Veehouderij op hoog niveau in natuurgebied

Boer en natuur
Boer Geert Meersschaert en zijn vrouw Kris van Royen bij hun koeien in het Verdronken Land van Saeftinghe. beeld Theo Haerkens

Boer Geert Meersschaert en zijn vrouw Kris van Royen produceren présalé-vlees van koeien die de helft van het jaar grazen in het Verdronken land van Saeftinghe. Hightech-veehouderij gaat hand in hand met natuurlijke begrazing.

In alle rust liggen de vleeskoeien te herkauwen bij de drinkwaterbakken op het hoger gelegen deel van het Verdronken land van Saeftinghe in Zeeuws-Vlaanderen. Een kolossale grijze stier begeleidt de kudde van 85 koeien. Ze trekken ’s middags het gebied in om te grazen en in de ochtend keren ze weer terug van de slikken waar het zoute water uit de Westerschelde twee keer per etmaal overheen spoelt.

Zodra het water opkomt, trekt de kudde zich uit de geulen terug op hoger gelegen delen. „Jonge dieren leren dit vanzelf”, aldus boer Geert Meersschaert. „Ze zwemmen als de beste en als er eens één ergens terecht komt waar die niet meer weg kan, weet die zich te redden.”

Samen met zijn vrouw Kris van Royen geniet hij zichtbaar van het gebied waar hij zijn koeien –Belgische witblauwe dikbillen– een half jaar laat lopen. Jacobskruiskruid kleurt de vlakte geel, de koeien mijden dit giftige gewas van nature.

Net over de grens in het Belgische Kieldrecht runt het stel een bedrijf met 285 runderen dat dertig jaar geleden begon met één kalf dat Geert kreeg van een boer die er geen raad mee wist. De man mestte runderen en er was onverwacht een kalf geboren. „Het lag nog nat in de achterbak van de Opel Kadett”, herinnert Van Royen zich de verrassing waarmee Meersschaert thuiskwam.

Grap

De boerenzoon werkte indertijd als vertegenwoordiger in veevoeder en had als grap gezegd dat hij het kalf wel wilde hebben. Van Royen, die ook uit een boerenfamilie stamt, lacht hartelijk: „Ik wilde eigenlijk niet dat hij boer werd.”

Kalf Justin werd ondergebracht bij een oom. Binnen een jaar had Meersschaert dertig stuks vee bij zijn ouders, bij die van zijn vrouw en bij de gepensioneerde oom. „Als ze moesten kalveren reed hij ’s nachts rondes om te kijken of het goed ging”, schetst Van Royen. „Toen heb ik gezegd dat hij moest kiezen: stoppen of boer worden. Zo kon het niet langer.”

Na de Eerste en Tweede Wereldoorlog leden de mensen honger en gaf de Belgische regering opdracht een koe te fokken die veel voordelig vlees produceert. „Dat is de witblauwe geworden”, aldus Van Royen. Dat dikbil-kalveren standaard met de keizersnee worden gehaald omdat ze te groot zijn om op de normale manier ter wereld te komen betekent niet dat het vlees niet-duurzaam is, vindt ze. „Het is in een half uur gedaan, de dieren eten gewoon door. Dit is diervriendelijker dan een langdurige bevalling.”

Vogels

De 85 tot 90 koeien grazen van mei tot november op 250 hectare in het Verdronken land van Saeftinghe. „Voor die tijd broeden er vogels, daarna moet de begroeiing zich herstellen. Het is natuurgebied van het Zeeuwse Landschap, dus we mogen het niet bemesten of maaien en er evenmin bijvoeren. Doordat de koeien er lopen, groeit het niet vol riet en blijft het geschikt leefgebied voor ganzen, kiekendieven en andere vogels.”

Zo boeren kost wel extra werk. De dieren zwerven rond op onoverzichtelijk terrein. „Normaal ga je om de twee of drie dagen kijken. Wij moeten ze elke dag tellen.” Meersschaert liep daarvoor tot twee weken geleden met een verrekijker rond. „Elke maand zochten we wel enkele dagen naar een koe.”

Sinds een week of twee gaat in hun bedrijf hightech en natuur hand in hand: ze werken met een gps-systeem dat alle koeien herkent. Elk dier draagt een baken aan een band om de hals, een gewicht zorgt ervoor dat het aan de bovenkant blijft zitten zodat de satelliet het signaal kan opvangen. „Kijk, nu rusten ze in de buurt van de waterbak”, laat Van Royen zien op haar tablet. Als ze inzoomt op google earth kan ze kleine groepjes en individuele koeien herkennen.

In het veld ontwikkelen de dieren het vlees dat het stel aan de man brengt als présalé. „Het is licht zilt, donkerder dan normaal en voller en dieper van smaak. Dit is natuurvlees, dat proef je. De dieren ploeteren door de modderige geulen, ze moeten echt werken.” Bovendien eten ze kweldergrassen, zilte zeekraal en dito zeeaster, die hier ook wel lamsoor wordt genoemd.

Geslacht

Vanaf augustus worden er elke maand vijf koeien geslacht bij een ambachtelijke slager. Het vlees wordt vacuüm verpakt en aan de hand van de bestellijsten worden pakketten van twaalf kilo samengesteld. Die gaan in de koeling tot de klanten ze op zaterdag afhalen. „Als iemand uitsluitend biefstuk wil, kan dat. Er zijn ook mensen die honderd hamburgers willen, anderen willen een gemengd pakket.”

In het eerste weekeinde van november wordt het vee naar huis gehaald. „Het vlees van de koeien die tot april worden geslacht behoudt de présalésmaak. Daarna is het seizoen voorbij.”

serie

Boer en natuur

Boeren zijn vaak negatief in het nieuws als het om natuur gaat. Toch zijn er tal van positieve initiatieven. Deel 7.