Sla, slakken en meer leven in de stadsmoestuin

Week van de schepping
Annemarie Küppers is stadslandbouwer in Den Haag en geniet van alles wat groeit en bloeit. beeld Roel Dijkstra
2

Als ze met haar handen in de zwarte aarde wroet, krioelen de regenwormen haast om haar vingers. Annemarie Küppers uit Den Haag is stadslandbouwer en geniet van alles wat leeft, groeit en bloeit.

Het stuk grond in het Zeeheldenkwartier in Den Haag lag een paar jaar geleden nog braak, nu is het een weelderig, klein paradijsje, vertelt Küppers. Stadsmoestuinen zijn in opkomst. Ze vormen natuurlijke oases waar veel verschillende planten en dieren leven. In biologische moestuin Het Welpje is dat niet anders. Küppers zaait elk jaar diverse soorten groente. Eveneens elk jaar verwelkomt ze slakken op haar sla. „Bij de vereniging zitten fanatiekelingen die ze buiten de moestuin uitzetten.”

De moestuin biedt ruimte voor een vijvertje. „Daarin zitten kikkers. Tot groot plezier van mijn dochtertje.” Verder is er een bijenkast. „De bijen bevruchten mijn frambozenbloesems, dat is prachtig om te zien.”

De Haagse tuinders letten qua biodiversiteit op het gebruik van biologische zaden „Daarnaast van speciale aarde die goed is voor wormen en ander bodemleven.”

Maike van Stiphout, directeur van bureau DS Landschapsarchitecten, ziet moestuinen als een mooie aanvulling op natuurmaatregelen die in de stad mogelijk zijn. „Een moestuin brengt de natuur dicht bij mensen. Het is vaak kleinschalig en wat rommelig. Een prima plek voor schuilplaatsen voor dieren.”

Van Stiphout ontwerpt al jaren met oog voor de natuur. „Voor mij is normaal dat dat de biodiversiteit na een bouwproject hoger is dan ervoor.” Ze ziet in de maatschappij een ommekeer in de lucht hangen. „Vroeger zaten diersoorten maar in de weg bij de aanleg van een nieuwbouwwijk. De focus was: het bouwen van ‘nesten’ voor mensen. Nu zie je een generatiewisseling, steeds meer mensen willen duurzaam leven en iets teruggeven aan de natuur. We letten ook op de nesten van dieren.”

Ook Geert Timmermans, stadsecoloog bij de gemeente Amsterdam, merkt dat er de laatste jaren meer aandacht is gekomen voor natuur in de stad. „Amsterdam wil een natuurinclusieve stad zijn. Dat wil zeggen dat we bij alle ontwikkelingen rekening houden met de natuur. Zo is vorig jaar het ”Handboek natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën” enthousiast door de raad ontvangen. Dat handboek moet gebruikt gaan worden bij onze aanbestedingen.”

De gemeente heeft de ambitie om voor 2021 180 ecologische knelpunten op te lossen. „Hierbij gaat het erom stukken natuur in de stad met elkaar te verbinden. Alle natuurgebieden van Nederland vormen de slagaders van Natuurnetwerk Nederland. De gemeente trekt met de Amsterdamse Ecologische Structuur die aders met ‘groene’ haarvaten door in de stad. Er zijn inmiddels 135 van 180 knelpunten opgelost. De realisatie van eekhoornbruggen tussen Het Amsterdamse Bos en het Amstelpark is daar een goed voorbeeld van.”

Onderzoeker Niels de Zwarte, hoofd van Bureau Stadsnatuur uit Rotterdam, juicht natuurinclusief bouwen toe. Hij pleit ervoor om het verplicht te maken dat ecologen meedenken bij gebiedsontwikkelingen. „Dat levert gegarandeerd veel op voor de natuur.”

In de stad leven verrassend genoeg meer soorten dan in veel natuurgebieden, weet de ecoloog. „Er zijn zo veel unieke plukjes natuur. Zo ligt de roofvogeldichtheid in het Kralingse Bos in Rotterdam hoger dan op de Veluwe. Veel natuurgebieden, en zeker het buitengebied met de polders, zijn erg eenvormig. De andere kant is: een stad biedt geen rustgebieden. Een bruine kiekendief zul je er dan ook nooit zien, daar heb je rietland voor nodig.”

Daktuinen vergroenen de stedelijke omgeving. beeld RD, Henk Visscher

Groen tussen de huizen

Om de soortenrijkdom in de bebouwde omgeving te bevorderen kunnen gemeenten diverse maatregelen nemen.

- Geef groen de ruimte. Dat kan op de grond (minibossen, ook wel tiny forests), maar ook op daken (daktuinen) of verticaal (groene gevels).

- Zaai bloemrijke bermen in. Volgens ecoloog De Zwarte ligt de sleutel vervolgens bij het beheer. „Gemeenten zouden meer aan mozaïekmaaien moeten doen. Bermen 23 keer maaien met een strak biljartlaken tot gevolg is visueel prachtig, maar niet goed voor de natuur. Met mozaïekmaaien kortwiek je in verschillende delen van het jaar een ander stuk. Zo staat er door het jaar heen telkens een ander deel van de berm in bloei. Fantastisch voor insecten.”

- Concreet bij bouwprojecten: bied nestelgelegenheden in of aan de gevels. Timmermans: „In het ”Handboek natuurinclusief bouwen” –dat online in te zien is– staat precies welke materialen je moet gebruiken en waar je neststenen of kasten moet plaatsen. Voor soorten als de vleermuis, de gierzwaluw of de mus.” Met gevels kun je veel, zegt ook Van Stiphout. „Zorg voor veel variatie in de gevel, dat levert allerlei microklimaten op. Plaats geen gevels van glas, maar van zo poreus mogelijk materiaal, dat biedt meer vestigingsmogelijkheden.” Ook De Zwarte benadrukt het belang van gevels. „Want door de trend van isolatie van huizen verdwijnen juist steeds meer nestgelegenheden.”

- Zorg dat biodiversiteit –de natuurinclusieve stad– onderdeel wordt van de richtlijnen voor bouwplannen en gebiedsontwikkelingen.