Adempauze voor christelijke scholen Alberta

3

Christelijke scholen in de Canadese provincie Alberta halen opgelucht adem. Een nieuwe genderwet die de subsidiëring en certificering van het bijzonder onderwijs bedreigde, wordt niet doorgevoerd. „Gebedsverhoring.”

Achttien ronkende schoolbussen rijden in colonne de grindweg naar de Calvin Christian School in Coalhurst op. De gele gevaartes parkeren op het plein. Het is kwart over drie. Over vijf minuten keren de 850 leerlingen van de school, die uitgaat van de Gereformeerde Gemeenten, huiswaarts.

De directiekamer naast de entree is een oase van rust. Dat was het afgelopen schooljaar weleens anders. „Ouders kwamen bijvoorbeeld vragen of ze de geplande bouw van een schuur wel door konden laten gaan, of dat ze het geld daarvoor alvast opzij moesten leggen voor de school”, vertelt directeur Marc Slingerland. „Als de subsidie ingetrokken zou worden, zou de bekostiging van het onderwijs namelijk volledig op hun schouders komen te liggen.”

Bill 24

Provincies in Canada kennen een hoge mate van zelfstandigheid. Ze bepalen ook het onderwijsbeleid in hun gebied. Daardoor is het bijzonder onderwijs in Ontario bijvoorbeeld niet volledig gesubsidieerd en in Alberta wel. Maar door de komst van wetsvoorstel ”Bill 24” werd die subsidiëring in Alberta de afgelopen anderhalf jaar ernstig bedreigd. Sinds de provinciale verkiezingen halverwege april is die dreiging voorlopig voorbij – waarover later meer.

Bill 24 heeft alles te maken met zogenaamde Gay Straight Alliances (GSA’s). In 2015 werd ”Bill 10” aanvaard. Door dat wetsvoorstel moet iedere school een GSA oprichten als een leerling daarom vraagt. Een GSA is een sociale club waar iedere leerling –ongeacht zijn seksuele geaardheid– zich veilig zou moeten voelen. „Zo verwoordt de overheid het. In de praktijk worden die groeperingen echter sterk beïnvloed door homoactivisten”, weet Slingerland. „Op de overheidswebsite over GSA’s staan zelfs links naar homopornografische pagina’s.”

Een school moet voor alle leerlingen een veilige plaats zijn. Ook voor hen die worstelen met een homoseksuele geaardheid, beaamt Slingerland. „Maar het probleem met GSA’s is dat in die groepen je identiteit bepaald wordt door je geaardheid. Die indeling is niet juist, en niet Bijbels. Je geaardheid is wel onderdeel van je identiteit, maar bepaalt die niet volledig. Bovendien: voor God is iedereen gelijk.”

Zelfmoordneigingen

„Bill 10 is een schadelijk wetsvoorstel gebleken”, gaat Slingerland verder. „Bijvoorbeeld: een autistische leerlinge van een openbare school kreeg in een GSA aangepraat dat ze een jongen is. Pas na negen maanden, toen ze met zelfmoordneigingen rondliep, vertelde ze haar ouders erover.”

Hoe een school Bill 10 precies invulling gaf, lag niet vast. Daardoor konden christelijke scholen dat op hun eigen manier doen. Bill 24 maakte een einde aan die speling. Dat wetsvoorstel werd in november 2017 door het parlement, waar de regerende New Democratic Party (NDP) een absolute meerderheid had, aangenomen.

De inhoud van Bill 24: wenst een leerling een GSA, dan moest de schooldirecteur daar acuut mee instemmen. Overleg met de directie is verboden. Evenals het informeren van ouders over waar hun kind mee bezig is.

Rechter

Bill 24 was voor 26 scholen, 8 ouders en 2 andere organisaties aanleiding om naar de rechter te stappen, schreef het Reformatorisch Dagblad op 22 juni 2018. Ook de Calvin Christian School sloot zich bij de protesterende coalitie aan. „Niet scholen, maar ouders hebben gezag en verantwoordelijkheid over hun kind. Dat wij ouders niet meer op de hoogte mochten stellen van wat hun kind deed, was een stap te ver”, verklaart Slingerland. De wetswijzigingen die Bill 24 veroorzaakte, moesten volgens de ouders en scholen ongrondwettig worden verklaard.

De uitspraak werd uitgesteld tot november 2019. „Wij verzochten de rechtbank ons tot die tijd een vrijstelling te verlenen, maar dat verzoek werd van tafel geschoven.” Dus moesten scholen uiterlijk 30 juni 2019 op hun website kenbaar maken dat ze de wijzigingen die Bill 24 veroorzaakte, zouden uitvoeren. Gedurende die periode had Bill 24 nog geen gevolgen, maar de consequenties hingen wel als een dreigende wolk boven de school.

Van scholen die niet gehoorzaamden, zou met ingang van cursusjaar 2019-2020 de subsidie worden stopgezet. Ook zouden diploma’s ongeldig verklaard kunnen worden, of in een uiterst geval kon de school worden verboden.

Na de provinciale verkiezingen van 16 april ziet de nabije toekomst er voor religieuze scholen veel zonniger uit. De regerende NDP zakte van 52 naar 24 zetels. De United Conservative Party (UCP) steeg van 25 naar 63. Jason Kenney, leider van de conservatieven, is nu premier van Alberta. Hij heeft zich altijd uitgesproken tegen Bill 24.

Binnen de UCP zijn ook politici die voorstander van Bill 24 zijn. Het was voor Slingerland daarom spannend wie Kenney als minister van Onderwijs zou aanwijzen. „Gelukkig is dat Adriana LaGrange geworden. Zij deelt onze christelijke waarden over gezin, gezag en onderwijs en zal de wetswijzigingen die Bill 24 heeft veroorzaakt, terugdraaien.”

Ethische zaken

De winst van de conservatieven is volgens Slingerland volledig te danken aan economische omstandigheden. „De economie in Alberta draait niet zo goed. Er is veel leegstand van kantoorpanden en er zijn veel werklozen. De UCP is voorstander van het aanleggen van een extra pijpleiding naar buurprovincie British Columbia. Dat zou de olie-industrie, en daarmee de werkgelegenheid, een impuls geven.” Als de verkiezingsstrijd over ethische zaken zou gaan, zouden de conservatieven veel minder stemmen hebben gekregen, denkt de schooldirecteur.

In de verschillende kerken in Zuid-Alberta, op school en in de gezinnen is veel gebeden voor een positieve uitslag. „Deze verkiezingsuitkomst is een antwoord op die gebeden. Maar we moeten nu niet opgelucht achteroverleunen. Dit is slechts een pauze in het bergafwaarts hollen van de maatschappij. Deze verkiezingsuitslag betekent niet dat de maatschappij conservatiever is geworden.”

De rechtszaak tegen Bill 24 is ook niet van de baan, „al is een aantal aanklachten nu niet meer relevant”, stelt Slingerland. Er zijn nog drie zaken waar de groep van bezorgde ouders en scholen tegen blijft strijden. Eén: GSA’s zijn niet onschuldig, maar blijken schadelijk te zijn. Twee: ook Bill 10 is fout; GSA’s zijn er voor homoactivisten en dienen niet het belang van scholen, kinderen of ouders. Drie: de overheidswebsite over GSA’s is vulgair en er wordt op een vijandige manier over de visie van religieuze minderheden geschreven.

Lhbt-geluid

Wat kunnen christelijke scholen in Nederland leren van de situatie in Alberta? Slingerland: „Zolang we in vrijheid ons geloof kunnen vormgeven, houden veel christenen zich stil. Vanuit de gedachte: als wij onze seculiere medemens maar met rust laten, dan zullen zij ons ook niet storen. Maar als we dat doen, raakt de maatschappij steeds meer vervreemd van de Bijbelse boodschap en de daaruit voortkomende normen en waarden.”

Het geluid van de lhbt-lobby is volgens Slingerland voor velen zo gewoon geworden, omdat activisten hun boodschap vaak en op veel plekken herhalen. „Als je iets geks maar vaak genoeg hoort, wordt het vanzelf normaal. Dat is de afgelopen decennia in bijna de hele wereld, in ieder geval ook in Nederland, met het lhbt-geluid gebeurd.”

Hoort de maatschappij de Bijbelse visie op seksualiteit en gezag wel genoeg, vraagt de directeur zich hardop af. „Komt de macht van de lhbt-lobby misschien doordat wij zo weinig van ons laten horen? Zijn wij wel een zoutend zout en een lichtend licht? Niet dat we op dezelfde activistische manier onze boodschap aan iedereen moeten opdringen, maar in het Westen zijn we vaak te bang om vrijmoedig over God en Zijn Woord te praten, terwijl die boodschap voor iedereen goed en heilzaam is.”