Milieuvoetafdruk van Nederlander licht toegenomen

beeld ANP

Voor het tweede jaar op rij nam de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per Nederlander toe. Van 15,1 ton CO2-equivalent per inwoner in 2017 naar 15,8 ton in 2018. Tussen 2008 en 2016 daalde de uitstoot nog.

Dat meldde het CBS woensdag op basis van de Monitor Brede Welvaart & UN Sustainable Development Goals 2019.

De toename is toe te schrijven aan een stijging van de uitstoot van broeikasgassen in het buitenland ten behoeve van de bestedingen in Nederland. De stijgende consumptie houdt verband met de sterk groeiende economie.

In 2016 daalde de uitstoot van broeikasgassen door de Nederlandse economie per inwoner nog bijna met 4 procent. Sinds dat jaar steeg de uitstoot echter in totaal met bijna 7 procent tot 15,8 ton CO2-equivalent in 2018. CO2-equivalenten zijn een rekeneenheid waarmee andere broeikasgassen (zoals methaan) worden vergeleken met CO2.

De grondstofvoetafdruk nam in 2017 licht toe. In 2012 was het gemiddelde grondstofverbruik per Nederlander nog 8800 kilo. De inzet van ruwe grondstoffen voor goederen nam de afgelopen jaren toe tot 9700 kilo per inwoner in 2017. In Nederland worden met name meer metalen gebruikt. In 2017 was dit per Nederlander gemiddeld ruim 800 kilo (93 procent) meer dan in 2012. Toch lag de totale grondstofvoetafdruk per inwoner in 2017 ruim 10 procent onder het niveau van 2010. Dit komt voornamelijk doordat het gebruik van mineralen sinds 2010 met ruim 1000 kilo per inwoner is afgenomen.

Omdat Nederlandse voorraden van natuurlijke hulpbronnen beperkt zijn, is Nederland sterk afhankelijk van de import van grondstoffen.

De milieuvoetafdrukken geven gevolgen weer die de bestedingen van Nederlanders hebben op het milieu, ongeacht of de productie van goederen en diensten plaatsvindt in Nederland of in het buitenland.

De broeikasgas- en grondstofvoetafdruk vormen in de Monitor Brede Welvaart indicatoren voor de milieueffecten die ons handelen hebben in de rest van de wereld.