Speuren naar sporenplanten in Barneveld

Eikvaren in de tuin van kasteel De Schaffelaar.  beeld Kees van Reenen
4

Planten zoeken in de winter? Ben je wel goed snik? Jazeker. Er is namelijk een groep planten die ook in de winter te vinden zijn. Met een berijpt, zonbeschenen randje zijn ze op hun mooist.

Geheimzinnige wezens zijn het, varens. Ze gedijen in schemerdonkere regenwouden, aan bloemen doen ze niet en veel soorten zijn lastig uit elkaar te houden. In Nederland komen 32 soorten voor, waarvan er 9 te vinden zijn op Landgoed Schaffelaar bij Barneveld. Een unicum.

In het vrolijke winterzonlicht laten vogeltjes zich horen, op zoek naar een schamel maaltje. Bruin is de ondergroei in het bosperceel, met uitzondering van wat bramenblad en de witte rijp op de verdorde adelaarsvarens. Sommige varensoorten zijn in de winter verdord, maar dan toch nog goed herkenbaar. Zo ook de grootste varen van Nederland (zie kader ”Adelaarsvarens en wijnjaren”).

Ook de forse, vrij zeldzame koningsvaren, die we vinden langs een brede watergang, is inmiddels verdord, maar je kunt zien dat de plant met zijn afzonderlijke bloeistengels iets bijzonders is.

Stekelvaren

Aan een greppelkant groeit echter een nog groene varen, die verspreid over het hele bos blijkt voor te komen en zelfs de algemeenste soort is in onze bossen: de brede stekelvaren.

Net als de meeste soorten groeien de bladeren vanuit een pol. En eveneens net als de meeste soorten vormen ze aan de onderkant ronde bruine bolletjes: sporenhoopjes. Varens planten zich namelijk voort met sporen, net als bijvoorbeeld paddenstoelen, ook al zulke geheimzinnige schepselen.

Na enig speuren vinden we op een steile walkant een familielid: de mannetjesvaren. Sommige bladeren zijn nog groen, andere inmiddels verdord. Geheel verdord is zijn tegenhanger, de wijfjesvaren. Maar ook die is nog te vinden, boven aan de tegenoverliggende oever van dezelfde bossloot. Wie goed kijkt begrijpt waarom ze zo heten. De wijfjesvaren is heel fijnbesnaard, de mannetjesvaren toont veel ongekunstelder.

Dubbelloof

Eveneens aan de bijna loodrechte oever groeien kleinere varens. En dit dubbelloof, met het stevige blad, blijft de hele winter groen. Het is een bedreigde soort die inmiddels tamelijk zeldzaam is, maar het Schaffelaarsebos is met zijn vele sloten en greppels een waar bolwerk van dit prachtige plantje.

Zijn naam dankt het niet aan de dubbele kamvorm van het blad maar aan de twee soorten blad: jaarrond groene onvruchtbare bladeren en in de winter verdorrende vruchtbare bladeren met streepvormige sporenhoopjes.

Het is uitkijken geblazen op de steile, bevroren oevers, maar de moeite wordt beloond: bijna aan de waterkant groeit een werkelijk schitterend exemplaar waar de sporendragende bladeren nog trots bovenuit steken. Zonlicht speelt door de boomtakken heen fijnzinnig op de groene blaadjes.

Eikvaren

Op de terugweg langs het kasteel valt er in de tuin nog iets op. Groene varentjes die doen denken aan het dubbelloof, maar op de vlakke grond groeien. Dit is de eikvaren. Er zijn plekken waar ze hun naam eer aan doen en werkelijk in een eik groeien. Of in een knotwilg.

De kleinste varens echter staan niet in het bos maar bij de van een fraai hekwerk voorziene hoofdingang. In de voegen van een van de twee dammuurtjes groeien twee bijzondere varentjes. De ene is donkergroen en rijk vertakt, maar heel anders dan de varens in het bos, en groeit op dunne stengeltjes. Muurvaren. De andere is lichtgroen en tongvormig. Tongvaren.

Vooral de laatste is aardig zeldzaam en groeit alleen op kalkrijke grond in de duinen en Zuid-Limburg én in de voegen van oude muren. De vijf Barneveldse exemplaren zijn nog klein, maar voegen een fraai element toe aan een winterse varenwandeling.

>>rd.nl/varens voor meer foto’s >>hetschaffelaarpark.nl >>glk.nl/landschappen-kastelen/ locatie/landgoed-schaffelaar

Adelaarsvarens en wijnjaren

Minstens 1,5 meter hoog wordt-ie, en op gunstige plekken wel 3 meter. Hele bosvakken kan hij overwoekeren, wat een wandeling door een adelaarsvarenbos in de zomer tot een bijzondere ervaring maakt.

Dit wordt mogelijk gemaakt door de lange wortelstokken waaruit in de lente overal bladeren ontspruiten. De adelaarsvaren is een meester in vegetatieve, ongeslachtelijke voortplanting; hij neemt maar zelden de moeite sporen te vormen. Maar in 2018 gebeurde het. Eind september vond KNNV’er Erik Eliveld op Landgoed Den Treek bij Amersfoort adelaarsvarens met bruine randjes: sporenhoopjes. Spoedig werden er meer gevonden, in heel Nederland; vooral langs zonnige bosranden.

Volgens een oud Duits boek vormt de adelaarsvaren alleen sporen in goede wijnjaren. Misschien is het een overlevingsstrategie bij grote droogte. Hoe het ook zij, door wijnkenners gaat 2018 de boeken in als een buitengewoon goed wijnjaar.