Puriteins ideaal: leven volgens Micha

De puriteinse levensstijl kenmerkt zich door soberheid. Duurzamer kan haast niet, aldus hersteld hervormd predikant P. den Ouden. beeld iStock
3

Heeft het christendom schuld aan de ecologische crisis? Is de opdracht om over de schepping te heersen uit de hand gelopen? Duurzaamheid in historisch perspectief met lessen van puriteinen.

Het waren puriteinen die in 1620 –dit jaar precies 400 jaar geleden– vanuit Leiden het ruime sop kozen met de Mayflower om een nieuw leven te beginnen in Amerika. Hoe gingen deze pilgrim fathers om met de haast ongerepte wildernis die ze aantroffen? Was hun houding echt zo negatief ten opzichte van de schepping als soms wordt gedacht.

SOBER-001-HENK_webDuurzaam leven is het nieuwe vasten

„De puriteinen hadden geen modern milieubewustzijn. Voor hen was duurzaamheid –begrijpelijkerwijs– grotendeels gelijk aan survival, vooral in de eerste decennia”, stelt John Gatta, hoogleraar Engels aan de University of the South in Sewanee (VS). Gatta schreef in 2004 het boek ”Making nature sacred”, over de verhouding tussen mens en schepping sinds de puriteinse pilgrim fathers.

Hij wijst erop dat de pilgrim fathers kinderen van hun tijd waren. Hij wil ervoor waken om huidige problemen te projecteren op de tijd van toen. Gatta: „Dat ze weinig aandacht hadden voor de schoonheid van het landschap is logisch gezien het feit dat hun leven zwaar was. De helft van de kolonisten zou in de eerste winter sterven.” Hij wijst op William Bradford, de latere gouverneur van de Plymouth Colony. Die zei dat zijn gemeenschap het hoofd moest bieden aan „een afzichtelijke en verlaten wildernis, vol wilde dieren en wilde mannen.”

Daarbij komt dat de grote ecologische problemen van de huidige tijd –vervuiling, het uitsterven van soorten en klimaatverandering– destijds onbekend waren, relativeert ook ds. P. den Ouden (hhg Katwijk) die zijn doctoraalscriptie schreef over de puriteinen.

Aardvriendelijk

Hun drang tot cultiveren en hun gebrek aan kennis van milieuproblemen betekenen niet dat puriteinen de natuur ongebreideld uitbuitten. Gatta signaleerde in zijn onderzoek van de geschriften van de puriteinen in New England namelijk vooral een dubbele in plaats van een negatieve houding ten opzichte van de natuur. „Aan de ene kant probeerden ze de wildernis te temmen, maar aan de andere kant kenden ze ook een aardvriendelijke houding.”

Die houding uitte zich onder meer in hun landbouwmethoden en landgebruik. „Inheemse Amerikanen leerden de kolonisten hoe ze met hand en spade maïs, bonen en pompoen konden verbouwen. Qua landgebruik waren ze opzettelijk bescheiden. Ze drongen erop aan zoveel te gebruiken als nodig was voor de gemeenschap en niet meer. Kolonisten mochten niet ongebreideld land ontginnen, men kreeg slechts een hectare land toebedeeld. Hun landbouwmethoden en landgebruik waren gunstiger voor het milieu dan die van volgende generaties. De verstoring en kaalslag in de uitgestrekte bossen had plaats door seculiere, winsthongerige Amerikanen in later tijden.”

De doordenking van de vraag hoe om te gaan met de natuur stond ook niet stil. Gatta wijst op het gedicht ”Contemplations” van Anne Bradstreet, een puriteinse koloniste van de eerste generatie in Massachusetts. „Ongetwijfeld vormt Contemplations het eerste volledige natuurgedicht dat ooit in Brits Amerika is gepubliceerd. Het weerspiegelt waardering voor de wilde landschappen waar ze doorheen dwaalde. Bovenal toont het Bradstreets christelijke overtuiging dat de schepping Gods heerlijkheid laat zien.”

Jonathan Edwards was zijn tijd ver vooruit op het gebied van doordenking van het thema. Gatta: „Zijn ethische filosofie zoals beschreven in het boek ”The Nature of True Virtue” kun je gerust een voorloper van de milieu-ethiek noemen. Zijn ethisch ideaal is een „welwillendheid richting alles wat is”.” Deze liefde tot alles, richt zich op heel de schepping, aldus Edwards.

Levensstijl

Als het gaat om duurzaamheid is een ander belangrijk aspect de puriteinse levensstijl, die bekendstaat om zijn soberheid. Duurzamer kan haast niet, aldus hersteld hervormd predikant Den Ouden. „Het doel van de mens was, zoals de Westminster Catechismus zegt, God te verheerlijken en zich eeuwig in Hem te verheugen. Dat was het brandpunt voor de puriteinen. William Perkins zei dan ook dat we goederen zo moeten gebruiken dat het mag leiden tot Gods eer en de zaligheid van onze zielen. Puriteinen gingen uit van drie regels voor zelfbeperking. Ze wilden tevreden zijn met een eenvoudige levensstijl, legden zichzelf grenzen op en ze zagen rijkdom in eeuwigheidslicht. Betoverd raken door geld en goed? Dat was schadelijk voor het geestelijk leven.”

Die sobere levensstijl stempelde ook het leven van de pilgrim fathers. Ds. Den Ouden wijst op de Engelse puritein John Winthrop, die in 1630 de eerste golf van migranten uit Engeland leidde. Tijdens de aankomst in de nieuwe wereld hield hij een beroemde preek: ”Een stad op een berg”. Daarin hield hij de migranten voor om niet in hun „vleselijke lusten” te wandelen en een fortuin te vergaderen, maar om te leven volgens de regel van Micha: recht te doen, weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met God. Een citaat: „Daartoe moeten we in dit werk optrekken als één man, elkaar steunen en onszelf in onze welvaart beperken om anderen in hun noden te kunnen helpen.” Ds. Den Ouden: „Het Micharecept, en dat al bijna vier eeuwen geleden. Maat houden, voorzien in eigen behoeften zonder dat het anderen schaadt, dat is duurzaamheid pur sang.”

Een ander voorbeeld over soberheid, waar ds. Den Ouden mee komt, is Richard Baxter die in zijn ”Christian Directory” een heel hoofdstuk wijdt aan verspilling. De puriteinse geleerde noemt als zondige verspilling: bouwen van weelderige huizen, weggooien van voedsel en aanschaffen van pompeuze en dure meubels.

„De puriteinen waren ook de eersten die dierenbescherming bij wet vastlegden”, weet Den Ouden. In het eerste wetboek van de kolonie in Massachusets, ”The Body of Liberties”, schrijft de opsteller en predikant Nathaniel Ward dat het verboden is om dieren wreed te behandelen. „Een van de bepalingen gaat er over dat vee op adem moet kunnen komen als het moe of hongerig werd. Een respectvolle houding jegens de natuur.”

Kapitalisme

De stelling van White dat het christendom schuldig is aan de ecologische crisis, wil ds. Den Ouden niet onderschrijven. „De schuld van uitbuiting ligt in het kapitalisme. Die ideologie is niet Bijbels. Denk aan de puriteinse levensstijl. In het oude Israël kon kapitaalophoping niet blijven bestaan. Oudtestamentische multinationals, oftewel grootgrondbezitters uit die tijd, moesten tijdens het jubeljaar hun landerijen weer afstaan aan de oorspronkelijke familie. Het christendom zelf is dus niet verantwoordelijk, maar christenen zijn wel medeverantwoordelijk voor het veroorzaken van milieuproblemen. Als zij Bijbelse deugden als matigheid, soberheid en eenvoud uit het oog verliezen, gaan ook zij de schepping uitbuiten.”

2020-06-16-ACH16-DUUreenenvisscher-5-FC_webChristelijke duurzaamheid: grote gezinnen, maar kleine voetafdruk

Heersen over de schepping

In 1967 publiceerde de Amerikaan Lynn White een wetenschappelijk artikel dat veel stof deed opwaaien. Volgens White is het christendom de oorzaak van de ecologische crisis die zich toen al aftekende. Hij baseerde zijn stelling op Genesis 1:28, waar God de mens de opdracht geeft om over de aarde te heersen. Volgens White had „geen enkel voorwerp in de fysieke schepping een ander doel dan het dienen van de mens.” Uitbuiting lag op de loer.

Een andere Amerikaan, Roderick Nash, schreef in hetzelfde jaar dat de puriteinse denkwijze over het temmen van de Amerikaanse wildernis de basis had gelegd voor een negatieve houding tot de natuur.

Op de publicaties kwam uiteraard een reactie uit christelijke hoek. Van de weeromstuit probeerden sommige kerken hun theologie te vergroenen. Zo raakte het begrip rentmeesterschap in zwang.

serie Duurzaamheid in christelijk perspectief

Duurzaamheid houdt de gemoederen continu bezig. Hoe moeten we ons als christenen ermee verhouden? Deel 2: christelijk-historisch perspectief. Lees hierbij ook: lessen van de kerkvaders. En deel 1: Bijbels perspectief.