Wat enkele regenbuitjes met een dorre heide doen

Normaal gesproken strekken de paarse heidevelden zich fantastisch mooi uit in de maand augustus. Nu zie ik slechts hier en daar spaarzaam een bloeiende heidestruik oplichten tussen de door de zon verschroeide heipollen, die het deze zomer te lang zonder hemelwater moesten stellen. Geen bijenkorven, geen bijenkasten, niets van dat alles dit jaar. De bijen hebben niets op de hei te zoeken, want het merendeel van de heidepollen is verschroeid door de brandende zon, die dag in dag uit, week in week uit stond te branden boven het dorstige veld.

Gedurende de 32 jaar dat ik de schapen hoed, heb ik nooit eerder een zomer meegemaakt waarin de hittegolf zo lang duurde. De grassen en bomen leden onder het watertekort, waardoor het steeds moeilijker werd voor de schapen om hun voedsel te vinden in het veld. De vennetjes stonden en staan nog steeds volkomen leeg. Bizar!

In de gebarsten aarde tref ik sporen aan van herten en zwijnen die op zoek zijn naar water. En dan toch, ineens, na enkele spaarzame regenbuitjes, zien we spontaan de hele natuur weer tot bloei komen. Vers jong gras en nieuwe heide ontspruiten uit de aarde. De veerkracht van de natuur blijkt verbazingwekkend groot te zijn. De schapen verdringen zich om als eerste bij de bloeiende heidestruikjes te zijn.