„Kadavers belangrijk voor de kringloop van voedingsstoffen en mineralen in de natuur”

3

Kadavers zijn belangrijk voor de kringloop van voedingsstoffen en mineralen in de natuur. In het project ”Dood doet Leven” worden dode beesten vernietigd, maar teruggebracht in de natuur. Via de webcam is te zien hoeveel dieren er eten van een dode ree.

Leunend op het hekje rond de plaats in het Kuinderbos in de Noordoostpolder waar hij kadavers achterlaat, wijst boswachter Harco Bergman van Staatsbosbeheer op de weinige botten die er nog liggen. „Kijk, van de reiger die ik vorige week heb gebracht, zijn alleen nog maar wat veren over.”

Toch heeft hij hier de afgelopen jaren zo’n vijftien reeën gebracht die in de buurt waren doodgereden en nog eenzelfde aantal kleinere dieren: reigers, marters, kraaien, bunzings, hazen en ringslangen.

Aaseters ontfermen zich razendsnel over de kadavers. De boswachter doet al drie jaar mee aan het project ”Dood doet Leven”. Doorgaans gaat doodgereden wild naar de destructie, maar hier wordt het teruggebracht in de natuurlijke kringloop.

Meer dan tevreden

Bergman is meer dan tevreden over het experiment. „Er komen zo veel aaseters op af, het is een geweldige stimulans voor de biodiversiteit. De dood brengt werkelijk nieuw leven.” Zwijnen, vossen en raven profiteren van kadavers in de natuur; de zeearend, de rode wouw en de buizerd laten zo’n kans evenmin passeren.

De boswachter is ook erg te spreken over het publiek. „Veel mensen zijn vervreemd van de natuur en beseffen niet dat de dood er gewoon bij hoort. Ik nodig onze campinggasten altijd uit te gaan kijken. Moeders vinden het aanvankelijk vaak vies, maar kinderen reageren enthousiast. Ze vinden het ongelofelijk: zo veel maden bij elkaar.”

„Zodra een dier doodgaat melden de eerste aaseters zich. Die dikke vleesvliegen zwerven lukraak door het bos en zijn er dan als eerste bij. Ze leggen eitjes die na een paar dagen uitkomen. Ze doen dat bij voorkeur bij de lichaamsopeningen: ogen, anus, neus en oren en uiteraard bij eventuele verwondingen. De maden die er uitkomen hebben dan een feestmaal. Ze groeien in razend tempo uit tot één wriemelende laag die het halve kadaver bedekt”, schetst Bergman.

Wolven en zwijnen kunnen een kadaver openscheuren en zelfs de botten kapotbijten. Die eten ze om de mineralen die erin zitten. Ze bieden kleinere aaseters zoals vossen, raven en buizerds, die daarvoor de kracht missen, de mogelijkheid om spieren, vet en andere delicatessen te bereiken. Kevers, vliegen en vlinders profiteren mee. Als er niet zulke sterke beesten in de buurt zijn, is het wachten geblazen.

Gas

In de maag van grazers zoals de ree ontstaat na de dood zo veel gas dat de buik na enkele dagen openbarst. Dan worden de voedingsstoffen voor meer dieren bereikbaar. De stank van verrotting, op 100 meter waarneembaar, trekt steeds meer dieren. Fazanten en mezen doen zich met hun kuikens te goed aan de massa’s eiwitrijke maden. Ook egels, wespen en hoornaars komen af op larven en insecten. Koolmezen en andere vogels gebruiken de haren als stoffering van hun nest.

”Dood doet Leven” sluit aan bij vergelijkbare projecten in Duitsland en België. Grote terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten werken eraan mee. „Het is gebaseerd op de gedachte dat de kringloop van de natuur compleet moet zijn”, aldus projectleider Bart Beekers van Ark Natuurontwikkeling. Het project vloeit voort uit de ervaringen met dood hout in de bossen. Zoals dood hout een voedselbron is voor veel organismen, zijn ook dode dieren dat. „Een kadaver trekt in de zomer wel tachtig soorten kevers en twintig soorten vliegen.”

Weg- en natuurbeheerders en ook jagers spreken af waar en hoe ze dode dieren achterlaten. „We willen geen knekelhopen, dieren gaan in de natuur ook niet op één plek dood”, aldus Beekers.

Waarschuwingsbordje

Boswachter Bergman kan zich in die gedachte wel vinden, maar hij heeft een educatief doel en nodigt scholieren uit om te komen kijken hoe de afbraak verloopt en de natuur afvalstoffen hergebruikt. Aan het begin van het paadje waar de kadavers liggen, staat trouwens keurig een waarschuwingsbordje, zodat niemand onaangenaam wordt verrast. Sinds vorige week kan publiek via de webcam van ”Dood doet Leven” ook thuis volgen hoe een reebok verdwijnt.

Uit angst voor besmettelijke dierziekten moeten dode runderen en paarden volgens de wet worden geruimd. Beekers is daar niet benauwd over en ziet graag dat er meer dode dieren mogen blijven liggen: „Verschillende instituten controleren op mond-en-klauwzeer, varkenspest en andere besmettelijke ziekten. Die zijn nooit aangetroffen, het risico is nihil.”

Hij beschouwt aaseters als de opruimploeg van de natuur. „Omdat dierziekten vaak specifiek zijn voor een soort, kunnen ze kadavers eten zonder zelf ziek te worden. Als de risico’s veranderen kunnen beheerders daar rekening mee houden door een soort tijdelijk wél te ruimen.”

Het achterlaten van kadavers betekent dat er nogal wat materiaal in de natuurlijke kringloop blijft. Een ree weegt niet meer dan 15 tot 18 kilo, maar alleen al in Noord-Brabant werden er in 2017 1023 doodgereden, illustreert Beekers. „Een edelhert van 150 kilo is een welkome aanvulling op het menu van aaseters zoals de raaf, zeker in de winter.”

De grote zwarte vogels zijn in de jaren tachtig opnieuw geïntroduceerd op de Veluwe. Met succes, want ze zijn nu overal te vinden. Ook in het Kuinderbos. „Ik weet niet of het komt door de kadavers, maar ze zijn er sindsdien wel”, bevestigt Bergman. Beekers: „Raven leggen in februari en maart eieren, een maand later moeten ze genoeg voedsel hebben om hun jongen snel te laten groeien. Kadavers vormen dat voedsel.”

Gieren

„Mensen verdragen geen verrot vlees, voor aaseters ligt dat anders”, legt Beeker uit. „Gieren bijvoorbeeld hebben maagzuur met een pH-waarde van bijna nul. Dat doodt alle bacteriën.”

Met het herstel van de populaties in Zuid-Europa ziet Beeker de gier nog weleens terugkeren in onze streken, al was het maar om te foerageren. „Voor een gier stelt 2000 kilometer niets voor.”

„Na tien dagen is er van een ree niet meer over dan een zak botten”, is Bergmans ervaring. Beeker tekent aan dat dit ’s winters aanzienlijk langer kan duren. Vossen slepen stukken vlees met bot en al met zich mee en zorgen zo voor verspreiding van het calcium, magnesium, koper en kobalt dat erin zit. Voor de arme bosgrond op de Veluwe en in Brabant vormen die een welkome aanvulling.

De verstoorde mineralenhuishouding wordt wel in verband gebracht met botproblemen bij jonge koolmezen. De komst van de wolf in Nederland kan volgens Beekers in belangrijke mate bijdragen aan een betere spreiding van elementaire voedingsstoffen. „Een roedel doodt al gauw 200 hoefdieren per jaar. De stoffen waaruit de botten zijn opgebouwd komen via aaseters geleidelijk weer in de bodem terecht.”

>>ark.eu >>dooddoetleven.nl >>rd.nl/kadavers