Water zuiveren met een helofytensloot

Wolter van der Kooij bij de stuw aan het eind van de helofytensloot. Het is een proefopstelling bij de Aeres Hogeschool in Dronten. beeld Dick Vos

Met een helofytensloot, een sloot vol planten en een stuw, kunnen boeren zelf het vervuilde water van hun erf en boerderij zuiveren. Daarnaast kunnen ze er water mee vasthouden in tijden van droogte.

„Kijk, schrijvertjes!” zegt Wolter van der Kooij enthousiast, wijzend naar kevertjes die zwemmen op het wateroppervlak van de sloot. „Schrijvertjes zijn een aanwijzing dat het water schoon is. Ik heb eerder al drie soorten libellen gezien.”

Van der Kooij, lector agrarisch waterbeheer aan de Aeres Hogeschool in Dronten, heeft de 800 meter lange sloot op het praktijkbedrijf van de hogeschool omgevormd tot ”helofytensloot”. Hij gaat er de komende tijd mee experimenteren. Hij hoopt daarna boeren ervoor te interesseren.

Helofyten zijn planten die met de wortels in het water staan en het water zuiveren in samenspel met bacteriën die rondom de planten goed gedijen. Het gaat om gewone slootplanten, zoals riet en grote lisdodde. Grote lisdodde valt aan de waterkant op met zijn sigaren aan het uiteinde van de stengels.

Licht vervuild

In de sloot komt licht vervuild water terecht vanaf het erf van het praktijkbedrijf van de hogeschool, waaraan twee melkveestallen staan. Van een boerenerf stroomt vervuild water af als het hard regent, legt Van der Kooij uit. „De koeien laten onderweg van de weide naar de stal weleens wat vallen. Er kunnen ook perssappen op het erf terechtkomen. Bij het opslaan van mais loopt er sap uit de mais dat rijk is aan voedingsstoffen. Als je suikerbieten op het erf legt, blijft daar ook wat van achter. Verder kan er uit spuitmachines een restje gewasbescherming lopen.”

Ondanks het feit dat de boeren maatregelen nemen om vervuiling tegen te gaan, kunnen deze stoffen in sloten rond een boerderij terechtkomen. Daardoor gaat de waterkwaliteit achteruit. Het waterschap controleert daarom geregeld of boeren hun erf goed schoonhouden. „Boeren vinden dat irritant. Ze hebben het al druk genoeg”, zegt Van der Kooij. Hij begrijpt dat heel goed sinds hij de regelgeving heeft bestudeerd. „Ik ben ervan geschrokken. Het is doorgeslagen. Er zijn heel veel regels en die veranderen steeds.”

Hij hoopt dat boeren met de helofytensloot de regie krijgen over hun eigen waterbeheer. Zij kunnen er zelf het afvalwater van hun erf mee zuiveren. Ook het afvalwater van de boerderij –afkomstig uit de keuken, het toilet en de badkamer– kan erin worden gereinigd.

Minder maaien

De helofytensloot is een variant op het helofytenfilter, vertelt Van der Kooij. „Een jaar of vijftien geleden moesten alle boeren op het riool worden aangesloten. Het afvalwater van boerderijen ging tot dan toe vaak de sloot in. Toen is het idee ontstaan om helofytenfilters aan te leggen”, vertelt hij. De eenvoudigste vorm van een helofytenfilter is een moeras waar verontreinigd water in wordt geleid. „Normaal is zo’n helofytenfilter ongeveer 10 meter lang. Ik dacht: waarom zou je er niet een hele sloot voor gebruiken met planten erin? In een helofytenfilter worden gewoon slootplanten gebruikt.”

In boerensloten vind je zulke planten maar weinig, omdat de sloten vaak worden gemaaid. „Alle boeren moeten de sloten van hun eigen bedrijf één keer per jaar maaien, vóór 15 november. Een gedeelde sloot, die door verschillende boeren wordt gebruikt, moet twee keer per jaar worden gemaaid, ook in juli.”

Deze regel, de zogeheten schouwplicht, stamt uit de tijd dat water snel moest worden afgevoerd. Tegenwoordig zijn er ook perioden van droogte, waardoor het de vraag is of het zo erg is dat water door plantengroei minder snel wegstroomt. Daarnaast is de ene sloot de andere niet. In Flevoland zijn de sloten net „tankgrachten”, zegt Van der Kooij. Die groeien niet zo snel dicht. Dat geldt ook voor die op het praktijkbedrijf. Ze zijn 2 meter diep en 4 meter breed. Waarom is er dan nog zo’n rigide regel voor het maaien, vraagt hij zich af.

Minder maaien heeft veel voordelen, zegt Van der Kooij. „Het is goed voor insecten, muizen en zoogdieren. Sloten kunnen netwerken van biodiversiteit zijn. Het kost geen grond en het bespaart boeren werk. De gekleurde linten die daardoor in het landschap ontstaan, hebben ook recreatieve waarde.”

Stuw

Hij heeft voor zijn eigen helofytensloot een ontheffing van de schouwplicht gekregen voor vijf jaar. Hij dacht eerst dat hij slootplanten moest kopen, maar ze kwamen vanzelf op. „De lisdodde stond er al voor de stuw er was.” Door een communicatiefout werd de sloot –ondanks de ontheffing– in juni per ongeluk toch gemaaid. Hij ziet er kaal uit. Maar onder het wateroppervlak zijn de planten nog aanwezig, zegt Van der Kooij. „Als je hier over een jaar terugkomt, ziet het er heel anders uit. Dan staan de planten, grassen, kruiden en bloemen een meter hoog.”

Hij zal nog wel eens per jaar de planten uit de sloot maaien en afvoeren. „Anders komen de voedingsstoffen alsnog in het water. Misschien gaan we voortaan in juni maaien. Lisdodde is namelijk geschikt als veevoer, maar dan moet je wel maaien voor ze kaarsen (de ‘sigaren’) krijgen.”

De helofytensloot kan worden afgesloten met een stuw. Die is in mei geplaatst. Met de stuw kan worden voorkomen dat het water vanuit de sloot de ”tocht” in loopt, een kanaaltje waarop verschillende sloten uitkomen. „Toen de stuw werd neergezet, hebben de medewerkers van het praktijkbedrijf hem meteen omhooggezet. Ze wilden geen druppel water meer kwijt.”

Dankzij de stuw staat er nog 95 centimeter water in de sloot. De sloot aan de andere kant van de weide die geen stuw heeft, die precies even lang, breed en diep is, staat helemaal droog.

Van der Kooij gaat ervan uit dat de bodem natter is als er water in de sloot wordt vastgehouden. Dit gaat hij de komende maanden meten met bodemvochtsensoren. Daarnaast heeft hij meetapparatuur besteld om aan het begin en aan het eind van de sloot de waterkwaliteit te meten. Hij doet dit onderzoek samen met het waterschap Zuiderzeeland.

Soortenrijkdom

Hij heeft vooraf gemeten wat er allemaal aan planten en dieren leeft rondom de sloot. Na verloop van tijd kijkt hij dan of de soortenrijkdom vooruit is gegaan.

„Ik zou graag, in overleg met het waterschap, een keer wat gewasbeschermingsmiddelen aan het begin van de sloot willen gooien en dan aan het einde kijken of ze nog meetbaar zijn. Het is belangrijk dat de gewasbeschermingsmiddelen op de bedrijven blijven. Als je ze heel precies gebruikt, spoelen ze denk ik niet uit. Maar met een helofytensloot kun je ze opvangen als het toch gebeurt.”

Hij hoopt de komende tijd te bewijzen dat de helofytensloot werkt. Hij verwacht dat boeren hem dan wel willen hebben. „Ik ben nog geen boer tegengekomen die hem niet wil.”

De kosten zullen nog wel omlaag moeten. De stuw in de testsloot kostte 12.000 euro en het installeren ervan nog eens 8000 euro. Van der Kooij verwacht dat de totaalprijs kan zakken naar 5000 euro door gebruik te maken van schotbalken in plaats van een stuw.

Hij vindt dat de waterschappen het aanleggen van helofytensloten moeten stimuleren, omdat er alleen maar voordelen aan zitten. „Het water wordt bovenstrooms vastgehouden, de biodiversiteit neemt toe en het waterschap hoeft niet telkens meer boerenerven en -sloten te controleren. Het an bijvoorbeeld elke maand in de tocht een monster nemen. Boeren kunnen er zelf mee regelen wat er op hun land gebeurt. Ze zien de effecten van hun handelen op de kwaliteit van het water. Als er bijvoorbeeld per ongeluk kunstmest uitspoelt, vervuilt dat de sloot heel erg. Ik vind ook dat boeren die schoon water lozen, beloond moeten worden door ze minder waterschapsbelasting te laten betalen.”

Oude denktrant

Boeren willen volgens hem wel duurzamer werken. „Ze zijn allemaal wel in voor de helofytensloot. Het probleem zit bij de waterschappen.” Die zitten volgens hem vast in het oude denken van water zo snel mogelijk afvoeren en staan nauwelijks open voor vernieuwing. „De waterschapsbesturen zijn vergrijsd. De meeste mensen die erin zitten, hebben bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Ik heb 25.000 euro subsidie van het waterschap gekregen voor het onderzoek naar de helofytensloot en ik ben daar heel blij mee, maar ik hoop in de toekomst op meer.”