Stropen valt niet uit te bannen

Voor de Tweede Wereldoorlog stroopten mensen vooral uit armoede. Later om wat vaker een lekker stukje vlees op het bord te hebben. ​  beeld Dreamstime
3

Armoede is allang niet meer de belangrijkste reden om te gaan stropen. Desondanks komt stroperij nog veel voor, met name in wildrijke gebieden zoals de Veluwe. Hoe komt dat? En valt er iets aan te doen?

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde in mei negen mannen uit Kootwijkerbroek en omstreken voor grootschalige stroperij, verboden wapenbezit en munitiebezit. De 30-jarige hoofdverdachte uit Barneveld kreeg een celstraf van 14 weken, waarvan 12 weken voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een boete van 6000 euro. De meeste andere verdachten kregen een geldboete van enkele duizenden euro’s. „In mijn omgeving is jagen een tweede natuur. Ik vind het machtig mooi”, zei de hoofdverdachte tijdens zijn verklaring.

Dat laatste bleek tijdens huiszoekingen in 2015 in Barneveld en Ede. Toen werden er onder meer dubbelloops hagelgeweren, kogelgeweren, een handvuurwapen, geluiddempers en munitie in beslag genomen. Daarnaast vond de politie vlees van illegaal geschoten zwijnen, herten, eenden, konijnen, duiven en ganzen.

Toenemende stroperij

De strafzaak tegen deze stropers is weliswaar buitenproportioneel, maar staat niet op zichzelf. Stichting Groennetwerk, een samenwerkingsverband van onder meer de politie, buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s), natuurorganisaties en gemeenten in de regio Veluwe en Achterhoek, noemt de toenemende wildstroperij in het jaarverslag van 2017 een zorgpunt.

Boswachter Ger Verwoerd zei in 2016 in de Barneveldse Krant dat hij het aantal meldingen van stroperij in zijn gebied (Noord-Veluwe) in een jaar tijd had zien verdubbelen naar 120.

De laatste keer dat er officiële cijfers naar buiten kwamen, was in 2012. Toen noteerden boa’s in heel Nederland in een jaar tijd 3663 gevallen van stroperij. Drie jaar eerder waren dit er 2789.

De meldingen in het boaregistratiesysteem vormen het topje van de ijsberg, zegt Marcel van Dun, woordvoerder van Staatsbosbeheer. „Hoe vaak stropen voorkomt, weten we niet precies. We kunnen alleen meldingen registeren als we de stroper of aanwijzingen van stropen zien. Maar dat is nu juist het probleem; een goede stroper laat zichzelf niet zien. In werkelijkheid liggen de cijfers dus flink hoger.”

De Veluwe is van oudsher een van de gebieden in Nederland waar het meest wordt gestroopt, samen met delen van Noord-Brabant, Drenthe en Zeeland. Voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit vooral uit armoede. Later om wat vaker een lekker stukje vlees op het bord te hebben. De noodzaak van het stropen lijkt met de toegenomen welvaart te zijn verdwenen.

Er zijn verschillende verklaringen voor het feit dat mensen desondanks stropen. Veluwe- kenner en voorzitter van de Jac. Gazenbeekstichting Louis Fraanje wijst in de eerste plaats op de vrijheidslievende volksaard van de Veluwenaren. „Stropen zit hen in het bloed en zal blijven bestaan. In de huidige samenleving zijn overal regels voor. Er zullen altijd mensen blijven die zich daar niet aan willen houden. Die zoeken manieren om daaraan te ontsnappen, bijvoorbeeld door te stropen. Ik herken me wel in hen. Alleen stroop ik niet, maar fotografeer ik als ik over de Veluwe struin. Dat geeft mij eenzelfde kick.”

Bloed

Fraanje kent verschillende stropers. „Dat zijn geen zware criminelen. Het avontuur drijft hen. Niet voor niets luidt een gezegde: Als de bosjes gaan verkleuren, begint het bloed te koken.”

Behalve avonturiers zijn er professionele criminele stropers, die stropen om vlees van grootwild zoals everzwijnen, herten en reeën voor veel geld te verkopen. Dat is een heel ander slag volk dan de avonturiers en bovendien komen ze vaak niet van de Veluwe.

De Barneveldse jager Martijn Tessers zag er een paar jaar geleden drie terwijl hij aan het jagen was vlak bij Wekerom. „Die mannen jaagden met fretten op konijnen. Ik wist meteen dat het stropers waren, want ik ben als enige bevoegd om daar te jagen. Ze zijn later gearresteerd en veroordeeld voor wildstroperij. Ze bleken eerder te zijn veroordeeld en waren vanuit Brabant naar de Veluwe gekomen om te stropen. Dit zijn echte criminelen.”

Tessers ziet op de Veluwe regelmatig sporen van stroperij. „Net als ik maken stropers gebruik van de natuurlijke wissels, van rustplek naar foerageergebied, want daar komt veel wild langs. Ik komt dan weleens strikken tegen maar ik heb ook wel een pijl uit een hand- of kruisboog gevonden. Als jager houd ik bij hoeveel dieren er van elk soort in mijn gebied leven, en als ik aan het einde van het jaar de helft van de hazen mis, weet ik hoe laat het is.”

Het is extreem moeilijk om stropers op heterdaad te betrappen, weet Tessers. „Natuurgebieden zijn uitgestrekt, dus moet je ze maar net tegenkomen. Georganiseerde criminelen hebben maar weinig tijd nodig. Ze gebruiken een lichtbundel waarmee ze het grootwild verblinden. Ze schieten binnen een paar minuten een aantal dieren dood. Met een geluidsdemper op hun geweer is dat op afstand nauwelijks te horen. Daarna laden ze de dieren in een jeep en vertrekken. De pakkans is nihil.”

Extra boa’s

Natuurorganisaties hebben grote moeite om voldoende op te treden tegen wildstroperij en andere criminele activiteiten in buitengebieden, zoals drugs en afval dumpen en illegaal motorcrossen. Stichting Groennetwerk pleitte daarom in juni bij de provincie Gelderland om 1,4 miljoen euro beschikbaar te stellen om extra boa’s te kunnen aannemen. In het verleden werd hun aantal teruggeschroefd van 1000 naar 400.

Het is de vraag of natuurorganisaties met extra boa’s wildstroperij effectief kunnen tegengaan. „Het kost veel tijd en energie om stropers te arresteren en achter de tralies te krijgen. Daarvoor heb je niets aan boa’s die van 9 tot 5 werken. Juist buiten kantoortijden vinden de illegale activiteiten plaats. Zelfs als je ’s avonds wel in het gebied bent, is het lastig om een stroper op heterdaad te betrappen”, zegt een Veluwse jachtopziener die anoniem wil blijven.

Jager Martijn Tessers denkt dat het ook op termijn onmogelijk is om stropen uit te bannen.

„Overal waar wild is, wordt gejaagd én gestroopt. Je kunt daar allerlei maatregelen tegen nemen, maar ik denk niet dat het stropen op de Veluwe ooit zal verdwijnen.”

Toezicht schiet tekort

De opmars van wildstroperij houdt gelijke tred met andere criminele activiteiten in het buitengebied zoals drugs- en afvaldumping. Het toezicht in dit soort gebieden staat onder druk, vindt Staatsbosbeheer. Momenteel denkt minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) na over een voorstel van deze natuurorganisatie om alle boswachters te voorzien van handboeien, een wapenstok en pepperspray.

De VVD en de PvdA in Provinciale Staten van Zeeland pleitten in maart nog voor extra toezicht, vooral vanwege de toename van stroperij. In Noord-Brabant worden regelmatig stropers opgepakt. In mei werden er zeven stropers ingerekend in deze provincie. De politie nam zes honden, twee personenauto’s, drie dode hazen en een aantal lampen in beslag. Ook in andere Nederlandse plattelandsgebieden lijkt stroperij regelmatig voor te komen volgens regionale media.