Moestuintje op Mars vol uitdagingen

Plantenfysioloog Wieger Wamelink acht het mogelijk dat mensen over enkele decennia een eigen groentetuintje kunnen kweken op de maan. beeld RD

Wat heb je nodig voor het welslagen van een moestuintje op de maan of op Mars? Een zaadmengsel, organisch materiaal, gedroogde urine en regenwormen. „We moeten de landbouw opnieuw uitvinden.”

Plantenfysioloog dr. Wieger Wamelink van Wageningen University hield dinsdagavond een lezing getiteld ”Moestuintjes op Mars” in de Bevrijdingskerk in Wageningen. Hij was daar op uitnodiging van de plaatselijke plantenwerkgroep van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV).

Wamelink doet sinds 2015 onderzoek naar het kweken van groenten op de maan en op Mars. De NASA heeft voor de onderzoeker nagemaakte maan- en Marsbodem beschikbaar gesteld, die voor respectievelijk 99 en 95 procent overeenkomt met de werkelijke structuur en samenstelling van de planetenbodems.

Zware metalen

In maan- en Marsgrond komen veel zware metalen voor, zoals kwik en cadmium. „Planten weten daar wel raad mee. Maar omdat je als mens geen zware metalen wilt binnenkrijgen, moet je weten waar een gewas die opslaat: in de wortels, zaden of elders.”

Aluminium is wel giftig voor de meeste planten. Toen Wamelink zijn experimenten met de imitatiegrond begon, had hij daarom lage verwachtingen. Door maar liefst 4200 zaden in 840 potjes te doen, hoopte hij dat voldoende planten zouden ontkiemen. „Tot mijn grote verbazing ontkiemde vrijwel alles: 80 tot 90 procent.” Echter, alle plantjes legden binnen een paar dagen het loodje.

In vervolgexperimenten bleven de planten wel maandenlang in leven en droegen tomaten zelfs vrucht, ondanks de giftige grond. De truc: het toevoegen van organisch materiaal. „Dit absorbeert zware metalen, zoals aluminium”, verklaart Wamelink.

Ook is het heel belangrijk dat verschillende gewassen naast elkaar groeien. „Erwt bindt stikstof en verbetert zo de vruchtbaarheid van de bodem. De radijsjes die ernaast staan profiteren daarvan. De gewassen worden zo veel groter dan als je maar één soort gebruikt.”

Het toevoegen van regenwormen zorgde niet direct voor een verbeterde groei van de planten, maar Wamelink verwacht dat dat over enkele maanden wel zal blijken. „Wormen voeden zich met organisch materiaal, dat bacteriën vervolgens in hun darmen afbreken tot nuttige voedingsstoffen voor de plant.”

Het was voor Wamelink op zich al een verrassing dat de wormen overleven in de bodem. De structuur van zandkorrels op de maan is erg scherp, omdat daar geen verwering door wind plaatsvindt.

En dan is er nog het probleem van kosmische straling. In Delft staat een experimentele kernreactor waarmee Wamelink planten onder straling opkweekt. Voorlopige resultaten wijzen uit dat de bestraalde planten groeiafwijkingen vertonen. „Ze hebben duidelijk last van de straling. Je moet ze dus ondergronds kweken.”