Plaggen en snoeien voor zandhagedis in Bergherbos

Successoorten
Een mannelijke zandhagedis. beeld Ineke Schaars
5

De zandhagedis leidde in vroeger tijden een zieltogend bestaan. Natuurbeheerders laten het beestje de afgelopen decennia weer gedijen. Zelfs zo goed dat de rechter vorige week dinsdag bepaalde, dat de Formule 1 mag uitbreiden ten koste van het beschermde reptiel.

Stilletjes zoeft het elektrische golfkarretje van Natuurmonumenten door de natuur van het Bergherbos, nabij het Gelderse Beek. Achter het stuur zit vrijwilliger Gerrit Kolenbrander. Het wagentje rijdt langs de rand van een 6 kilometer lange corridor die verschillende kleine heidegronden met elkaar verbindt.

De reptielensnelweg is een van de maatregelen die Natuurmonumenten, samen met stichting Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (Ravon), nam om de populatie van de zandhagedis te vergroten. De verbinding tussen de verschillende leefgebieden voorkomt inteelt, levert een groter leefgebied op en zorgt ervoor dat de beestjes veilig van het ene gebied naar het andere kunnen lopen.

Deze jonge zandhagedis is nog maar enkele dagen oud. beeld Ineke Schaars

Reptielen zijn koudbloedig en hebben de zon nodig om op te warmen. Daarom schuwen ze schaduwrijke plekken, zoals bomen, varens of hoog gras. „En dus hebben deze planten plaatsgemaakt voor stroken van heide of schraal grasland. Daar bij de bosrand zie je vrijwilligers die vandaag de varens snoeien”, wijst de 71-jarige Kolenbrander.

Het ging steeds slechter met reptielen na de grootschalige introductie van kunstmest ongeveer een eeuw geleden, vertelt de gepensioneerde natuurliefhebber terwijl hij zijn karretje over de zandweg loodst. „Boeren hoefden niet langer de mest van schapen te gebruiken. De heide, normaal gesproken ideaal graasgebied voor de schapen, was niet langer nodig voor de mestproductie en raakte overwoekerd door gras, en later namen bomen de plaats van heide in. Daardoor kromp het leefgebied van reptielen en werden er minder eitjes afgezet. Het ging achteruit met de soort.”

De huid van de mannelijke zandhagedis krijgt in het voorjaar, de paringstijd, een felgroene kleur.  beeld Ineke Schaars

Tellingen

Toch gaat het sinds een aantal decennia beter met het reptiel. De populatie zandhagedissen groeit gestaag sinds de tellingen in 1994 begonnen. Ook in het 2000 hectare tellende Bergherbos is dat het geval, zeker nadat in 2007 de reptielencorridor is aangelegd. „In 2006 telde ik nog 18 zandhagedissen en in 2014 –op dezelfde route– maar liefst 153 stuks”, vertelt de voormalige bosbouwer.

Waarom zou je een grote populatie zandhagedissen willen? „Het beestje helpt mee om een natuurlijk evenwicht in stand te houden”, betoogt Kolenbrander. „De hagedis eet allerlei insecten, zodat de insectenstand stabiel blijft. Tegelijk vormt de zandhagedis een onmisbare schakel in de voedselketen. Hoger in die keten doen roofvogels, egels en fazanten zich op hun beurt te goed aan de zandhagedis. En hoe groter de populatie, hoe minder kwetsbaar zij is voor bijvoorbeeld branden en ziektes.”

De corridor is –met subsidie van de provincie Gelderland– speciaal voor de zandhagedis aangelegd, maar ook andere dieren profiteren volop van de open plekken. „Veel soorten doen het goed op de overgang van bos naar open gebied”, legt Kolenbrander uit. „Bijvoorbeeld kevers, vogels en reeën, maar ook allerlei soorten planten.”

De zandhagedis is moeilijk te spotten. Foto: een vrouwelijke zandhagedis verbergt zich in een heidestruik.​ beeld Ineke Schaars

Samen met zo’n zeventig vrijwilligers zorgt Kolenbrander wekelijks voor het onderhoud van de verbinding door opkomende varens, jonge boompjes en hoog gras in de corridor te snoeien. „Boeren zijn gek op de varens. Zij gebruiken die planten als mest.”

„Daarnaast plaggen (zie kader) we van tijd tot tijd stukjes oude hei, zodat er weer nieuwe kan groeien. Hoe diverser de heide, hoe beter het is voor reptielen.” Van de plaggen, in combinatie met kreupelhout, maakt Kolenbrander hopen, waarin de zandhagedis comfortabel kan overwinteren.

De stukjes hard zand die vanonder de plaggen tevoorschijn komen, zijn ideaal voor de zandhagedis. „Als de zon erop schijnt, warmt het zand razendsnel op. Daar gaat het koudbloedige dier liggen om zich op te warmen. Ook de eitjes doen het goed in het warme zand.”

Een zwanger vrouwtje graaft een holletje om haar eitjes in te leggen. beeld Ineke Schaars

Funest

Naast zijn natuurlijke vijanden, zoals de buizerd en de uil, heeft de zandhagedis een andere bedreiging te vrezen. „De echte bedreiging voor de soort is het hete weer. De afgelopen zomers hebben de zandhagedis geen goed gedaan”, vertelt Kolenbrander. „Met name de bijkomende droogte is funest. De rubberachtige eitjes van de zandhagedis komen niet uit als die te droog worden. En zelf heeft het beestje natuurlijk ook vocht, van voornamelijk dauw, nodig.”

De zandhagedis blijft daardoor een zorgenkindje, volgens Kolenbrander. „Zonder natuurbeheer sterft het grootste gedeelte van de populatie zandhagedissen net zo snel weer uit. De zandhagedis staat of valt met de vrijwilligers.”

Verhuizing zandhagedis begonnen

Plaggen

De vrijwilligers van het Bergherbos streven ernaar jaarlijks zo’n 5 tot 10 procent van de bovenste grondlaag van de heide te verwijderen, oftewel: te plaggen. Dat was vroeger handenarbeid; nu gebeurt het vaak met machines. De vruchtbare laag wordt weggehaald, terwijl de zandgrond daaronder achterblijft. Op deze laag ontkiemt nieuwe heidegrond goed en vlinders, kevers en torren komen zo eenvoudiger bij hun voedsel.

Serie successoorten

Wekelijks verschijnen er berichten over planten- en diersoorten die het zwaar hebben. In deze serie soorten waar het wel goed mee gaat. Deel 6: de zandhagedis.

>>rd.nl/successoorten