Wekeroms heidegebied blijkt korstmossen-hotspot

Gelobd stippelschildmos. beeld RD
21

Wie denkt dat er ’s winters weinig te zien is in de natuur, zou eens aan een korstmossenexcursie moeten deelnemen. De eindscore van een dagje mossen en korstmossen kijken: circa 125 soorten. Waaronder drie nieuwe voor Nederland.

Klik op de foto om beelden van de vele verschillende korstmossen te bekijken.

Een kronkelig bospaadje dat voert naar de gewenste locatie –een oud heideterrein– belooft veel goeds. Links en rechts groeien massaal witte dwergstruikjes van zo’n 5 centimeter hoog. Bij nadere inspectie blijken die geen planten te zijn, maar korstmossen: een samenlevingsvorm tussen een alg en een schimmel (zie kader). Dit is open rendiermos, een soort die sterk lijkt op het in Nederland uitgestorven kerststukjes-rendiermos. Zoals de naam verraadt, worden deze wel gebruikt ter versiering van bloemstukken.

Locatie is de Valouwe, een bos- en heidegebied nabij het Gelderse Wekerom. De excursie, georganiseerd door de Wageningse afdeling van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV), blijkt niet alleen mensen uit de regio aan te trekken. Een echtpaar komt uit Den Haag, een man uit Noord-Brabant en een jongedame uit Maastricht. Zoals gewoonlijk voor natuurexcursies zijn ouderen in de meerderheid. Toch zijn er vier twintigers onder de circa twintig aanwezigen.

Korstmossentapijt. beeld RD

Stuifzandstapelbekertje

Tussen het rendiermos groeit varkenspootje. De uiteinden van de takjes hebben inderdaad wat weg van de tenen van een varken.

Het bos gaat plots over in een heidegebied met veel open, onbegroeide plekken. Ideale omstandigheden voor korstmossen, die te vinden zijn op plekken waar niets anders groeit. De grond is dan ook bijna volledig bedekt door een korstmossentapijt met allerlei kleuren en vormen.

Vrijwel alle typische soorten van heide- en stuifzandgebieden zijn hier op een vierkante kilometer vertegenwoordigd. Denk aan stuifzandstapelbekertje, wrattig en plomp bekermos en rode heidelucifer.

Rode heidelucifer. beeld RD

Kalk

Een deelnemer ontdekt een bisschopsmuts. Geen korstmos, maar een mos; een primitief plantje dus. „De grijze of de wollige?” vraagt ze. Een stukje materiaal wordt meegenomen ter microscopische controle. De nauwelijks getande, kleurloze bladtop laat er geen misverstand over bestaan: dit is de grijze bisschopsmuts. Deze soort is vrij algemeen in de kalkrijke duinen, maar schaars in het overwegend zure binnenland.

Even verderop groeit zomersneeuw, eveneens een kalkminnaar. Zomersneeuw krult ’s zomers als het droog is op en laat dan zijn helderwitte onderkant zien, vandaar zijn naam. Beide soorten verraden dat de grond hier rijk is aan kalk en andere mineralen, en waarschijnlijk veel bodemleven huisvest.

Varkenspootje. beeld RD

Een stuk verrot hout lijkt niet interessant te zijn. Toch ontdekt excursieleider Henk-Jan van der Kolk er iets bijzonders op. Minuscule kommetjes, op een lichtgroene algenlaag. „Mogelijk is dit tweesporig kroesje. Maar dat moet ik thuis even controleren.” De deelnemers staan in een kring en bestuderen een voor een het stuk hout. Zonder er iets op te zien. Ten einde raad maakt Van der Kolk een foto van het exemplaar. Dat scheelt. Even speuren door de loep en de kommetjes komen in beeld.

Achteraf blijkt het om een ander kroesje te gaan: Absconditella lignicola, een soort die niet eerder in Nederland is waargenomen.

Absconditella lignicola, nieuw voor Nederland. beeld RD

Berkje

Een eenzaam berkje op het heideterrein blijkt vol verrassingen te zitten. „Is dit heksen- of kapjesvingermos?” vraagt iemand aan de excursieleider. Van der Kolk reageert niet. Zijn geoefend oog bestudeert door een loep met lampje enkele oranje schijfjes die vlak naast het vingermos groeien. „Vermoedelijk oranje boomzonnetje.” Enkele takjes verdwijnen in zijn tas, voor nadere inspectie thuis.

Later blijkt het een gelijkende soort te zijn: Caloplaca asserigena. Ook nieuw voor Nederland.

Stapelbekertje. beeld RD

Op de berkentakjes zitten kleine zwarte schijfjes: struikschotelkorst. In 2017 werd die voor het eerst in Nederland ontdekt. Vandaag is de groep getuige van de tweede vondst.

Na twee uur op hetzelfde heideterrein te hebben doorgebracht, wordt het aangrenzende bosgebied onderzocht. Op een berkenstam zitten zwarte stipjes op een algenlaag. Later blijkt dat dit Psammina inflata is, een korstmosparasiet. De derde nieuwe soort voor Nederland vandaag.

Psammina inflata onder de microscoop. beeld Henk-Jan van der Kolk

Een deelnemer ontdekt nog een zeldzaamheid: gelobd stippelschildmos. Een relatief grote korstmos die maar van vijf plekken in het land bekend is, waaronder de Biesbosch.

De ontdekker controleert nog even of dit niet een verwante soort is. Hij laat een druppeltje chloor vallen op het merg van het korstmos. Het merg kleurt niet rood, en dat klopt volgens het boekje. Gefeliciteerd.

Grijze bisschopsmuts. beeld RD

Korstmos

Een korstmos is een samenlevingsvorm (symbiose) van een alg en een schimmel. De alg zorgt door middel van fotosynthese voor de suikerproductie; de schimmel hecht zich aan een oppervlakte en houdt vocht vast.

Korstmossen worden wel verward met mossen, maar zijn totaal verschillende organismen. Mossen zijn primitieve planten, zonder een vaatstelsel en echte wortels. Mossen leven niet samen en voorzien in hun eigen energiebehoefte.