Jonge herders in Spanje: WhatsAppen en geiten observeren

Herder Eduard Balsells wilde als kind al herder worden. Op vakanties met zijn ouders in de Pyreneeën raakte hij gefascineerd door die eenzame figuren die hij daar zag. beeld Lex Rietman
3

Jonge herders bestaan nog. Ecologische bemesting en brandpreventie behoren tot hun hedendaagse taken. En natuurlijk kan de moderne herder niet zonder mobieltje en WhatsApp. Maar wie niet tegen eenzaamheid kan, zoekt liever een andere baan.

Ze hebben haast vandaag, de geiten van Xavier. Met een noodgang slingert zijn kudde over de bergpaden naar beneden. Het levert een mooi schouwspel op, en ook een oorverdovend geklingel van geitenbellen. Wie voor zijn rust naar het bos gaat, kan de bergen van Les Ordes nu beter even links laten liggen.

Xavier Minguillón (32) heeft een ongewoon beroep. Hij is herder. Drie jaar geleden raakte hij zijn baan kwijt. Hij werkte in de petrochemische industrie in Tarragona, een provinciehoofdstad in het noordoosten van Spanje. Na zijn ontslag trok hij naar het platteland. Zijn familie bezat een huis in het dorpje Santes Creus, vlakbij het beroemde klooster met dezelfde naam. Xavier plukte er druiven en amandelen, oogstte olijven en plantte uien. Maar het was toch niet echt wat hij zocht.

Drie jaar geleden kocht hij zijn eerste zes geiten. Hij had altijd al van dieren gehouden. Waarom zou hij niet een bestaan als herder uitproberen? Het bleek goed te bevallen. „Ik zag dat het voor mij geen probleem was om elke dag tien of twaalf uur met de geiten op stap te zijn”, zegt hij. „Bestaat er een mooier beroep?” Voor Xavier in elk geval niet. Een halfjaar later kocht hij nog eens 36 geiten. Weer een halfjaar later zette hij de definitieve stap en nam de kudde van 200 geiten over die hij nu heeft.

Herder Eduard Balsells wilde als kind al herder worden. Op vakanties met zijn ouders in de Pyreneeën raakte hij gefascineerd door die eenzame figuren die hij daar zag. beeld Lex Rietman

„Ché! Va Cuca va!” Xavier stuurt herdershond Cuca naar achteren om de staart van het peloton achter de vodden te zitten. Er mogen geen gaten vallen, de kudde moet bijeen blijven. Na een kwartier afdalen bereikt hij een vlak stuk weidegrond tussen wijnranken en olijfboomgaarden.

Eindelijk komt de opgewonden meute tot rust. „Kijk, dit wilden ze dus”, zegt Xavier. Vers gras. Maar dat is niet elke dag zo. Soms kiezen zijn geiten voor de struiken tussen de amandelboomgaarden bergopwaarts. En soms willen ze droge kost, zoals de archilagastruik met zijn scherpe naalden. Xavier laat ze zo veel mogelijk hun eigen gang gaan. Ze weten wat ze nodig hebben. Als hij ze ‘s ochtends uit hun omheinde nachtverblijf laat, bepalen ze zelf hun route en daarmee hun dagmenu: elke dag uit eten.

Praktijkonderwijs

Sinds een jaar of tien kent Spanje herdersscholen, maar daar heeft Xavier niet op gezeten. Hij is gewoon in het diepe gesprongen. Voordat hij zijn eerste geiten kocht had hij „nog nooit een geit van dichtbij gezien.”

Toch vindt hij zichzelf geen autodidact. Zijn leraressen –hij heeft op dit moment alleen sikken– zijn de geiten. „Elke dag leren ze me nieuwe dingen”, zegt hij. „Ik ben benieuwd wat er vandaag gebeurt, wat ze gaan eten, hoe de kou en de harde wind hun gedrag beïnvloedt. Kijk, nu zijn ze opnieuw onrustig, ze rennen veel. Misschien willen ze snel eten en vroeg naar huis omdat ze voelen dat het vanmiddag koud zal worden. Ik heb geen flauw idee wat ons vandaag te wachten staat, haha!”

Xavier met zijn geiten in Les Ordes bij Santes Creus. beeld Lex Rietman

De kudde van Xavier graast op privégronden. Hij heeft een overeenkomst gesloten met de landeigenaar. In ruil voor het gebruik van het land, zorgen zijn dieren voor bemesting en houden ze het gras kort. Dat is goed voor de wijnbouw, zodat beide partijen baat hebben bij de deal.

Xavier lijkt te genieten van zijn werk, en van zijn gezelschap: de geiten, de ezel en de honden. „Absoluut, ik vind dit een fantastisch beroep. Ik zou het voor niks anders willen ruilen. Als het op termijn voldoende is voor het levensonderhoud is, tenminste. Want iedereen weet dat veel herders stoppen, en dat is natuurlijk niet voor niks.”

Dat hij nooit een vrij weekeind of vakantie heeft, is voor Xavier geen probleem. Net zo min als de eenzaamheid van de herder. Op het veld en in de bergen is hij in zijn element. Hij vermaakt zich door zijn dieren te observeren en met ze te spelen, luistert op zijn mobieltje naar muziek –flamenco en punk–, deelt ervaringen met andere herders via WhatsApp, en denkt veel na. Waarover? „Dat ik niks anders nodig heb dan dit.” Het enige dat voor hem roet in het eten kan gooien, is dat hij zijn bedrijf zou moeten sluiten wegens gebrek aan rendabiliteit.

­­­Xavier Minguillon raakte drie jaar geleden zijn baan kwijt in de petrochemische industrie en koos voor het herdersvak. beeld Lex Rietman

Seizoenstrek

Eduard Balsells (37) loopt al wat langer mee in het vak. Hij houdt zijn schapen in Querol, op een halfuurtje rijden van zijn collega Xavier. Dat wil zeggen: we kunnen ze nu nog net even hier in de bergen van Tarragona aantreffen, want Eduard en zijn 200 schapen gaan overmorgen verkassen. Eigenlijk is dat een oeroude traditie, de zogeheten transhumancia, ofwel de seizoensgebonden trek van herders met hun vee van gebieden waar niet voldoende voedsel meer is naar plekken waar nog wél groene weidegronden te vinden zijn.

Alleen gaat het bij Eduard om transhumancia in een modern jasje. Hij vertrekt zoals elk jaar rond deze tijd naar Sant Boi, een voorstad van Barcelona die tegen de bergen aanleunt. Eduard wordt met zijn schapen door de gemeente ingehuurd om de wijken die aan de bosrand liggen, vrij te houden van brandgevaarlijk organisch materiaal. Voor Eduard betekent dat bijna een halfjaar een gegarandeerd inkomen, en de gemeente spaart er veel geld mee uit. Schapen maken de bosrand aanzienlijk goedkoper schoon dan machines.

Eduard leidt een nomadenbestaan. Hij woont in zijn camper, want hij wil bij zijn schapen zijn. Als de klus in Sant Boi erop zit, trekken ze in de zomer voor drie maanden naar de Pyreneeën. Het najaar brengen ze dan weer door in Querol. Daar kunnen gezinnen met kinderen ook bij hem terecht voor excursies met uitleg over schapen, lammetjes, het herdersbestaan en het belang van dieren in het milieu.

Verder geeft Eduard les op de herdersschool in Rialp in de Pyreneeën. Tien jaar geleden maakte hij deel uit van de eerste lichting studenten. „Volgens de school werkt 60 procent van de afgestudeerden als herder”, zegt Eduard. „Maar dat geloof ik niet. Ik denk dat hooguit 20 van de 150 werkelijk de kost verdienen als fulltime-herder.”

Eduard heeft nu bijna tien jaar zijn eigen kudde. Van jongs af aan wilde hij al herder worden. Op vakanties met zijn ouders in de Pyreneeën raakte hij gefascineerd door die eenzame figuren die hij daar zag, hun vee, hun honden, dat overweldigende landschap.

Toch lijkt Eduard na tien jaar een beetje moe. Dat heeft niet zozeer te maken met het zware werk, of met de eenzaamheid. Daar is hij wel tegen opgewassen. Wat hem stoort is het gebrek aan erkenning voor zijn vak. „Dit land heeft zich verkocht aan het toerisme”, verzucht hij. „Wij tellen niet mee. Hier zien ze je als een gek, een zonderling, iemand met een vak voor armelui. Het maakt niet uit of er schapen zijn, of een duizendjarige boom. Als iemand hier een hotel wil neerzetten, komt er een hotel.”

Geen erkenning betekent een miserabel inkomen. Dat maakt het herdersvak voor Eduard onhoudbaar voor de toekomst. Hij is op internationale congressen van vakgenoten geweest. In Ierland en Schotland genieten herders erkenning, stelde hij vast. „Daar hebben ze een waardig inkomen en een toekomst. Hier niet. Ik heb een vriendin. Wat als wij volgend jaar een kind zouden willen krijgen? Dan moet ik iets anders gaan doen.”

Toch zou hij het liefst herder blijven. Maar de veranderende eetgewoonten –Eduard leeft deels van de verkoop van lammeren voor de slacht– helpen ook niet mee. „Vroeger werd hier veel meer lamsvlees gegeten dan nu”, zegt hij. Voor een deel wordt die daling gecompenseerd door immigranten uit islamitische landen die wél lamsvlees eten. „Pasgeleden zijn twee oude herders hier in de provincie gestopt. Ze hebben hun schapenkudde verkocht aan Marokkaanse jongens. Zíj zijn tenslotte degenen die schapenvlees consumeren. Misschien moeten we er maar gewoon aan wennen dat de herders van de toekomst uit Marokko komen.”

Wonen bij moeder

Xavier Minguillón leeft van de verkoop van geitenlammeren. In deze periode is de prijs van geitenlamsvlees goed, want met Kerst en oud en nieuw is cabrito een geliefde schotel bij Spaanse familiebijeenkomsten. Daarnaast krijgt hij twee subsidies. Het inheemse ras dat hij houdt, de rasquerageit, wordt met uitsterven bedreigd. Daarom krijgt hij een overheidsbijdrage om de soort in stand te houden. Verder ontvangt hij een startsubsidie voor jonge veehouders. Al met al kan hij nu net rondkomen, ook al woont hij dan –zoals talloze andere dertigers in Spanje– bij zijn moeder.

Om op termijn voldoende inkomsten te genereren, heeft Xavier volgens zijn berekeningen ten minste 300 geiten nodig. Langzaam maar zeker komt dat aantal in zicht. Hij gebruikt geen fabrieksvoer, geen antibiotica en geen medicijnen. Dat is niet alleen een kwestie van principes. Binnenkort hoopt hij officieel erkend te worden als ecologisch bedrijf. Met zo’n certificaat kan hij betere prijzen vragen voor zijn dieren. Xavier is optimistisch: „Ik denk dat ik eind volgend jaar hiervan kan leven. Het enige plan dat ik heb is deze onderneming vooruit helpen. Ik kan me geen bestaan meer voorstellen zonder mijn geiten.”