Plan voor herstel natuur vergt inzet

Biodiversiteit is een mix aan leven in een bepaald gebied maar die staat zwaar onder druk, zegt bioloog Louise Vet. Foto: boomgaard en natuur in de Betuwe. beeld RD, Anton Dommerholt

Het begin is er, maar nu is het tijd dat ook de overheid bijspringt om het evenwicht in de Nederlandse natuur te helpen herstellen.

Die boodschap klonk woensdag tijdens de lancering van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel in Den Haag. Het initiatief komt van negentien kennisinstituten, landbouworganisaties, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties en een bank. Samen vormen ze een brede beweging om Nederland uiterlijk in 2030 „een rijkere en gevarieerdere natuur” te bezorgen.

Mix

Biodiversiteit is een mix aan leven in een bepaald gebied. Het gaat om bijvoorbeeld planten, bomen, dieren en insecten. Het is een totaalpakket aan levende organismen en systemen – en de wisselwerking daartussen. Voor het gewenste evenwicht is variatie noodzakelijk. En die staat stevig onder druk, vertelde bioloog Louise Vet. Uit onderzoek in Duitsland bleek vorig jaar dat ruim 75 procent van de insectenpopulatie is verdwenen. Die omstandigheden zijn vergelijkbaar met die in Nederland.

Alarmbellen

Het deed de alarmbellen rinkelen bij de maatschappelijke organisaties. Immers: biodiversiteit is belangrijk voor voedsel, medicijnen en industriële grondstoffen. En veel vormen van toerisme draaien om natuur. Een groep kwartiermakers van de maatschappelijke beweging dacht na over de vraag hoe het tij te keren. Ze bedachten een spoorboekje voor herstel van de biodiversiteit in zowel natuur, landbouw als openbare ruimte. Deze drie aandachtsgebieden beslaan 90 procent van Nederland.

Droombeeld

Ze maakten een droombeeld over de herstelde situatie in 2030. Daarin is ruimte voor effectief met elkaar verbonden natuurgebieden en hebben wilde planten en dieren gunstige leefomstandigheden op het boerenland, in bermen, langs dijken of in een kruidenrijk grasland. Om het droombeeld in praktijk te brengen, moeten grondgebruikers –natuurbeheerders, boeren, particulieren en overheden– gaan samenwerken. Daarvoor is breed draagvlak in de samenleving nodig. Ook moet het voor de grondgebruikers aantrekkelijk zijn om zich voor verbetering van de biodiversiteit in te zetten. Een goed voorbeeld wordt dan beloond. Zo moet een agrariër vanaf 2021 bijvoorbeeld kunnen rekenen op rentekorting als hij een lening nodig heeft om biodiversiteit te bevorderen. En zo gaan supermarkten zich vanaf 2019 inspannen om biodiversiteit een prominentere plek te geven in keurmerken, standaarden en certificering waar zij gebruik van maken.

Wet- en regelgeving

De kwartiermakers vinden dat wet- en regelgeving van de overheid nodig is om evenwicht in de natuur te bereiken. Ook moet er meer kennis over het belang van biodiversiteit beschikbaar komen.

Het slagen van de samenwerking vraagt regie en inzicht in de behaalde resultaten, die daarvoor op een eenduidige manier moeten worden gemeten.

„Zo is stapeling van beloning mogelijk en zien we ook hoe deze prestaties leiden tot echte biodiversiteitswinst.”

Zoektocht

Nu het plan gelanceerd is, start de zoektocht naar extra helpende handen van partijen die tot op heden niet aan tafel zaten: ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten, die voor nieuw beleid kunnen zorgen. Ook bedrijven, belangenorganisaties en particulieren kunnen hun steentje bijdragen. Vervolgens moet er voor de uitvoering een nieuwe organisatiestructuur worden opgetuigd. „Het wordt geen groot waterhoofd, maar een actieve club”, aldus Vet.

„Kunstmest voedt bodem niet”

„Alles begint bij de bodem”, realiseert melkveehouder Anton de Wit uit Reeuwijk zich als hij nadenkt over het belang van biodiversiteit. De Wit was bij de presentatie van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Dat de bodem de juiste zorg vraagt voor florende landbouw en natuur weet hij uit eigen ervaring. „Sinds 1992 gebruik ik geen kunstmest meer en toch haal ik evenveel gras van het land als iemand die het wel gebruikt”, zegt hij glimlachend. Zijn oplossing: voed de bodem. „Met kunstmest voed je alleen planten, maar de bodem sla je over. Zo verstoor je de kringloop op je land”, meent hij. De Wit gebruikt voor zijn grond onder meer riet dat door gemeenten langs de sloten is gemaaid. „Dat is een bouwstof, terwijl het officieel te boek staat als afval zodra het weggehaald is. De ambtenaar gedoogt nu dat ik het gebruik. Zo’n voorbeeld toont aan dat de regels moeten worden aangepast. Morgen kan een andere ambtenaar het gebruik van riet verbieden. Dan ben ik mijn bouwstof kwijt.” Volgens hem ontbreekt het agrariërs aan kennis over een gezonde landbouwkringloop. „Het zit niet tussen de oren dat kunstmest geen oplossing is. Dat wordt niet geleerd op school.” Ook particulieren kunnen biodiversiteit bevorderen, weet hij: „Bestraat je tuin niet. Dat zorgt voor opwarming van de aarde en regen komt niet in de grond terecht.” Dat het aantrekkelijk moet zijn voor grondgebruikers om te investeren in biodiversiteit en een verdienmodel nodig is, onderschrijft hij: „Dat is mogelijk, ik verdien er nu al aan.”

Wie betaalt?

Investeren in biodiversiteit hoeft volgens directeur Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel niet te leiden tot hogere prijzen in de supermarkt: „Wij ondersteunen dit plan van harte, omdat alles in de grond begint. Die moet vruchtbaar blijven. Wij stellen daarom eisen aan leveranciers. Kijk naar het sterrensysteem voor dierenwelzijn. De bereidheid iets meer te betalen neemt toe bij de consument. Maar het kan niet zo zijn dat alle kosten bij de consument terechtkomen, het moet evenredig verdeeld worden over de schakels in de keten. Ook daarom is een brede coalitie nodig. Als je biodiversiteit in evenwicht weet te houden, bespaar je de meeste kosten.”