Plasticsoep vergalt het leven in zee

Week van de schepping
A Rocha-medewerker Bert van der Woerd uit Delft op het strand bij Monster . Van der Woerd leidt het onderzoek naar de herkomst van kunstofkorrels in het zand langs onze kust. beeld Anton Dommerholt

De zee heeft in de Bijbel altijd iets overweldigends. Door toedoen van de mens krijgt dat bedreigende een extra dimensie, want vervuiling met plastic bedreigt het leven in de (wereld)zeeën. Deel 5 van de serie in de Week van de Schepping: behoud van het zeeleven.

Kunststof in zeeën en oceanen is dodelijk voor het zeeleven. Daarom is bestrijding ervan geboden en moeten we de herkomst ervan te weten komen. Is er verband tussen het rubber op voetbalvelden en dode vissen? De christelijke natuurorganisatie A Rocha zoekt het uit.

”An ocean of hope (not plastic)”. Dat is de titel van een nieuwe campagne van de christelijke natuurbeschermingsorganisatie A Rocha. In de ooit schone zeeën drijven namelijk miljoenen tonnen plastic – dat zijn enkele tienduizenden stukjes per vierkante kilometer.

Zwerfafval belandt via sloten of kanalen in rivieren, die op hun beurt uitmonden in zee. Zeestromingen dragen het verder de wereldbol over. Op plaatsen waar die stromingen bij elkaar komen verzamelt dat drijvende afval zich en precies daar ontstaat de zogenaamde plasticsoep. Levensgevaarlijk is dat voor albatrossen, vissen, zeehonden, zeeleeuwen en zeeschildpadden. Ze zien het aan voor voedsel of raken erin verstrikt.

De Delftse student Boyan Slat bedacht een manier om het spul op te ruimen: een soort zeestofzuiger met enorme drijfarmen die het kunststof verzamelt, waarna het kan worden hergebruikt. Inmiddels wordt deze methode ingezet.

Toch komt er nog altijd meer plastic in zee dan er wordt opgeruimd, denkt medewerker van A Rocha Bert van der Woerd uit Delft. „Het probleem van plastic is dat het niet afbreekbaar is. Het enige wat gebeurt is dat het op den duur uiteenvalt in kleine stukjes: microplastic.” Verzorgingsproducten als shampoos en huidcrèmes verergeren de situatie omdat er vaak microplastics in zijn verwerkt. Van der Woerd: „Ook daarvan komt veel in zee terecht. Vissen en andere dieren slikken het in. Wat daar precies de gevolgen van zijn is nog niet bekend.”

Volgens een onderzoek uit 2005 zouden microplastics giftige stoffen binden die in een vissenmaag gemakkelijk weer vrijkomen. Een Argentijns onderzoek trof in alle onderzochte vissen microplastics aan, voornamelijk kunststofvezels, afkomstig van kleding.

Bij een onderzoek van Wageningen University in de Noordzee werden echter nauwelijks microplastics in vissenmagen aangetroffen. De Wageningse hoogleraar Tinka Murk denkt dan ook dat het probleem overdreven wordt. „Microplastics uit huidbehandelingscrèmes zijn nog nooit in zee gevonden en de ophef over textielvezels was het gevolg van een onderzoeksfout.”

In Amsterdam, waar op veel voetbalvelden kunstgras ligt, ontstond vorig jaar ophef toen moeders ontdekten dat niet alleen in de kleding van hun kinderen, maar ook in de sloten langs de velden grote hoeveelheden rubberkorrels terechtkwamen.

Van der Woerd gaat niet mee met de scepsis van Murk. „In Nederland eten we meer vis uit de oceaan dan uit de Noordzee en mogelijk krijgen we zo toch allerlei plastics en zelfs gifstoffen binnen.”

Of de rubberkorrels van voetbalvelden via sloten in zee terechtkomen is niet bekend. Wellicht kan onderzoek van A Rocha een en ander gaan verduidelijken. Van der Woerd werkt aan een Nederlandse bijdrage aan het project. „We gaan stukjes strand afkaderen om er twee of drie keer per jaar kunststofkorrels uit te zeven en die te laten onderzoeken door bij A Rocha betrokken wetenschappers van universiteiten in Duitsland of Engeland. Op die manier kan de herkomst van het plastic worden vastgesteld.”

Aan het zeefwerk zouden schoolkinderen kunnen meedoen, denkt Van der Woerd. „Zo worden die betrokken bij de bescherming van de schepping.”

Plastic zorgt voor slachting onder zeedieren

Jaarlijks belandt er zo’n 5 miljoen ton plastic in zee en mede door de groeiende economie in landen als India en Kenia wordt dat elk jaar meer. Reeds op het vasteland kunnen dieren als herten en egels stikken in plastic en blijven nestkuikens soms vastzitten in kunststof dat is gebruikt als nestmateriaal. Van nestelende meerkoeten in Amsterdam is bekend dat die graag gebruikmaken van afval dat in de grachten terecht is gekomen.

In zee gaan volgens berekeningen per jaar ongeveer 100.000 zoogdieren en minstens 1 miljoen vogels dood door afval. Veel zeeschildpadden kunnen zich niet meer voortplanten. Volgens de ”Plastic Soup Foundation” worden zo’n 300 diersoorten met uitsterven bedreigd door plastic afval. Wormen en andere ongewervelden ondervinden minder hinder van kunststof dan grotere dieren.

Douchen? Check eerst de shampoo en de zeep

De overheid is een belangrijke speler in de bestrijding van zwerfplastic, bijvoorbeeld door het opstellen van regels over kunstgrasvelden, statiegeldflessen en toegestane stoffen in verzorgingsproducten als shampoos en crèmes.

Toch denkt Bert van der Woerd van de christelijke milieuorganisatie A Rocha dat ook particulieren een bijdrage kunnen leveren. Niet alleen door onderweg afval bij je te houden in plaats van weg te gooien, maar ook door tijdens het shoppen zo veel mogelijk eigen tassen te gebruiken, door mee te doen met een opschoondag en: door etiketten te lezen. „In deodorant, zeep en cosmetica zitten microplastics, die via douche en riool in zee terecht kunnen komen.” Staat er bijvoorbeeld ”polycarbonaat” of ”copolymeer” onder het kopje ”ingrediënten”, dan is het raadzaam om van zo’n product zo weinig mogelijk te gebruiken.