Jong eldorado voor weidevogels alweer bedreigd

Drassig grasland, een magneet voor vogels en bijzondere planten. beeld Chiel Jacobusse
4

Chiel Jacobusse, ecoloog bij Het Zeeuwse Landschap, krijgt regelmatig van treinreizigers complimenten over de schoonheid van de Vlaakse Moer, een ongeveer 20 hectare groot natuurgebied naast het Kanaal door Zuid-Beveland.

Over een halfverhard pad op Zuid-Beveland rijdt Jacobusse zijn auto tot voor een hek, stapt uit, zet zijn verrekijker aan de ogen en tuurt over drassige grasland, waar vogels af en aan vliegen. „Twintig jaar geleden was dit aardappelland en bietenakker.”

Vanaf de plek bij het hek heb je goed uitzicht over het veld, evenals vanuit de trein die juist langskomt over de spoordijk die de zuidgrens vormt van de Vlaakse Moer, een relatief nieuw natuurgebied ten zuiden van de Yerseke Moer.

Ondiepe kreekjes takken loodrecht aan op een breder water met grillige oevers. Het veld zelf, rijk aan zilte kruiden, ligt nauwelijks hoger en is drassig. En dat trekt vogels aan. Aan de waterkant zitten berg- en wilde eenden, grauwe en brandganzen en de eerste overwinterende smienten.

Een kievit verjaagt een buizerd die in het terrein wil neerstrijken. In dit jaargetijde is dat maar spielerei, maar in de lente is het menens. „Mede dankzij de nabijheid van de Yerseke Moer kan dit gebied zich meten met de allerbeste weidevogelgebieden van Nederland”, vertelt de natuurkenner.

Ecoloog Chiel Jacobusse bij ‘zijn’ natuurgebied Vlaakse Moer. beeld Kees van Reenen

Ringdijk

De Yerseke Moer is een voormalig schorrencomplex dat zo’n 1000 jaar geleden door een ringdijk van de zee werd afgesloten. Het bestaat uit weilanden met hoogteverschillen.

„Hier broedden dit jaar acht tureluurpaartjes, dat vind je bijna nergens. En de enige keer in mijn leven dat ik jonge kwartels gezien heb was hier.” Dit was mogelijk door een samenloop van omstandigheden.

„Rond het begin van de jaartelling bestond het grootste deel van de delta uit hoogveen. Tot er tegen het begin van de derde eeuw gaten in de duinenrij begonnen te vallen. De zee drong het land binnen en begon het betrekkelijk zachte veen te overspoelen.” Zo werd Zeeland één groot schorrengebied, doorsneden met kreken waardoor zand en klei werden afgezet op het veen. Op die manier ontstonden er hogere, bewoonbare plekken ontstonden die vervolgens bedijkt werden.

„Het veen bleek nu vol zout te zitten, en dat was geld waard. Om het zout te winnen werd in de Middeleeuwen het veen weggegraven. Moernering heette dat.” Daarna bleef er laaggelegen, nat, zilt land achter waar vee kon grazen.

Treinreizigers genieten van het uitzicht op het natuurgebied. beeld Kees van Reenen

Ontwatering

In de twintigste eeuw kwam er meer vraag naar akkerbouwgrond. Door ontwatering werden steeds meer gebieden daarvoor geschikt gemaakt. „Vooral na de oorlog werd productie het enige wat telde en na de ruilverkavelingen in de jaren 70 ging het hard. Natuur en landschap hebben een bizar hoge prijs betaald voor de productieverhoging.”

Voordien was Zeeland bijzonder rijk aan flora en fauna. Jacobusse: „Toen ik als jongen naar school in ’s-Gravenpolder fietste hoorde ik voortdurend wel drie veldleeuweriken tegelijk. Nu mag je blij zijn als je er om de 5 kilometer één hoort. Op elk perceel zaten patrijzen, nu bijna nergens meer. Ze kunnen op de intensief gebruikte grond geen voedsel meer vinden.”

Kans

In 2010 kreeg Het Zeeuwse Landschap de kans een stuk grond van 20 hectare bij de buurtschap Vlake aan te kopen. „Meteen daarna kondigde staatssecretaris Bleker een aankoopstop af, en was er ook geen geld meer beschikbaar voor herinrichting. Maar in hetzelfde jaar barstte er een olieleiding daar achter die bomenrij en moest een heel stuk grond afgegraven worden. We hebben toen een deal gesloten met de oliemaatschappij om de bovenlaag van ons gebied, dat we Vlaakse Moer noemen, over te nemen. Zo is het weer in de oude staat teruggebracht, met het door de moernering ontstane verkavelingspatroon.”

Nu laat de boer van wie het land gekocht is er jongvee grazen. „Het werd meteen een eldorado voor broedvogels. Eerst pioniersoorten zoals kluut en verschillende plevieren, al snel ook weidevogels.” Dat is zelfs in de herfst te zien aan de kieviten, eenden, zangvogeltjes en af en toe roofvogels die het gebied aandoen. De kievit heeft de indringer verjaagd en voegt zich weer bij de groep om op de drassige percelen voedsel te zoeken en ongestoord te rusten.

De kluut is een talrijke broedvogel. beeld Chiel Jacobusse

Betonblok

Er dreigt echter opnieuw gevaar. „Zie je dat betonblok? Hier moet een nieuwe hoogspanningsleiding komen. Dat betekent uitkijkposten voor een slechtvalk en draden waar de meeste weidevogels niet onder durven te broeden. We hebben er compensatie voor gekregen, maar het blijft treurig dat zo’n kansrijk weidevogelgebied teloorgaat.”

Wat blijft is de botanische waarde. Dankzij zilt kwelwater kunnen zoutplanten zoals zeekraal en schorrenkruid zich handhaven. Ook bijzondere planten zoals aardbeiklaver, draadklaver en fijn goudscherm doen het erg goed. „Hier en in de naburige Moeren liggen de beste zilte graslanden van Nederland.”

Strokenteelt

Na Staatsbosbeheer is Stichting Het Zeeuwse Landschap de grootste natuurbeherende grondeigenaar in Zeeland. Sinds enkele jaren richt de organisatie, na jaren van aankoop van gebieden, zich vooral op verduurzaming in de landbouw, onder andere door samen met akkerbouwers te werken aan strokenteelt, met winst voor boer én natuur.

Bij strokenteelt worden meerdere gewassen op één perceel geteeld. Gewassen zijn daardoor minder kwetsbaar voor ziektes en plagen. Daardoor zijn er minder bestrijdingsmiddelen nodig. Ook verbetert strokenteelt de biodiversiteit en de benutting van licht, water en mineralen. Het wordt gezien als een belangrijke bouwsteen voor de natuurinclusieve landbouw van de toekomst.