Veel oranjetipjes, weinig kleine vosjes

Er zijn dit voorjaar minder boomblauwtjes geteld door vrijwilligers van het Meetnet Vlinders.  beeld Wikimedia

Er vliegen opvallend veel oranjetipjes en kleine vuurvlinders rond. De kleine vos en het boomblauwtje doen het juist niet goed. Dat bleek maandag uit de eerste telresultaten van het Meetnet Vlinders van de Vlinderstichting. De stichting was benieuwd naar de gevolgen van de droge zomer vorig jaar.

Normaal gesproken is het koolwitje de meeste getelde lentevlinder, maar dit jaar was dat het oranjetipje. Deze vlinder vliegt van maart tot in mei en toen was er vorig jaar nog geen sprake van extreme omstandigheden. In juni zijn de rupsen verpopt, en tijdens de hete zomer en nazomer hingen de poppen ergens verstopt in een bosrand, houtwal of ruigte.

Dat de kleine vuurvlinder het zo goed doet, heeft te maken met de waardplant, de belangrijkste voedingsplant. Dat zijn de veldzuring en de schapenzuring, die graag op droge plaatsen staan en dus geen last hadden van de droogte.

Waarom de kleine vos en het boomblauwtje zo weinig te zien zijn, is niet duidelijk.