Bestuurders Driestar begonnen er als leerling

Ds. P. Mulder (69) en drs. G. Bergacker (63) bij de Goudse vestiging van het Driestar College. „Als school moet je je eigen koers varen; je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.” beeld Sjaak Verboom
7

„Hier was de lerarenkamer. En hier zat...” Bestuurder drs. G. Bergacker van het Driestar College leidt een van zijn voorgangers, ds. P. Mulder, rond door de Goudse school, die dit jaar stilstaat bij het 75-jarig bestaan.

Wat ik wilde worden, vroeg conrector P. Mulder. „Journalist bij het RD”, was het antwoord. Nu, 37 jaar later, zijn we opnieuw in Mulders kamer, op de tweede etage, met uitzicht op een plat dak. „Conrector Dankers zat hiernaast. En daarnaast conrector Beekman.”

Als rector kreeg Mulder een verdieping lager een grotere kamer met fraaier uitzicht. In de gang hangen foto’s van de schoolleiders op een rij: P. Kuijt (1944-1973; met onderbreking rond 1954), mr. J. de Heer (1973-1982), P. Mulder (1982-1987), dr. G. van der Hoek (1988-2003) en A. Lock (2003-2006).

Na Lock trad Bergacker aan. Hij heeft zijn werkvertrek waar in Mulders tijd de docentenkamer was. Beiden begonnen hier als leerling, werden docent en kregen uiteindelijk de leiding over de scholengemeenschap.

Bij Mulder gebeurde dat toen onderwijzersopleiding en voortgezet onderwijs gescheiden verder gingen. Beide scholen staan nu stil bij het 75-jarig bestaan. Oorspronkelijk waren ze één: de kweekschool bestond uit twee leerkringen; de eerste werd later havo-top en die groeide uit tot middelbare school.

Boodschap

Groepsfoto’s op Bergackers kast openen het deksel van een vat vol herinneringen, al voordat het gesprek begint. Herinneringen aan leraren die sinds lang uit het blikveld verdwenen zijn, nadat ze jaren achtereen hun krachten gaven om leerlingen te onderwijzen, te vormen vanuit de reformatorische identiteit van De Driestar, zoals het Driestar College heette. Sommige oud-collega’s zijn niet meer in leven. „Een van de leraren overleed toen hij tijdens een tussenuur in de docentenkamer zat. Directeur De Heer moest dat bij hem thuis gaan vertellen.”

De rondleiding eindigt bij het raam. Aan de overkant van het Ronsseplein prijkt het vmbo-gebouw. In Mulders periode stond daar een houten kleuterschool, Woelewippie. „De weg is nu wel onderheid, zeker? In mijn tijd verzakte alles.”

Serenade

Herinneringen. Het was al avond toen het nieuws kwam dat prins Willem-Alexander was geboren; 27 april 1967. In optocht liepen de bewoners van het jongensinternaat –Mulder was een van hen– naar het meisjesinternaat en zongen daar op straat luidkeels het Wilhelmus. De meisjes kwamen naar buiten en sloten zich bij de stoet aan toen die naar het huis van directeur P. Kuijt ging. Daar hieven de studenten in het donker opnieuw het volkslied aan.

2019-06-18-katDI1-dubbelinterviewdriestar-6-FC_webDe Driestar wil zichzelf blijven in hbo-wereld

„Kuijt woonde naast de school. De kortste weg naar zijn huis was dwars door het handvaardigheidslokaal van Van Wijk. Als Kuijt binnenstapte, werd het stil; als hij weg was, leefde de klas weer op.”

De predikant van Tricht-Geldermalsen noemt de vormende werking van de school. „Ik kwam van de Veluwe. Daar was je het praten niet zo gewend. Dat leerde je hier. Je leerde ook nadenken.”

Les- of leidinggeven

Ds. Mulder behaalde in 1970 zijn kweekschooldiploma. Tijdens het laatste jaar had hij binnen de school stage gelopen, op de mavo. Directeur Kuijt had hem in het vizier en zei tegen hem en twee anderen: „Word hier maar leraar.”

Het voortgezet onderwijs sprak Mulder meer aan dan het lager onderwijs waarvoor hij was opgeleid. Kuijt werd echter geveld door een hartinfarct, en zijn vervanger wist niet van de uitnodiging. Mulder solliciteerde naar een middelbare school in Woerden, maar toen verscheen er een advertentie: De Driestar zocht een wiskundedocent. Mulder bleef.

„Ik gaf wiskunde op de mavo. Na twee jaar behaalde ik mijn akte voor dat vak. Vanaf 1974 gaf ik economie op de havo. Omdat dat geen voltijdsbaan was, kreeg ik het decanaat erbij. Ik bezocht de mavo’s in Krabbendijke, Goes en Middelburg om er een praatje te houden. Zo hoopten we leerlingen te werven voor de havo-top en de kweekschool. ’k Zat in een schoolwerkplancommissie en zo kreeg je geleidelijk steeds meer niet-lesgevende taken. In 1979 startte het vwo en werd ik als coördinator van die afdeling aan de directie toegevoegd.”

Daarna werd Mulder conrector. En in 1982 rector, toen de beide Driestarren werden gesplitst en mr. J. de Heer voortaan –tot 1983– alleen de pedagogische academie (pa) en de opleiding kleuterleidsters (ok) onder zijn hoede had.

Lesgeven was niet veel meer bij. „Dat vond ik wel jammer”, zegt ds. Mulder. Hij heeft het later nog veel gedaan, tijdens catechisaties en sinds 2007 aan de Theologische School waar hij ooit zelf student was.

Studiebollen

Op De Driestar was Mulder betrokken bij Bergackers benoeming tot docent geschiedenis-cuma in 1982. „Ik was de eerste die op beide Driestarren werd benoemd. Dat was nodig om aan een volledige baan te komen”, zegt de huidige voorzitter van het college van bestuur. „In het begin werkte je je ondersteboven: per week moest ik dertien verschillende lessen voorbereiden.”

Bergacker ‘deed’ op De Driestar vanaf 1971 de havo-top, van 1973 tot 1976 de pa. „Bij de eerste kennismaking zag ik al die nette pa-studenten, velen in pak. Dat was wat anders dan ik op de mavo in Rotterdam-Alexanderpolder gewend was. Moet ik hierheen? dacht ik. Maar vanaf het begin vond ik de sfeer geweldig. En dat is hij nog.”

Er werd hard gewerkt. „Je ging voor een 8 of een 9. Op de pa zaten mensen die nu naar de universiteit zouden gaan, dus de lessen hadden niveau. En de docenten stimuleerden je enorm. Ik schreef een scriptie over de fenomenologie van Merleau Ponty, nota bene.” Ds. Mulder: „We lazen Sartre en werken van moderne theologen. Een docent als mr. L. J. M. Hage droeg echt iets over; hij bracht je een kritische zin bij tegenover moderne ontwikkelingen. We hadden ook een politiek-historische kring. Er werd hard gewerkt.”

Krappe jas

Drie jaar gaf Bergacker les op een lagere school in Rotterdam-Kralingen, drie jaar in Waddinxveen. Toen was hij op De Driestar terug. Van 1999 tot 2006 zat hij in het college van bestuur van het Hoornbeeck College – „lesgeven vind ik leuk, organiseren ook.” Toen volgde weer een terugkeer naar Gouda, nu naar de middelbare school, die ook vestigingen in Leiden en Lekkerkerk heeft.

Uit zijn havotijd herinnert hij zich het chronische ruimtegebrek. „Daarom hadden we lessen van veertig minuten, ook op zaterdag, en zaten we om de paar weken een week thuis om te leren voor de proefwerkweek.”

Over ruimtegebrek kan ds. Mulder ook meepraten. „Het aantal lokalen dat je had, was gebaseerd op het leerlingenaantal. Maar door de groei liep je altijd achter de feiten aan en had je steeds te weinig ruimte.”

Her en der in de stad werden lokalen gehuurd. „Je verloor veel tijd als je van de ene dislocatie naar de andere moest fietsen. Maar op die kleine locaties was het wel gezellig. Dat we een vleugel mochten bijbouwen, was voor mij een gebedsverhoring. In die periode sprak Psalm 127 erg aan: „Zo de Heere het huis niet bouwt...” Bij de opening sprak het oudste bestuurslid, ir. H. van Rossum, erover dat het bij het onderwijzen nodig is dat de Heere het huis bouwt. Dat vond ik heel treffend.”

Brede school

Op het hoogtepunt telde de scholengemeenschap bijna 4300 leerlingen. Het zijn er nu 3940. „Gezinnen zijn gemiddeld kleiner”, zegt Bergacker. „De vanzelfsprekendheid om voor een school van eigen identiteit te kiezen, is voor een aantal ouders minder. Soms laten ze hun kind zelfs een eigen keuze maken.”

Toen Mulder eind 1987 wegging omdat hij inmiddels aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten studeerde –„een paar maanden heb ik dat moeten combineren”– waren er 1900 leerlingen. „We dachten volop na over verbreding. Ouders vroegen om een huishoudschool. Die kon je alleen in combinatie met een ander type aanvragen. Omdat we de christelijke lts De Nieuwe Vaart, die een goede naam had, niet wilden beconcurreren, vroegen we een leao –economie– aan. Maar daarvoor waren er te weinig leerlingen, dus het moest toch een lts worden.

We vonden twee ouders bereid bestuur en directie van de lts te vertellen waarom ze een school van eigen signatuur voor hun kinderen wilden. Die deden dat op zo’n indrukwekkende en overtuigende wijze dat we als bestuur en directie van De Driestar niets behoefden toe te voegen. De lts en de huishoudschool kwamen er.”

Samenwerking

Bergacker roemt de goede samenwerking tussen de zeven reformatorische middelbare scholen. „In de begintijd is dat moeizaam op gang gekomen”, zegt ds. Mulder. „Toen we met projecten begonnen waarin leraren samenwerkten, lukte het wel, bij studieles, Engels, geschiedenis. Bij de VGS is mr. drs. A. A. Egas –de latere predikant– ervoor benoemd. Die heeft heel goed werk gedaan; hij kwam overal binnen.”

Naar Huis

Praatstof hebben de Driestarbestuurder en zijn voorganger genoeg. Over de toename van het aantal leerlingen met gedragsproblemen. Over de inzet van Driestarleerlingen voor de derde wereld – „via conrector Dankers kwam Woord en Daad de school binnen, via een ander directielid, Lock, de ZOA.” Over de bezuinigingen – „sinds 2008 is het piepen en kreunen om rond te komen.” Over de vele schoolgebouwen in Gouda die aan vernieuwing toe zijn.

In de jaren 60 en 70 was er op de openingsdag van het schooljaar een bijeenkomst met vertegenwoordigers van kerkenraden in den lande, zegt ds. Mulder. „Dan zat heel de aula vol. Ik herinner me ook nog goed de laatste vergadering van de raad van toezicht waarbij ds. E. du Marchie van Voorthuysen aanwezig was. Voorzitter ds. B. Haverkamp vroeg hem te eindigen. In een enkele zin droeg ds. Du Marchie alles van de school op. „En, Heere, mogen we nu naar huis”, bad hij daarna. Na het amen bleef het stil. We hadden allemaal het gevoel: hij is hier voor het laatst. Niet zolang daarna is hij overleden.”

Identiteit

Tijdens de broodmaaltijd gaat het over de taak van de school – „kinderen weerbaar maken voor de samenleving.” Over het vuur van vroeger – „er werden boekjes van P. Kuijt verkocht; in de kerken werd voor De Driestar gecollecteerd.” Over sterfgevallen onder docenten en leerlingen – „ingrijpend, maar het gebeurde ook dat de Heere getuigenis gaf van Zijn werk in hun leven.”

Over bezorgdheid over de identiteit – „onze gezindte houdt minder afstand tot de wereld. En de flanken groeien uit elkaar.” Drs. Bergacker: „Als school moet je hierin je eigen koers varen; je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.” Ds. Mulder: „Je hoopt dat we onze basisopvattingen over bekering en geloof, over schepping en evolutie vasthouden. Dat is fundamenteel.”

Stentorstem

Tijd voor een rondgang door het schoolgebouw. Die nieuwe herinneringen losmaakt. Even een kijkje in Kuijts kamer. In de oude aula – Bergacker: „Wat leek die vroeger groot, maar wat is hij eigenlijk klein.” Bij het wandreliëf over de gelijkenis van de zaaier dat al sinds 1965 in het trappenhuis hangt. De kunstenaar, docent J. van den Berge, heeft het zelf –geholpen door zijn vrouw– nog opgeknapt, enkele jaren voordat hij overleed.

De eerste etage biedt uitzicht op „de nieuwe aula.” Ds. Mulder: „Vader en zoon Van der Valk waren allebei conciërge. Als de bel ging, kwam niemand in beweging. Maar dan klonk boven alles uit de stem van de oude Van der Valk: „Jongelui, de bel die heeft gegaan. Naar de lokalen!” In een mum van tijd was de aula leeg.”

Herinneringen.

Dit is het tweede deel van een tweeluik over 75 jaar Driestar. Vorige week kwamen hogeschoolbestuurder drs. L. N. Rottier en zijn voorganger, ir. M. Houtman, aan het woord. Beide scholen houden op 7 september een reünie.

Zie ook:

Dreunen in het trappenhuis
De rust van lange lesuren
Geopende deuren in Gouda