Jager schiet ratten op boerderij, fabriek en in recreatiegebied

Rattenjager Wil Peperkamp.  beeld Theo Haerkens

Waar voedsel is, zijn ratten. Zodra de oogst binnen is, trekken ratten uit het buitengebied naar stallen en schuren. Maar ook naar afvalverwerkers, slachthuizen en bedrijven in de voedingssector. Wil Peperkamp schoot in drie jaar ruim elfduizend bruine ratten.

Vijf à zes avonden in de week trekt Wil Peperkamp (68) erop uit om boerderijen en andere bedrijven van ratten af te helpen. Peperkamp werkt met de modernste apparatuur om de knaagdieren op te sporen en te schieten. De gepensioneerde in- en exporteur van auto-onderdelen houdt in een schriftje nauwgezet bij wanneer hij ergens is geweest en hoeveel ratten hij er schoot. „Kijk, ik zit nu op 11.344!”

De jager –„Ik heb al 52 jaar een vergunning”– heeft geen aardigheid meer in de jacht op konijnen, hazen of fazanten. Die ziet hij liever in het veld. De bestrijding van de bruine rat, die ziekten verspreidt en veel kapot knaagt, schenkt hem wel voldoening, al is de jacht met het geweer slechts een aanvulling op andere maatregelen. „Bij een kippenboer is voer, er zijn eieren en dode kippen. Waarom zou een rat er vergif eten of zich in een val laten lokken?”, illustreert hij. „Ratten zijn slim en zo behendig dat ze over draden balanceren of recht tegen een muur op klimmen. Ze eten alles, op een boerderij is de tafel altijd gedekt. Er zijn biks, er is mais en een gierkelder. Ze halen zelfs eetbare resten uit de mest van de beesten op stal. Dat maakt het lastig alle ratten weg te krijgen, er komen altijd nieuwe.”

Ratten jagen op de boerderij

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Schemering

Op verzoek van boeren, fabrikanten en particulieren komt Peperkamp in actie. Overdag verkent hij de situatie. „Ik moet weten waar ik lopen en schieten kan, zonder schade aan te richten of mensen en andere dieren in gevaar te brengen. Zodra het schemert en stil is, komen de ratten tevoorschijn en begint het echte werk. Ik heb dan zo’n twee uur om ze te bestrijden.”

Met de warmtebeeldcamera op zijn persluchtgeweer doorzoekt hij samen met een maat zo’n bedrijf. De camera brengt ook een rat honderd meter verderop in beeld, zelfs als die in een zak met meel zit. „Zo’n beest heeft mij dan allang gehoord en gezien, maar blijft meestal rustig zitten. Pas op dertig of veertig meter afstand zet ik mijn statief neer, richt en schiet.”

Peperkamp gebruikt een ‘punt dertig persluchtgeweer’ dat normaal alleen op de schietbaan wordt gebruikt ‘of in de achtertuin om op kaartjes te schieten’. Een conventioneel wapen heeft een bereik van vele honderden meters en is te gevaarlijk. „De kogel mag niet te ver komen.” Wel is zijn wapen van een zwaarder kaliber dan normaal. „Zo’n rat moet wel in één keer dood zijn, het is ook een dier.” Het zelfgemaakt statief is zo stabiel dat Peperkamp rustig vijftien centimeter voor een koe langs schiet.

De camera legt alles op video vast: de impact van het tollende kogeltje zorgt dat de rat een buiteling maakt en vrijwel op slag dood is. Een geluiddemper voorkomt dat de boerderijdieren van de kook raken.

Kruiwagen vol

Peperkamp bezoekt de vijftig à zestig bedrijven waar hij actief is eens in de veertien dagen. Hij spreekt over grote professionele bedrijven. „Het is er geen rommeltje, echt vieze bedrijven kom ik niet tegen. Toch zijn er overal ratten: op een schoon bedrijf heb ik er wel eens 31 geschoten op één avond, een kruiwagen vol.”

Met een lange tang worden de gedode dieren verzameld. „De helft is besmet met de leptospira-bacterie, die de ziekte van Weil veroorzaakt”, verklaart de rattenjager, die de tang elke keer desinfecteert en altijd handschoenen draagt.

Hoewel Peperkamp niet altijd in de pas loopt met wet- en regelgeving, vragen ook gemeenten hem ratten te bestrijden in recreatiegebied. Er wordt al gedacht over een cursus voor ongediertebestrijders.