Koraal gaat aan de wandel door klimaatverandering

Week van de schepping
​Bioloog Max Janse in de Ocean van Burgers’ Zoo. beeld VidiPhoto
2

Wie inzicht wil krijgen in de biodiversiteit van de 360 miljoen vierkante kilometer van de wereldzeeën, kan niet om de Ocean van Burgers’ Zoo in Arnhem heen. Het superaquarium telt 8 miljoen liter water en is 6 meter diep. Een druppel, vergeleken met oceanen. En toch... Burgers’ Zoo helpt het herstel van biodiversiteit een handje.

Terwijl nog geen 7 procent van de oceanen in kaart is gebracht, heeft Max Janse, bioloog en hoofd Ocean van Burgers’ Zoo, zijn aquarium aardig in beeld. Het in 2000 geopende paradepaardje van het Arnhemse dierenpark heeft inmiddels internationale faam.

In Arnhem staat met 750.000 liter water het op één na grootste levend koraalrifaquarium ter wereld. Dat is inmiddels hof- leverancier van zelfgekweekte koralen voor tal van andere aquaria, waardoor er minder koraal uit de natuur hoeft te worden gehaald. Die status is wel met vallen en opstaan bereikt, want een belangrijk deel van de bedreigingen waar de natuur mee te maken heeft, was en is ook de Arnhemse Ocean niet vreemd.

Janse vat die problemen samen. „We proberen hier een levend ecosysteem –de Indo-Pacific in het klein– neer te zetten, oftewel van biologie in de bodem tot natuurlijke vijanden bij het koraalrif. Dat was de filosofie van bedenker Antoon van Hooff en in 2000 nog nooit eerder verwezenlijkt. Het duurde ook een tijd voordat we resultaat zagen. Pas in 2008 begonnen de koralen goed te groeien.”

Het koraalrif rust op vier basisprincipes. „Allereerst is dat de juiste techniek, zoals verlichting, temperatuur, waterbeweging en materiaalkeuze. Zeewater is immers agressief. Staal corrodeert en veel kunstmatige stoffen zijn giftig. Datzelfde gebeurt op wereldschaal in de oceaan, waar vervuiling in diverse vormen het waterleven –en dus ook koraalriffen– aantasten. Een van de grootste problemen zijn de micro- en nanoplastics die in het voedingssysteem van koralen (en andere diersoorten) terechtkomen. Maar ook te warm water zorgt voor een averechts effect, zoals ook de temperatuurstijging –het grootste probleem– gevolgen heeft voor het zeeleven.”

Zonlicht

„Even belangrijk is de tweede pijler, de chemische samenstelling van het zeewater”, vervolgt de bioloog. „Die moet dezelfde zijn als waar deze zeedieren vandaan komen. Iedere verandering, hoe beperkt ook, heeft direct gevolgen. Veel vissen betekent meer afvalstoffen en een teveel van deze voedingsstoffen zorgt voor algengroei en vermindert dus zonlicht, waarvan het tropisch koraal afhankelijk is. Het lozen van rioolwater in de Grote Oceaan heeft hetzelfde effect. Het Arnhemse koraalrif heeft daarom een limiet van 800 vissen.”

In de derde plaats moet al het leven in het zeeaquarium op elkaar zijn afgestemd: de biologie. Terwijl Burgers’ zelf zorgt voor ‘overbevissing’, is het wegvangen door lokale vissers van met name visetende vissen een ramp voor natuurlijke koraalriffen.

Daarbij komt nog dat lokale vissers dat met dynamiet doen. De gevangen vis komt weliswaar bovendrijven, maar onder water zijn dan complete koraalbanken verwoest. En die riffen (0,2 procent van de zeebodem) bieden niet alleen een onderkomen aan een kwart van alle zeeorganismen, maar beschermen de kustgebieden ook tegen bijvoorbeeld tsunami’s.

De laatste pijler: geduld. Het duurde acht jaar voordat de koralen in de minioceaan van het Arnhemse dierenpark door optimale omstandigheden begonnen te groeien. In de tropen is dat niet anders als koraal afsterft. „Maar op zich is de natuur krachtig en slim genoeg om zich dan aan te passen.” Een mooi voorbeeld is het feit dat koralen van tropisch naar subtropisch gebied ‘wandelen’. „Wat dat betreft is er ook genoeg reden voor optimisme, als we maar op tijd ingrijpen.”

Steeds bleker koraal

Koraalriffen beslaan 0,2 procent van de zeebodem, maar 25 procent van de biodiversiteit speelt zich daar af. Was tot voor kort overbevissing de belangrijkste oorzaak van het verdwijnen van de koralen, inmiddels vormt klimaatverandering de grootste bedreiging, vertelt universitair docent dr. Ronald Osinga van de Wageningen Universiteit.

„Riffen worden gebouwd door koraaldieren. Deze koraaldieren leven samen met microscopische algen die de koraaldieren van voedsel voorzien. Een te hoge watertemperatuur zorgt ervoor dat de microscopische algen giftige vormen van zuurstof gaan afscheiden in hun koraalgastheer.” Het koraal gooit vervolgens de alg uit zijn systeem, wordt wit en sterft na verloop van tijd af. Zo is al tweederde van het beroemde Groot Barrièrerif bij Australië verdwenen en zijn in de Caribisch gebied grote stukken afgestorven. „En dan te bedenken dat 500 miljoen mensen op tal van terreinen afhankelijk zijn van de koraalriffen.”

Volgens Osinga zijn er vier oplossingen. Allereerst wereldwijde herbebossing om zo CO2 te absorberen en de temperatuurstijging een halt toe te roepen.

Ten tweede CO2-uitstoot verminderen door duurzaam leven, wonen en werken.

Ten derde andere bedreigingen als overbevissing en rioollozingen verbieden, zodat koralen zich beter kunnen aanpassen aan de temperatuurstijging.

En als vierde het kweken van superkoralen die wel bestand zijn tegen klimaatverandering.