Waarom plastic in sommige gemeenten weer bij het restafval mag

De nascheider in de afvalinstallatie van AVR in Rotterdam haalt plastic uit het restafval. beeld AVR
4

Plastic scheiden was jarenlang de norm. Steeds meer gemeenten kiezen er nu echter voor om een afvalinstallatie het werk te laten doen. Die sorteert vaak beter dan de burger zelf. Maar meer plastic is niet automatisch beter recyclebaar plastic.

Onafgebroken komt het afval de Rotterdamse afvalverwerker AVR binnen. Eindeloze lopende banden met het huishoudelijk restafval van Leiden, Den Haag en Rotterdam: bakpapier, luiers, stofzuigerzakken. Plots duikt er een shampoofles op. Verderop glijdt een kwarkverpakking naar boven.

Anders dan in de meeste afvalinstallaties zitten hier flink meer plastic, metalen verpakkingen en drankpakken (pmd) bij de stroom restafval. AVR is een van de zes zogenaamde nascheidingsinstallaties in Nederland (zie graphic).

Jasper de Jong, commercieel directeur bij AVR, legt uit hoe de afvalverwerker in vier stappen het plastic uit het restafval haalt: via een tweetal zeven, een ventilator en een infraroodscanner – volgens De Jong de meest ingenieuze stap in het scheidingsproces. De scanner scheidt door middel van perslucht drankkartons en plastics uit het restafval.

Afval ligt de Nederlandse gemeenten zwaar op de maag. Recycling is het streven, restafval moet zoveel mogelijk worden ingeperkt. In 2020 is 100 kilo restafval per persoon per jaar het doel; in 2025 nog maar 30 kilo. In 2050 moet restafval helemaal zijn uitgebannen zijn. Alle afvalstoffen zouden dan moeten worden gerecycled.

Dat klinkt ambitieus en dat is het ook. In 2018 was er per inwoner nog ruim 170 kilo restafval. Ondanks veel maatregelen van gemeenten om burgers aan het scheiden te krijgen (bronscheiding), blijft deze afvalstroom gestaag aanhouden. Uit een onderzoek van Milieu Centraal bleek in 2015 dat vooral in de Randstad weinig brongescheiden afval werd ingezameld. Er is daar amper ruimte voor aparte containers en de zakken met afval worden soms gewoon naast de ondergrondse containers gedumpt. Het platteland doet het beter: daar wordt gemiddeld 70 procent van het plastic afval op de juiste manier gescheiden.

Trend

Rotterdam stapte daarom in mei vorig jaar na een proef over op nascheiding. In plaats dat de Rotterdammer zijn plastic apart inlevert, vist een machine dat uit het restafval. Wat bleek? Een machine doet het veel beter dan een gemiddelde stedeling. Het Afvalfonds Verpakkingen ontdekte dat de hoeveelheid recyclebaar plastic in de steden dankzij nascheiding van 2 kilo per persoon per jaar kan oplopen tot 12 kilo.

Leiden, Den Haag en kleinere gemeenten als Ridderkerk en Barendrecht zijn ook al om. Utrecht, Amsterdam en Bunschoten overwegen de stap te maken. In totaal doen 44 gemeenten in Nederland nu aan nascheiding. „Er is duidelijk sprake van een trend”, zegt De Jong. „We voeren met meerdere gemeenten gesprekken. Ook met kleinere gemeenten. Vuilniswagens moeten daar vaak kilometers rijden voor een klein beetje kunststof, omdat de gemeentekernen en dorpskernen ver uit elkaar liggen. In Zeeland draait nu een pilot met vier gemeenten. Ik sluit niet uit dat heel die provincie op nascheiding overgaat.”

Balkon

Enkele maanden voor Rotterdam ging Leiden over op nascheiding. Ruimtegebrek was een van de belangrijkste redenen, vertelt Ralph Veelenturf, stedelijk beheerder inzameling en reiniging. Veelenturf adviseerde het Leidse gemeentebestuur bij de overgang naar nascheiding.

De inzameling van glas en papier ging goed in de Zuid-Hollandse gemeente, maar plastic bleef achter. „Ter vergelijking: er staan 150 containers voor glas en 150 voor papier, maar er stonden er slechts 15 voor pmd”, vertelt Veelenturf. Ondergrondse pmd-containers erbij plaatsen was geen optie. „Leiden is een erg compacte stad. Tweederde van de inwoners heeft geen tuin, en van een vuilniszak op het balkon worden mensen ook niet gelukkig.”

Dus gaat het Leidse restafval inclusief pmd per 1 januari 2019 naar AVR in Rotterdam. De nieuwe manier van afvalinzameling werpt volgens Veelenturf zijn vruchten af: inmiddels haalt de gemeente 1400 ton recyclebaar plastic per jaar op, tegenover 300 ton in 2018.

Dat klinkt mooi, maar zorgt nascheiding niet voor gemakzuchtige burgers? De Wageningse afvalwetenschapper Ulphard Thoden van Velzen, die veelvuldig onderzoek deed naar afvalinzameling, ziet hoe de gemeentelijke besluitvorming over afvalinzameling wordt beïnvloed door ideologische standpunten. Er zijn volgens hem twee kampen: enerzijds mensen die vinden dat afval een dienstverlening is waarbij burgers ontzorgd moeten worden, anderzijds mensen die afval gebruiken als politiek middel om burgers attent te maken op hun consumptiegedrag. „Bij die laatste groep roept nascheiding weerstand op. Juist door apart inzamelen worden mensen zich bewust van wat ze weggooien, is hun gedachte.”

Enquêtes van de AfvalSpiegel, een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van afval, ondersteunen die visie. Door bronscheiding van pmd gaan mensen al hun afval beter scheiden, dus ook het oud papier, gft-afval en glas. Wanneer ze plastic weer op de grote hoop mogen gooien, kan dat ervoor zorgen dat ze lakser worden met het scheiden van hun andere afval.

Die angst leefde bij diverse politici in Leiden, vertelt Veelenturf. „Dit is niet uitgekomen: papier, glas en gft worden nog steeds goed gescheiden.” Veelenturf erkent dat een burger zich bij nascheiding mogelijk wel minder bewust is van het afval dat hij produceert. Daarom plaatste de gemeente artikelen in de lokale krant en organiseerde ze campagnes via sociale media. Kritische Leidenaren mochten mee op excursie naar de AVR.

Ook afvalpreventie is een van de speerpunten. Veelenturf: „Met zowel bron- als nascheiding los je het probleem aan het eind van de rit op. Het is beter om vroeger in de afvalketen in te grijpen. Bij evenementen in de stad worden alleen nog statiegeldbekers gebruikt.”

De vraag is: levert deze nieuwe vorm van afvalinzameling onderaan de streep behalve meer ook kwalitatief beter plastic op, dat kan concurreren met nieuw plastic? Dat valt tegen, volgens Thoden van Velzen. Hij deed onderzoek naar de kwaliteit van recyclebaar plastic op het niveau van moleculen – heel kleine stofdeeltjes. Wat bleek: nagescheiden plastic doet in kwaliteit niet onder voor brongescheiden plastic. Maar in veel gevallen kan het nog niet concurreren met nieuw plastic.

Thoden van Velzen plaatst daarom kanttekeningen bij een te positief verhaal over de opbrengst van nascheiding als concurrent van virgin (nieuw) plastic. De wereldwijde productie van virgin plastic groeit volgens hem exponentieel. Een van de oorzaken is de lage olieprijs, die plastic goedkoop maakt. En er is nog iets. „Ongeveer 80 procent van de verpakkingskunststof die wij gebruiken, komt uit Azië. Petrochemische bedrijven in Nederland beweren te worden weggeconcurreerd door Azië.”

Kaas

Thoden van Velzen noemt nascheiding „de minst slechte oplossing” voor het afvalprobleem. Hij vindt dat de bal nu bij de producent ligt. Die moet zijn waren zo maken dat ze na recycling weer als hetzelfde product in de schappen komen te liggen: van fles naar fles, van schaal naar schaal. Bij petflessen en sommige shampooflacons is dit al zo. „Maar dat zijn de uitzonderingen. Meestal komt het gerecyclede kunststof in heel andere producten terecht: tuinmeubelen, verkeersrijbaanscheidingselementen, verkeersbordvoetjes.”

De slechte recycling heeft ermee te maken dat producten niet worden ontworpen met het oog op hergebruik. Neem een zakje geraspte kaas. Die bestaat uit meerdere laagjes, om het levensmiddel houdbaar te maken. Dat materiaal moet na gebruik verbrand worden. Ook lijm, bedrukking en vernis kan de herbruikbaarheid belemmeren. „Goed-recyclebare producten hebben misschien niet de meest opzichtige verpakkingen en de beste verkoopcijfers. Producenten zullen van een aantal verworvenheden afscheid moeten nemen.”

Commercieel directeur De Jong van AVR ziet een oplossing in overheidsingrijpen. „De oliemarkt draait op wereldniveau. Om te voorkomen dat de productie van nieuw plastic groot blijft, zou de overheid grondstoffen meer moeten belasten”, meent hij. „Wij moeten zorgen dat we kwalitatief goed materiaal leveren, dat de concurrentie met de grondstoffen kan aangaan.”

Er zit een grens aan nascheiding. Een afvalspecialist van Milieu Centraal zei eind juli in Trouw dat de afvalverwerkers het niet aan kunnen als alle gemeenten zouden willen overstappen. „De paar installaties die er nu in Nederland zijn hebben niet voldoende capaciteit om uit het restafval van alle Nederlanders plastic, blik en drinkpakken te sorteren.”

Dus moet het gros van de Nederlanders voorlopig nog elke paar weken de pmd-container aan de weg zetten.

Goedkoop goedje

Het eerste kunststof komt rond 1908 op de markt, in de vorm van bakeliet. Dit werd onder meer gebruikt bij de elektrotechniek, in radiokasten en in deurklinken.

Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw wordt kunststof echt populair. Door de groei van supermarkten in de jaren zestig van de vorige eeuw stijgt de vraag naar voorverpakte producten. Kunststof is licht, goedkoop en blijkt levensmiddelen langer houdbaar te kunnen maken.

Het product wordt voor een groot deel gemaakt uit aardolie. Ongeveer 10 kilo aardolie is voldoende voor het maken van 3000 draagtassen, 1000 yoghurtbekers of 12.000 injectiespuiten.

Rond de eeuwwisseling worden mensen zich bewuster van de gevaren van vlees dat over de datum is. De vraag naar plastic neemt daardoor toe. Er ontstaat een veelvoud aan verpakkingen.

De trend van steeds meer kunststof zet door tot 2008. Dan hapert de stijging –mede door de kredietcrisis– kort. Er lijkt na 2008 een herbezinning op plastic te komen. Het Afvalfonds Verpakkingen (verantwoordelijk voor de kostendekking van de afvalinzameling en -verwerking) verzoekt om een inventarisatie van de verpakkingen op de Nederlandse markt. Recycling krijgt meer aandacht.

Vanaf 2008 gaan gemeenten een actief scheidingsbeleid volgen. Na papier, gft en glas wordt al snel ook plastic apart ingezameld. Later komen daar metalen verpakkingen en drankkartons bij. In gemeenten die aan bronscheiding doen, kunnen inwoners dat afval vaak in kliko’s, zakken of openbare ondergrondse containers kwijt.