Militaire vuilnisbelt op bodem Oosterschelde mogelijk gevaarlijk

Op de bodem van de Oosterschelde ligt een grote hoeveelheid wapens en munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Het materiaal is nog steeds gevaarlijk. Het is de vraag wat er mee moet gebeuren. beeld Van Scheyen Fotografie

De gigantische berg oorlogstuig op de bodem van de Oosterschelde blijft een bron van zorg. Nog deze maand worden de resultaten gepresenteerd van onderzoeken waaruit moet blijken of de munitiestortplaats gevaar oplevert voor mens en milieu.

„Voor mij staat als een paal boven water dat de veiligheid voorop moet staan voor zowel de visserij als de recreatie en de natuur in het Oosterscheldegebied”, vertelt Cees van den Bos, wethouder in de gemeente Schouwen-Duiveland die grotendeels aan de Oosterschelde grenst. Tussen 1945 en 1967 zijn miljoenen kilo’s ongebruikte wapens en munitie uit de Tweede Wereldoorlog nabij Zierikzee in een diepe kuil in de zeearm gedumpt.

De roep om het spul op te ruimen wordt luider. Milieugroeperingen wijzen al jaren op het gevaar dat giftige stoffen vrijkomen nu de munitie op de zeebodem aan het vergaan is. „Dit dossier leeft echt in onze gemeente”, zegt SGP-wethouder Van den Bos. Gewone burgers, maar vooral ook belanghebbenden die gebaat zijn bij een gezonde en schone Oosterschelde, zoals de mosselbranche en het toerisme, zijn volgens hem bang dat vanuit het munitiekerkhof zware metalen, het uiterst giftige witte fosfor en TNT (springstof) in het water terechtkomen.

De Oosterschelde is beschermde natuur en bovendien een nationaal park. Het gebied is van oudsher het domein van de mosselvisserij en geliefd bij watersporters. Aan de boorden van de zeearm vertoeven in de zomer veel verblijfsrecreanten.

Gelekt

Begin maart werd ontdekt dat in een vergelijkbare munitiedump in de Noordzee voor het Belgische Knokke, vlakbij Zeeuws-Vlaanderen, TNT was gelekt. De discussie over de munitiestort bij Zierikzee laaide daardoor in Zeeland weer op.

Op vrijdag 12 april vindt op Neeltje Jans een bijeenkomst voor belanghebbenden plaats waar de resultaten worden besproken van onderzoeken naar de munitiestortplaats in de Oosterschelde, vertelt Van den Bos. De wethouder hoopt dat beheerder Rijkswaterstaat daarna snel de knoop doorhakt over het lot van de munitiedump. Naar zijn idee zijn er drie opties die onderzocht moeten worden. De eerste is dat alles bij het oude blijft: het wapentuig blijft liggen waar het ligt en er gebeurt verder niets. De tweede optie is dat het spul wordt opgeruimd, een dure operatie. De derde mogelijkheid is dat de munitie wordt afgedekt zodat eventuele verspreiding van giftige stoffen in het Oosterscheldewater wordt uitgesloten. Voor welke variant wordt gekozen hangt af van de uitkomsten van onderzoeken.

Gevaar

Explosievendeskundige Frank Barink vindt dat de overheid de munitie moet opruimen „of het probleem op z’n minst beheersbaar moet maken” door het materiaal bijvoorbeeld af te dekken. „In munitie schuilt altijd gevaar”, zegt Barink. „Het is niet zo dat het op een gegeven moment is uitgewerkt.” Hij wijst erop dat het eenvoudig is om te bezien hoe het spul er nu bij ligt, door er onder water foto’s van te maken. De springstoffenexpert is niet zozeer beducht voor TNT, maar veeleer voor DNT, een stofje dat in TNT zit. „DNT is zwaar kankerverwekkend en wordt snel opgenomen door zeedieren. Door watermonsters te nemen vlakbij de stort zie je snel genoeg of deze stof is vrijgekomen.”

Ook voorzitter Siebe Kramer van Nationaal Park Oosterschelde vindt dat er „vooral met het oog op de voedselveiligheid” snel helderheid moet komen. „Het is een al jaren slepende kwestie”, aldus Kramer. „De situatie ter plekke wordt naar mijn mening onvoldoende in de gaten gehouden.”