Vogelteldag: 566.813 exemplaren gespot

Een spreeuw. beeld ANP

Tijdens de jaarlijkse vogelteldag hebben liefhebbers zaterdag 566.813 vogels gespot, verdeeld over 208 soorten. De spreeuw werd, net als vorig jaar, het meest geteld: 159.905 keer.

De kolgans (69.497) eindigde op de tweede plaats, gevolgd door de vink (54.344). Ook werden veel bijzondere vogelsoorten gezien, zoals de steppekiekendief, buidelmezen en velduilen.

Tijdens de 24e editie van de vogelteldag was het helder weer en daardoor was de najaarstrek goed te zien. Deze vogeltrek komt in oktober altijd goed op gang. Vogels uit het noorden en oosten van Europa reizen af naar ons land. Een deel van deze vogels blijft hier om de winter door te brengen. De rest trekt verder naar warmere oorden.

Volgens Vogelbescherming Nederland is de bulk van de getelde spreeuwen afkomstig uit Scandinavië en Oost-Europa. Een deel van deze vogels vliegt verder naar Groot-Brittannië en Frankrijk om daar de winter door te brengen. Ook de trek van de kolganzen komt op gang, wat terug te zien is in de uitslag. Veel van deze ganzen zijn afkomstig uit de toendra’s in Siberië, waar ze hun jongen hebben grootgebracht. Tot maart blijven de kolganzen nog in ons land.

Vogelbescherming Nederland noemt het aantal getelde gaaien opvallend. De gaai werd 14.331 keer gezien en belandde daarmee op de tiende plek. De vogel heeft een goed broedseizoen gehad in het noorden en oosten van Europa. De top nummer vier tot en met negen op de lijst zijn de sijs (47.026), zanglijster (31.922), kokmeeuw (21.920), graspieper (19.081), koperwiek (16.848) en de grauwe gans (15.533).

De massale vogeltelling vanuit 160 plekken in Nederland wordt door Vogelbescherming Nederland gecoördineerd als onderdeel van de Euro Birdwatch, waaraan in heel Europa en Centraal-Azië ruim veertig landen meedoen.