Wandelend op Skye kom je alleen jezelf tegen

Vakantie 2019
Wandelen op Skye. Links de Marsco, rechts de Cuillins. beeld RD
9

Met hun dreigende zwarte pieken domineren de Black Cuillins het Schotse eiland Skye. Het grillige vulkanisch bergmassief, vaak omhangen met dichte nevels, heeft tegelijk een onweerstaanbare aantrekkingskracht en een afschrikwekkende uitstraling. Toppen met onheilspellende namen als Sgurr Alasdair en Am Bastair vormen ook voor ervaren bergbeklimmers een uitdaging.

Het is onze eerste volle dag op Skye, het uitgestrekte eiland aan de westkust van Schotland. Na een frisse nacht in Glenbrittle, pal aan de voeten van de Cuillins, breken we onze tent op. In het kampwinkeltje warmen we ons aan dampende koffie, gebogen over een routekaart. We besluiten om een van de omliggende bergen te beklimmen. Vanaf de top moet het zicht op de Cuillins geweldig zijn.

De wandeling naar de 742 meter hoge Marsco begint in Sligachan, bij de meest gefotografeerde brug van het eiland. De oude stenen boogbrug voert over een riviertje naar het begin van de 14 kilometer lange wandelroute. Er waait een stevige bries en het wolkendek is gesloten, maar de beruchte Schotse nattigheid blijft uit.

De eerste kilometers van de tocht meanderen we over een goed begaanbaar pad, parallel aan het water. Om ons heen ligt glooiend grasland. Uit de verte lijkt het een zachtgroene deken, maar van dichtbij zien we bonkige pollen met grassoorten in allerlei groentinten. Her en der doorbreken stukken heide het patroon. Bomen groeien hier nauwelijks.

Na enige tijd buigt de route af. Met de Cuillins in de rug bestijgen we langzaam een smalle bergpas – een bealach, zoals de Hooglanders zeggen. Het was deze zelfde pas die in 1746 door troonpretendent Charles Edward Stuart werd beklommen op zijn vlucht voor het Engelse leger. Nadat de jacobitische opstand bloedig was geëindigd in de slag bij Culloden, ontsnapte ‘Bonnie Prince Charlie’ met hulp van Flora MacDonald naar Skye, en via het eiland naar Frankrijk.

Niets getuigt van die roerige geschiedenis als we onze hoogtemeters maken en de top van de pas bereiken. Een koude wind snijdt door onze kleren. We drinken wat en zetten onze tocht voort op het steilste stuk van de route: de noordelijke flank van de Marsco.

Potje koken in Portree. beeld RD

De Marsco is een van de tien Grahams op Skye. Grahams zijn bergtoppen tussen de 610 en 762 meter hoog. Ze staan in de schaduw van de Munro’s, die tenminste 913 meter hoog zijn. Daarvan telt Skye er maar drie, allemaal gelegen in de Cuillins.

Al die cijfers en benamingen tellen niet als we de laatste meters van de Marsco opklauteren. Het is alsof we op de nok van een dak staan: bovenop kronkelt een smal paadje, terwijl de flanken aan weerszijden schuin naar beneden afsteken. De straffe wind vanaf de Cuillins, nu weer links van ons, giert om ons heen. We onderdrukken de paniekerige neiging om weer om te draaien. Zonder naar beneden te kijken, houden we de top strak in het oog. Dáár moet het heen.

Als we ons even later in de luwte van de berg op de grond laten zakken, breekt het wolkendek open. Aan alle kanten ontrolt zich het majestueuze uitzicht. De machtige Cuillins achter, de conische Red Hills voor. En overal tussen de bergen glinstert het water van talloze meren, met aan de horizon de Atlantische Oceaan.

Onuitwisbaar

De tocht naar de top van de Marsco en weer terug kost ons zo’n zes tot zeven uur. We komen de hele dag nauwelijks iemand tegen, behalve onszelf. Want de lange dag levert naast onuitwisbare indrukken ook een knieblessure op. De afdaling blijkt pittiger dan gedacht. Dus besluiten we de volgende dagen tot kortere wandelingen.

Het mooie van Skye is dat het eiland, de grootste van de Binnen-Hebriden, qua natuur en landschap een rijke diversiteit kent. Er zijn de zwartbasalten rotspartijen van de Cuillins, verborgen kiezelstranden en imposante kliffen. Er zijn bosrijke gebieden en kale valleien. Het Tolkienachtige Quirainggebergte op de noordoostelijke landtong is van weer een heel ander kaliber.

Zo kan het dat je je binnen een enkel uur rijden ineens in een heel andere omgeving bevindt. Op al die plekken zijn tal van prachtige wandelingen, korter of langer, te maken. Een paar locaties kun je beter mijden. Dat zijn makkelijk toegankelijke stukjes bijzondere natuur, waar busladingen vol toeristen –vooral Aziaten en Amerikanen– voor korte tijd worden losgelaten. Ze lopen wat verdwaasd rond, doorelkaar gehusseld tijdens een veel te dure ‘island tour’, ze maken selfies en crossen daarna weer naar de volgende bezienswaardigheid.

Echt van Skye genieten doe je op een manier. Dat moet buiten de gebaande wegen, op plekken waar de stilte heerst. Onze volgende tocht brengt ons naar Claigan, op het westelijke puntje van het eiland. We rijden langs Dunvegan Castle, ooit de woonplaats van heldin Flora MacDonald. Zij bewaarde er na de spectaculaire ontsnapping een haarlok van prins Charles.

Via een smalle weg vol gaten –potholes– bereiken we de parkeerplaats. Vandaar voert een grotendeels vlakke wandelroute naar Coral Beach, een van de weinige zandstranden op Skye. Uit de verte straalt het witte zand ons tegemoet, hier en daar ontsiert door slierten gedroogd zeewier.

Coral Beach. beeld RD

Als we onze bergschoenen op het strand zetten, wacht ons een verrassing. Het witte zand is helemaal geen zand, maar zeewierkalk: verbleekte en verkalkte restanten van rood zeewier dat groeit op het rif bij het onbewoonde eilandje Lampay, vlak voor de kust. De kalkkorrels hebben allerlei vormen en voelen zacht en warm aan. Het contrast met het opvallend blauwe water is groot en dankzij de zon die de wolken heeft verdreven, doet Coral Beach tropisch aan.

Kliffen

De volgende dag blijven we in maritieme sferen. We rijden richting de noordwestkust, in de buurt van Kilmuir. We passeren de ruïne van een kerkje en parkeren de huurauto aan het einde van een verlaten landweggetje. Een duidelijk pad ontbreekt, maar dankzij diverse markeringspunten op het grasland komen we steeds dichter bij ons uiteindelijke doel: de kliffen.

beeld RD

Even lijkt het alsof de aarde abrupt ophoudt. Als we dichter bij de rand komen, zien we de rotskust diep beneden ons overgaan in de oceaan. Op veel plekken is het zo steil dat we eerbiedig afstand houden.

Maar ergens hier moet een verscholen pad liggen naar beneden, naar een plek met de illustere naam ”Cave of Gold”, de gouden grot.

We vinden het pad en dalen af, voorzichtig om niet uit te glijden. Onder ons kolkt de oceaan en klinkt het geschreeuw van watervogels. De kliffen zijn opgebouwd uit hoekige basaltformaties. Erosie van eeuwen gaf de kustlijn bijzondere vormen. En dan, om een hoek, zien we de metershoge ingang van de grot. Een diep, zwart rechthoekig gat, waar alleen het water binnen kan. De grot is ontoegankelijk, zelfs bij eb.

Erg is het niet, want het echte goud ligt buiten de grot. We zitten lange tijd op de rotsen, verborgen voor het oog van mensen, turend naar de horizon. Alleen gezien door de talrijke aalscholvers, die dan weer over het water scheren en dan weer hun posities op de basaltkeien innemen. Een mens voelt zich klein temidden van de grootheid van de schepping.

beeld RD

Op de terugweg passeren we een heuvel met de restanten van Dun Bornaskitaig, een versterking uit de ijzertijd. Je ziet ze meer op Skye, deze brochs: cirkelvormige heuvels die een makkelijk te verdedigen toevluchtsoord vormden in tijden van gevaar. Bijvoorbeeld van de Noormannen, wiens expansiedrift ook Skye trof.

Het echte gevaar kwam niet van barbaren trouwens, maar van eigen bloed. Landeigenaren die in de achttiende en negentiende eeuw hun pachters massaal verdreven, omdat schapen nu eenmaal meer geld opbrachten. Deze zwarte bladzijde uit de Schotse geschiedenis is de verklaring voor de schamele bevolkingsdichtheid in de Hooglanden. En voor de vele ruïnes van pachterswoningen, vaak slechts een paar rijen stenen, verborgen in het gras.

Het is die merkwaardige cocktail van tragiek en ongereptheid die Skye een geheel eigen karakter geeft. De witgepleisterde huisjes op het eiland laten zien dat het leven er hard is, nog altijd. Maar als na de lange, natte winter de zomer losbarst, toont Skye een ongewone schoonheid.

Die smeekt erom zich al wandelend te laten bewonderen.

Zonsondergang op Dunvegan Campsite. beeld RD

Reistips

Reizen naar Skye

Skye ligt niet om de hoek. Een blik op de kaart leert dat het Schotse eiland even noordelijk ligt als het zuiden van Noorwegen. En dan is er de barrière van de Noordzee. Een reis naar het mysterieuze eiland kost dus wel even tijd.

Wij kiezen voor het vliegtuig. Tent, kampeergerei, slaapmatten en -zakken passen met wat moeite in een flinke koffer. Kleding en overige benodigdheden proppen we in een kleine koffer die als handbagage mee mag. De vlucht met KLM van Schiphol naar Inverness duurt iets meer dan anderhalf uur.

Op het kleine vliegveld huren we een auto bij een van de autoverhuurbedrijven. Dan wacht nog een autorit van ruim tweeënhalf uur –links rijden went snel– naar Portree, de centrale hoofdplaats van Skye. Sinds 1995 is het eiland verbonden aan het Schotse vasteland door een brug, de Skye Bridge.

Reizen per boot is ook mogelijk. De meest voor de hand liggende overtocht is die van IJmuiden naar Newcastle, verzorgd door DFDS. Het betreft een nachtelijke vaartocht. Vanuit Newcastle is het nog zo’n 7,5 uur rijden naar Portree.

Verblijf

Kamperen op Skye is een aanrader. Wij doen twee campings aan, te beginnen met Glennbrittle Campsite in het zuiden van Skye aan de voet van de Cuillins, met uitzicht op het strand van Loch Brittle. Van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds is de campingwinkel open –waar heerlijke koffie te verkrijgen is. Pluspunt van deze camping: onze smartphones hebben er geen bereik; echt vakantie dus.

Onze tweede camping, Kinloch Campsite, ligt aan de noord-westkust van het eiland. We zetten onze tent op aan het uiteinde van een zijarm van Loch Dunvegan. ’s Avonds vroeg in de tent kruipen is onverstandig: de zonsondergang is prachtig. En wie geluk heeft, ziet vanuit z’n tent een zeehond in de baai.

Wildkamperen is in Schotland ook toegestaan. De laatste nacht van ons verblijf besluiten we dat te proberen. We moeten wel even wat schroom overwinnen. Maar uiteindelijk vinden we een ideaal wildkampeerplekje naast een kabbelend stroompje aan de oostkant van de Cuillins. De schapen grazen om de tent. De stilte is tastbaar. Enige nadeel: het ontbreken van sanitair.

Ook voor de niet-kampeerders zijn er opties te over op Skye. Hotels, hostels en cottages natuurlijk, maar vooral Bed en Breakfasts.

Wildkamperen op Skye. beeld RD

Wandelen

Een bezoeker aan Skye ontkomt niet aan een wandeling. Dat kan een meerdaagse zijn, een bergwandeling van een dag of een kustwandeling van een enkel uur. De website die ons goed helpt bij het uitzoeken van onze tochten is walkhighlands.co.uk: zeer informatief, handig in gebruik en met de mogelijkheid de route te downloaden naar de smartphone.

Een boekje dat ons op mooie plekken bracht, is ”Isle of Skye: 40 Coast and Country Walks”, voor nog geen 6 Engelse pond te koop via Amazon.

Kerkbezoek

Schotland heeft een rijke kerkgeschiedenis en ook vandaag de dag zijn er nog tal van Bijbelgetrouwe christelijke denominaties. Skye telt verschillende gemeenten binnen de Free Church of Scotland (Continuing), de Free Presbyterian Church of Scotland, de Church of Scotland en de Free Church of Scotland.

Veel van deze gemeenten houden ook doordeweekse diensten: ”prayer meetings”. Via de Nederlandstalige site connectedchurches.nl is informatie te vinden over deze gemeenten.