Wonen op gewijde duingrond

Duinen rechts, nog meer duinen links. Het stoffige zandweggetje naar het huis van George ten Hoope loopt midden door de natuur. Met herten en hagedissen, konijnen en kikkers. „Kijk, een raaf.” Nog indrukwekkender is Eerebegraafplaats Bloemendaal. Gewijde duingrond.

De begroeiing van het duingebied van Nationaal Park Zuid-Kennemerland knispert onder de voeten van bezoekers. De droogte eist zijn tol. Her en der staan bomen in herfsttooi. Bruin, verdord. Mistroostig.

Midden in het nationaal park ligt de Eerebegraafplaats Bloemendaal. De Nederlandse vlag wappert fier. ”Geheiligd is de grond dien gij betreedt”, staat op de toegangspoort. Op de begraafplaats liggen 372 omgekomen verzetsstrijders. Serene stilte. Bekende namen.

Johannes Post, Marinus Post, Hannie Schaft, Gerrit Jan van der Veen. Velen van hen zijn in de duinen gefusilleerd door de Duitsers. Elk jaar, op 4 mei, komen zo’n 4000 tot 5000 bezoekers tijdens dodenherdenking bijeen om stil te staan bij de oorlogsslachtoffers. En bij de vrijheid.

George ten Hoope (68) woont, verscholen tussen de duinen, op een steenworp afstand van de dodenakker. De beheerder is „het enige kind” dat ooit op de begraafplaats is geboren. „Zo staat het ook op mijn geboortekaartje.”

Vader Gerrit ten Hoope, de eerste toezichthouder van de Eerebegraafplaats, heeft geholpen om de honderden in de duinen doodgeschoten verzetsmensen op te graven. Links achter op het kerkhof ligt de op 17 november 1944 gefusilleerde Marinus Post herbegraven. ”De Heere regeert”, getuigt zijn grafsteen. Daarnaast Johannes Post,16 juli 1944. ”God vergist zich niet”. Geloofstaal.

De begraafplaats is in 1945, direct na de oorlog, aangelegd om verzetsstrijders een ereplaats te geven. Ten Hoope woont in een beheerderswoning, gebouwd met restanten van bouwmateriaal voor de begraafplaats. „De woning zou twintig jaar dienstdoen. We zijn nu zeventig jaar én een paar interne verbouwingen verder.”

De toezichthouder staat voor veertien uur op de loonlijst van de Stichting 1940-1945. Elke ochtend om 9.00 uur hijst hij de vlag. Elke avond om 18.00 uur strijkt hij de driekleur. Vast ritueel. „Ik hang de vlag op, doe drie stappen terug en breng een groet als eerbetoon.”

Boven op een duin, naast de dodenakker, staat een groot houten kruis. Een stille heenwijzing. De beheerder tuurt vanaf de top in de verte. „Dáár”, wijst Ten Hoope. Pakweg 60 meter verderop maakt een hert zich uit de voeten. Een lage stenen muur scheidt de begraafplaats van het duingebied. „Herten springen er zomaar overheen.” Een hek, iets verderop, moet Schotse hooglanders en paarden op afstand houden.

De begraafplaatsbeheerder woont met veel plezier in het nationaal park. „Ik voel me een bevoorrecht mens”, zegt hij onder een partytent in zijn achtertuin. „Ik wil hier nooit weer weg.” Een fonteintje klatert. Kikker hiphoppen door het versgesproeide gras.

Toch moet Ten Hoope binnenkort zijn woning verlaten. „Een beheerder mag nog vier jaar na zijn 65e blijven.” Volgend jaar hoopt de toezichthouder 69 te worden. „Vertrek is pijnlijk, heel pijnlijk.” Ten Hoope heeft een „diepgewortelde binding” met de begraafplaats en de omgeving. „Het is mijn geboortegrond.” Een smeekbede aan de Stichting 1940-1945 om te mogen blijven, is nog niet beantwoord.

In de duinen heerst rust. Soms verstoort Schiphol wreed de stilte. Of het circuit van Zandvoort. Of een strandfeest in Bloemendaal. Af en toe staat de beheerder onverwacht oog in oog met bijvoorbeeld wildkampeerders en drugsgebruikers. Ten Hoope pakt ongenode gasten streng aan. Geblaf van Nala, zijn –„gecertificeerde”– politiehond, doet wonderen.

Het duingebied oogt verlaten. „Het dichtstbijzijnde huis staat 3 kilometer verderop. Ik zou niet weten wie er woont.”

Serie Parkbewoners

Op bezoek bij mensen die in een nationaal park wonen. Deel 8 (slot): Zuid-Kennemerland.