels ook is. Beide onderwijzersopleidingen ontvangen steun uit de actie die momenteel door scholen in Nederland wordt gevoerd.

Beide opleidingen voorzien in een grote behoefte. De huisgemeenten groeien doordat mensen van buitenaf toetreden. Het aantal schooltjes groeit nog harder, doordat de noodzaak van christelijk onderwijs steeds meer wordt ingezien.

Levensbeschouwing

In het pabogebouw is een groepje studenten bezig aan een quiz. De populatie is gevarieerd. Sommige pupillen komen net van de middelbare school en hebben nog geen enkele bevoegdheid. Anderen rondden een universitaire studie af, maar voelen behoefte aan vorming vanuit christelijk perspectief.

De studenten leren het onderwijs vanuit hun levensovertuiging te doordenken en krijgen ook tal van praktische handvatten aangereikt. „De Chinese filosofie gaat ervan uit dat de mens geneigd is tot het goede”, vertellen de hoogleraar en enkelen van zijn assistenten. „Dat staat haaks op de christelijke levensbeschouwing, al zijn er tussen de christelijke scholen wel verschillen: sommige zien kinderen als een ”tabula rasa” –een onbeschreven blad–, terwijl andere belijden dat de mens tot het kwade geneigd is.”

Op de staatsscholen wordt druk op de leerlingen uitgeoefend om lid te worden van de Rode Brigade. Die pressie is er op christelijke scholen niet.

Prestatiedruk

Ook onderwijskundig maakt de lerarenopleiding andere keuzes dan in China gebruikelijk is. „Het reguliere onderwijssysteem is een log geheel, waarin sinds lange tijd weinig verbeterd is”, stellen de medewerkers van de christelijke pabo. „Er wordt veel uit het hoofd geleerd, waarbij er weinig oog is voor variatie in leerstijlen. Er ligt ook een eenzijdige nadruk op leervakken, en dat gaat ten koste van de vorming van leerlingen. Kunst, muziek en gymnastiek ziet men als tijdverspilling.”

De kinderen zitten lange dagen op school, moeten veel zitten en veel luisteren. Thuis wacht het huiswerk; opnieuw: véél. Critici laken deze ”force-feeding education”, waarbij een kind met kennis vol volgepompt zoals eenden en ganzen soms met voedsel worden volgepropt via een trechter in hun keel. Deze prestatiedruk wordt onderstreept door de rangorde van beste leerlingen die voortdurend op het schoolbord wordt bijgehouden.

Ontevreden

Het werkt kennelijk niet, want er heerst veel onvrede over het reguliere onderwijsstelsel. „Topuniversiteiten zijn niet tevreden met het niveau waarmee de middelbare scholen jongeren afleveren en overwegen daarom toegangsexamens in te voeren. De middelbare scholen nemen wel een eindtoets af, de Cau Cau, maar die geeft vaak een vertekend beeld doordat leerlingen trucjes aanleren en toepassen.”

Ook ouders zijn ontevreden. „Door de eenkindpolitiek die tot voor kort de norm was, is er veel druk op kinderen om goed te presteren. Je moet de beste van de klas zijn en naar de beste school gaan en daarna naar de beste universiteit. Dat eenzijdige accent op goede scores doet kinderen tekort. Het aantal zelfmoorden onder Chinese jongeren is groot.”

Sommige mensen kiezen voor thuisonderwijs. Het aantal privéscholen groeit explosief, maar daar kunnen alleen kinderen naartoe van wie de ouders de hoge leskosten kunnen betalen. De leerlingen ervan moeten op hun achttiende wel deelnemen aan de Cau cau, de eindtoets van de overheid.

Een klein deel van de privéscholen heeft een christelijke signatuur, en daar kunnen ook kinderen naartoe uit gezinnen die het minder breed hebben. De scholen worden vaak door een kerk opgezet en beginnen klein, met enkele kinderen in een kamer. Er wordt godsdienstonderwijs gegeven en er wordt veel aandacht aan karaktervorming besteed.

Groei

Vanaf de komst van het christendom in China in 1807 zijn er veel christelijke scholen geweest, zegt de initiatiefnemer van de opleiding. „Ik heb een oude predikant gesproken die zich herinnerde dat elke kerk een school had, maar dat die in 1952 allemaal verdwenen waren. In de jaren zestig waren er nauwelijks 900.000 christenen in China en een regeringsfunctionaris zei: „Over tien jaar zit de laatste van hen in de gevangenis.” Het aantal christenen is echter gegroeid. Toen in 1997 de deur naar het Westen steeds verder openging, leefden de kerken op en traden er veel nieuwe leden toe. Sinds 2005 is de grootste groei er wel uit.

De groei van het aantal christelijke scholen kwam later. Toen ik in 2004 met deze cursus begon, kende ik er niet één; nu zijn er wel 500. Dat zal veel goede invloed hebben.”

De scholen moeten voorzichtig te werk gaan. „Het hangt van de plaatselijke autoriteiten af of ze worden getolereerd, voor zover hun bestaan bekend is. Soms wordt een school door de overheid gesloten. Ik ken een predikant die vijftien dagen de gevangenis in moest omdat hij kinderen uit de Bijbel onderwees.”

Voltijds moeder

De christelijke schooltjes hebben gekwalificeerde leerkrachten nodig. Via mond-tot-mondreclame in het netwerk van huisgemeenten wordt de lerarenopleiding onder de aandacht gebracht. Er zijn nu 26 voltijdsstudenten. De hoogleraar kent de Nederlandse situatie: „De Driestar is ook klein begonnen, en als je die school nu ziet, denk je: Hoe zal het in China over vijftig jaar zijn?”

De studenten kwamen de achterliggende jaren uit een groot deel van het land. Een kaart aan de muur maakt duidelijk waar ze na de eenjarige opleiding aan het werk zijn gegaan, tot in het islamitische noordwesten van China toe. Van de afgestudeerden werkt 70 procent op een christelijke school, 10 procent op een andere school en is 20 procent inmiddels voltijds moeder, wat onder Chinezen een ongebruikelijk fenomeen is.

De opleiding probeert zo veel mogelijk scholen van dienst te zijn. „Daarom hopen we naast de huidige locatie er nog enkele te kunnen openen. We zijn ook druk doende onze basiscursus online te zetten, zodat afstandsonderwijs mogelijk wordt. We hopen dan zo’n honderd studenten te begeleiden die de cursus vanuit hun woonplaats volgen. Zij behoeven de lange reis niet te maken en kunnen de opleiding naast hun werk doen, want de cursus zal niet meer dan tien tot twaalf uur per week vergen.”

Of dat wordt toegestaan, zo’n online activiteit? De docenten lachen. „Het is moeilijk vast te stellen wat er kan. Soms moet je gewoon een stap zetten, in geloof.”

De pabo ziet ook mogelijkheden voor voortgezet onderwijs via internet. „Weinig christelijke lagere scholen zien kans een middelbare school te beginnen. Een aantal ouders kiest daarom voor thuisonderwijs als hun kind de lagere school verlaat. Wij willen hen daarbij helpen.”

Uitwisseling

Op de eerste verdieping van het pabogebouw bevinden zich de slaapvertrekken. Elke dag worden er warme maaltijden op de school bezorgd. Naast de 26 voltijdsstudenten zijn er ook leerkrachten die tijdelijk terugkomen voor een korte cursus. Dat kan, want de pabo hanteert een modulair systeem: iedere week staat een van de vakken centraal.

Na het afstuderen kunnen de studenten altijd bij de opleiding aankloppen voor advies. Daar is een van de werknemers druk mee doende. Hij stimuleert ook het uitwisselen van informatie tussen leerkrachten van christelijke scholen. Soms komen enkele tientallen leerkrachten in het gebouw van de opleiding bij elkaar om gezamenlijk materiaal te ontwikkelen. „Christelijke docenten moeten zich blijven professionaliseren”, zegt de medewerker.

De studenten gaan op stage. Sommigen van hen doen dat op een internationale school, die een heel ander lesprogramma heeft dan het reguliere onderwijs.

Grofweg een derde van de opleiding wordt uit de lesgelden betaald, een derde door sponsors en een derde door scholen in het buitenland. Het buitenland doet nog meer: het stuurt tal van gastdocenten. En het levert lesmateriaal dat in het Chinees wordt vertaald en voor een deel via dvd’s verspreid.

Steeds meer studenten worden door hun kerk gestuurd, die de opleiding dan ook betaalt. Anderen kunnen de opleiding alleen betalen door het lesgeld van de pabo te lenen en in termijnen terug te betalen.

De lerarenopleiding geeft een kwartaalblad uit om de doordenking van het christelijk onderwijs te bevorderen. „Deze studenten willen zo veel weten; ze zuigen de informatie op”, zegt de directeur.

Dit is het slot van een vijfdelige serie over scholen in China waarvoor het christelijk onderwijs in Nederland geld inzamelt. De actie is georganiseerd door de Werkgroep Vrijheid van Onderwijs 1917-2017.