Baby leert meer talen tegelijk

Meertalig opvoeden. beeld Anjo Mutsaars

Eigenwijzer

Vraag: Wij verwachten over een paar maanden ons eerste kindje. Mijn man groeide op in Engeland en heeft veel contact met zijn familie daar. Wij wonen nu in Nederland en spreken beiden Nederlands, maar we zouden graag beide talen aan ons kindje leren. Heeft u tips voor de aanpak?

Er zijn veel kinderen die meertalig opgroeien; zij hebben verschillende talen nodig om goed te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Dit kindje zal in zijn thuisland Nederlands spreken, maar ook Engels nodig hebben om goed te kunnen communiceren met zijn Engelse familie.

Als ouders hun kind in meer talen willen opvoeden, is het verstandig zich hierop goed voor te bereiden. Welke talen willen zij het kind leren en waarom en hoe? Willen ze dat hun kind deze talen kan spreken en verstaan of ‘moet’ het ook leren lezen en schrijven in deze taal? Als ouders hierover duidelijkheid hebben, spelen ze daarop in met wat zij aan taal aanbieden.

Twee manieren

Meertalig opvoeden kan op twee hoofdmanieren: het kind leert de talen tegelijk of het kind leert de talen na elkaar. Als dit baby’tje twee talen tegelijk gaat leren, zal bijvoorbeeld zijn moeder consequent Nederlands met hem spreken en zijn vader steeds Engels. Zo leert het twee talen tegelijk. Een baby kan goed meer talen tegelijk leren; zijn hersenen kunnen dat prima oppakken.

Een andere manier is om de twee talen na elkaar te leren. Een buitenlands kind dat uit een ander land in Nederland komt wonen, leerde van zijn ouders zijn eerste taal. Vervolgens leert het hier op school en in contact met anderen Nederlands.

Hoe jonger een kind een tweede taal leert, hoe gemakkelijker dat gaat. Het is wel van belang dat het ook zijn moedertaal vaak hoort en goed leert. De moeder- of eerste taal is de taal die een kind vanaf zijn geboorte leert. Als de ene ouder vloeiend Nederlands met zijn kind spreekt en de andere ouder vloeiend Engels, heeft zo’n kind twee moedertalen.

Strategieën

De vraagstellers kunnen hun kind twee talen tegelijk leren. Dat kan volgens verschillende strategieën. De bekendste manier om meertalig op te voeden is de één-ouder-één-taalstrategie. Elke ouder spreekt dan zijn eigen moedertaal met het kind. Voor een kind is dit heel duidelijk: Nederlands hoort bij mama, Engels bij papa. Wel kunnen de ouders afspreken om tijdens het eten één taal te spreken.

Naast deze manier kiezen opvoeders ook wel voor de één-situatie-één-taalstrategie. Dan spreken ze af in welke situatie ze de ene en in welke situatie ze de andere taal spreken. Bijvoorbeeld: buitenshuis spreken we Nederlands, binnenshuis Engels. Of bij bepaalde activiteiten hoort een bepaalde taal: bij het koffiedrinken praten we Nederlands. Deze manier gebruiken ouders vooral als een van beiden meer talen vloeiend spreekt.

Er is ook nog de eerste-zin-teltstrategie: als kinderen ouder zijn en iedereen in huis meer talen beheerst, spreken de bewoners af dat zij verder praten in de taal waarin een gesprekje is gestart. Zo gebruikt het gezin niet steeds meer talen door elkaar.

Welke manier ouders ook volgen: het belangrijkste is dat ze de verschillende talen goed van elkaar scheiden. En dat de ouder met zijn kind de taal spreekt die hij of zij het best beheerst.

Dezelfde stappen

Kinderen die meertalig opgroeien maken in de taalontwikkeling dezelfde stappen als kinderen die een eentalige opvoeding krijgen.

In het begin maakt elke baby dezelfde geluidjes, maar als hij gaat brabbelen wordt snel duidelijk welke taal of talen hij aan het leren is. Een kind zegt gemiddeld op de leeftijd van zo’n twaalf maanden zijn eerste woordje. Op 5-jarige leeftijd kan het meestal goed praten en duidelijk maken wat het wil.

Al vanaf de geboorte betekenen ouders veel voor de taalontwikkeling van hun kind. Dat kan door veel te praten tegen de baby, hem de tijd te geven te reageren met geluidjes of gezichtsuitdrukkingen en ook zo veel mogelijk te benoemen wat ze doen. „Nu legt papa je even in bed”, of: „Kijk eens, daar is je knuffel.” Een baby vindt het fijn om de stem van zijn ouders te horen. Onbewust pikt hij zo veel taal op.

„Car”

Een jong kind dat meer talen leert benoemt een voorwerp in twee talen. De ene keer zegt het „auto”, de andere keer is het „car.” Rond zijn tweede verjaardag maakt het de goede taalkeuzes: bij mama zegt het „auto” omdat zij Nederlands met hem spreekt. Bij papa zegt het „car” omdat zijn vader Engels met hem praat.

Tot een jaar of 3 mengt een meertalig kind de twee talen nog. In één zin is het dan: „naar oma’s house.” Dit is normaal en verdwijnt vanzelf als een kind meer woorden leert.

Als een kind ineens in een andere omgeving met een nieuwe taal in aanraking komt, zoals bij emigratie, stoppen veel kinderen een tijd met praten. Ze verwerken de nieuwe taal in hun hoofd. Het gewenningsproces duurt gemiddeld een halfjaar.

Voordelen

Meertalig opvoeden heeft verschillende voordelen voor kinderen, ouders en de samenleving. Voor de kinderen heeft het als voordeel dat hun hersenen steeds schakelen tussen twee of meer talen. Dit helpt in de ontwikkeling van het denken. Meertalige kinderen leren eerder abstract denken en hebben vaak een betere concentratie. Ook leren ze sneller lezen.

Andere voordelen zijn dat een meertalig kind met beide ouders een goede band kan opbouwen als het hun beider moedertaal spreekt. Ook kan het de gewoonten en tradities leren die bij die families horen. Het kind kan met de buitenlandse familie goed contact onderhouden. Door meer talen te gebruiken kan het preciezer zeggen hoe het zich voelt of wat het bedoelt, want elke taal heeft weer andere woorden voor bepaalde zaken. Ook heeft een meertalig kind later meer mogelijkheden op de internationale arbeidsmarkt en zal het gemakkelijker in diverse landen een baan kunnen vinden.

Geen nadelen

Meertalig opvoeden zorgt niet voor een taalachterstand. Die kan wel voorkomen als het kind aangeboren problemen heeft of als de gezinsleden weinig met het kind praten.

Meertalig opvoeden heeft geen nadelen voor de ontwikkeling. Kinderen raken er niet door van slag. Ook doen ze het niet slechter op school. Ze doen het daar juist extra goed als ze hun talen vaak horen.

Wat wel lastig kan zijn, is dat anderen vaak niet veel weten over meertalig opvoeden. Ook begrijpen zij de keuzes van ouders daarin soms niet goed. Ze leveren dan kritiek: „Waarom praat je niet gewoon Nederlands tegen je kinderen?” Ouders die meertalig willen opvoeden moeten daarom sterk in hun schoenen staan en veel energie steken in het aanleren van beide talen. Soms hebben kinderen er even geen zin in om meer talen te spreken. Dan vraagt het een extra stimulans om dat toch vol te houden.

Contact met tweede taal

Op de website meertalig.nl zijn veel tips te vinden hoe ouders hun kind voldoende contact kunnen laten houden met zijn tweede taal. Het is goed voor zijn motivatie om uit te leggen waarom zij in de opvoeding voor verschillende talen kiezen. „Wat fijn dat je steeds beter met je neefjes en nichtjes uit Engeland kunt appen!” Of: „Als we op vakantie gaan naar onze Engelse familie, kun je ze nu al goed verstaan!”

Het kind moet beide talen zo veel mogelijk spreken: om ze goed te leren, maar ook om ze te kunnen blijven praten. Mailen en skypen met de Engelse familie en in contact komen met andere gezinnen die Engels en Nederlands spreken dragen hier aan bij. Veel voorlezen en zingen in beide talen is goed voor de meertalige opvoeding.

Samen naar de bibliotheek gaan is een gezellig én nuttig uitje. Zelfs baby’s kunnen gratis lid worden en krijgen dan ook een boekje cadeau. Prentenboeken nodigen uit tot veel samen praten. Vertaalspelletjes doen en spelen met kinderen die ook Engels leren is eveneens aan te raden.

Andere woorden

Op school leert een kind andere woorden dan thuis. Maar ouders kunnen thuis ook al vormen, kleuren, begrippen en tegenstellingen zoals groot en klein, dik en dun en sterk en slap oefenen. „Wil je sap uit de kleine of de grote beker drinken?” „Dit papier is dun hè, voel je dat? We kunnen beter dit dikke papier nemen.” Ouders die precies zeggen wat ze bedoelen, helpen hun kind bij het vergroten van zijn woordenschat. „Trek je rode, korte jas maar aan vandaag. Je blauwe jas is te warm in de zon.”

Het is ook goed om samen met het kind om je heen te kijken en te benoemen wat er te zien is. „Kijk, het verkeerslicht is nu oranje. Dan stoppen we. Straks wordt het groen.” Of: „Zie je die bomen daar? Wat hebben ze mooie herfstkleuren!”

Ook in de supermarkt leren kinderen veel. „Welke groente zullen we vandaag eens kopen? Kun jij de melk voor me pakken?”

Het is leerzaam om uitgebreid antwoord te geven op een vraag van een kind. Dat leert niet veel van antwoorden zoals ”ja”, ”nee” of ”daarom”. Kinderen stellen soms ingewikkelde vragen waarop ouders niet altijd een antwoord weten. Samen dingen in een boek of op internet opzoeken is leuk en goed voor het leren van de talen en voor de algemene ontwikkeling. Het is ook nuttig als opvoeders een kind tegenvragen stellen: „Hoe komt dat, denk je?”

Kinderen maken fouten in het spreken. Dat is niet erg. Ouders hoeven dit niet altijd te verbeteren. Dat kan de motivatie om te praten wegnemen. Ongemerkt verbeteren werkt meestal goed: ouders herhalen dan de zin vragend op de goede manier. In plaats van: „Nee, je moet ”viel” zeggen en niet „valde”, vragen ze dan: „Echt waar, viel je toen van je stoel?””

>>rd.nl/eigenwijzer

Tips

lOverleg als ouders met elkaar over de manier waarop jullie meertalig willen gaan opvoeden.

lBereid je goed voor; lees erover en luister naar ervaringen van anderen.

lOp de site meertalig.nl is meer informatie te vinden over dit onderwerp. Ook staan er veel links naar boeken, artikelen en andere websites.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de medewerkers van Eigenwijzer. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.