Joop en Albertje hebben het Dwingelderveld als achtertuin

Parkbewoners
Joop en Albertje Kleine voor hun woning, de Davidshoeve, middenin nationaal park Dwingelderveld. beeld RD, Anton Dommerholt

Joop en Albertje Kleine hoefden bijna dertig jaar geleden niet lang na te denken toen ze de kans kregen om in de Davidshoeve te komen wonen. Van een rijtjeshuis in Hoogeveen naar een boerderij midden in het Drentse Nationaal Park Dwingelderveld, wie wil dat nu niet?

Wie een rondje met Joop Kleine om de Davidshoeve loopt, weet direct wat de passie is van de 75-jarige: vogels. In bomen en aan muren hangen nestkasten en bij elke kast heeft Kleine een verhaal. „Deze mussenflat is bezet door ringmussen en huismussen, allebei beschermde soorten. Die wil ik graag op het erf houden, dus ’s winters voeren we ze bij.”

yt

Liefde voor vogels zat er al jong in. „Op m’n zestiende begon ik met vogelen en later deed ik mee met diverse telprojecten. Nog later ben ik op eigen initiatief vogels gaan inventariseren in het Dwingelderveld.” Dat betekende ’s morgens heel vroeg in Hoogeveen op de fiets stappen, zo’n 14 kilometer fietsen en dan het veld in om vogels te tellen.

De telperiode begint voor Kleine eind februari en gaat door tot begin augustus. Daarna is de vogelaar maanden bezig met het schrijven van een dik inventarisatierapport over de fauna en flora van het nationaal park. Alles geheel vrijwillig, vroeger naast zijn baan bij de gemeente Hoogeveen en een regionaal nutsbedrijf.

Nadat Kleine acht jaarrapporten had aangeleverd bij de beheerders van het nationaal park, bood Natuurmonumenten hem de kans de Davidshoeve te huren. Zijn vrouw Albertje (nu 72) zei direct: „Ik ga mee!” Ook hun twee kinderen, toen 16 en 13 jaar, zeiden geen nee. Zoon Gert-Jan was inmiddels ook besmet door het vogelvirus en dochter Janine trouwde na verloop van tijd met een van de schaapherders van het nationaal park, Johan Coelingh.

Ver buiten de bebouwde kom wonen heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat Kleine nu met inventariseren kan beginnen zodra hij de deur uitstapt. Daarnaast geniet het echtpaar iedere dag van de rust en de ruimte om het huis. „Het Dwingelderveld is onze achtertuin.”

De nadelen wegen volgens de Kleines bij lange na niet op tegen de voordelen, maar ze zijn er wel. „In de winter kan de onverharde weg hier naar toe wekenlang onbegaanbaar worden voor bijvoorbeeld de postbezorger of mensen die hier op visite willen komen”, vertelt Joop. „De gemeente vertikt het om een gedeelte van de zandweg hier naartoe van bijvoorbeeld grind te voorzien. We hebben een vierwielaangedreven auto, dus we komen er altijd wel doorheen.”

De afvaldienst komt ook niet bij de Davidshoeve. Het echtpaar Kleine moet zijn huisafval naar de containers bij de ingang van camping De Noordster brengen, een kleine kilometer verderop. „Er zit een slot op onze kliko’s, anders zitten ze vol voordat wij er iets in kunnen stoppen.”

Enkele jaren zorgden hangjongeren van de campings in de buurt voor enige geluidsoverlast. Nu die activiteiten hebben georganiseerd voor jongeren, is ook dat probleem voorbij.

Midden in de natuur leven, betekent ook natuurgeweld ondergaan. Omdat de boerderij aan de rand van een groot open heideveld staat, kan het er aardig stormen. Ook is de bliksem enkele keren vlakbij ingeslagen. „Het vuur spatte uit de stopcontacten. De telefoonkabel was ook geraakt, dus hebben we het ruim een week zonder telefoon en internet moeten doen. Wel lekker rustig trouwens.”

Heel graag willen de Kleines nog jaren op de Davidshoeve blijven wonen. Joop heeft een topconditie omdat hij voor het inventarisatiewerk veel beweegt. „Toch heb ik de beheerders van het gebied verzocht om te zien naar extra tellers, zodat ik niet meer alleen het werk hoef te doen. Zij struinen nu door de hei, zodat ik mij kan beperken tot het op de fiets inventariseren in de bossen.”

Serie Parkbewoners

Op bezoek bij mensen die in een nationaal park wonen. Deel 3: Dwingelerveld.