In de tuin van Zaayer mag de natuur nu haar gang gaan

Week van de schepping
Hendrik en Hanneke Zaaijer legden deze winter –met hulp van „de jongens” een tuin aan waar dieren niet alleen voedsel kunnen halen, maar zich ook kunnen nestelen en voortplanten. beeld Niek Stam
2

Het eerste groen dient zich aan op de grote bonken klei. Het echtpaar Zaayer uit Kesteren begroet de ontluikende blaadjes met vreugde. Hovenier Hendrik weet nog niet precies hoe het prille plantenleven zal uitgroeien. Maar dat het mág groeien, staat al vast. Hier mag de natuur haar gang gaan en is onkruid welkom.

Een argeloze voorbijganger ziet een hectare klei, maar Hendrik bezit de gave maanden vooruit te kunnen kijken in de natuur. Een slingerend pad voert door de biodiverse tuin in aanleg waar dieren zich thuis moeten gaan voelen en planten welig mogen woekeren.

Het wandelpad slingert over het perceel. Het vogelbosje, ondermeer bestaand uit Gelderse roos en hazelaar, moet kleine vogels een thuis bieden. Een grote kraan groef een gat. Die kuil wordt de poel waar de Zaayers kikkers, salamanders en libelles verwachten. De hovenier hoopt op meer. „Het zou prachtig zijn als de ijsvogel zich hier zou vestigen.”

Aan de andere kant van de poel staat de aanplant voor het geriefbosje. Daar staan de takken dicht op elkaar. „Er heerst rust en er zullen ongetwijfeld egels en muizen gaan huizen”, blikt Hendrik in de toekomst. In het stro, tussen de oude dakpannen of onder de dennenappels van het zelfgebouwde insectenhotel verwacht hij dat oorwurmen, vlinders en pissebedden inchecken.

Echtpaar Zaayer doet hun naam al eer aan sinds ze het perceel in 2000 kochten. Rondom hun woning liggen een prieeltuin, rozentuin en er is een hoek met enkel witte bloeiers. Tegen de gevel groeit een blauwe regen en de Zaayers maakten in een hoek van hun perceel het buxusmozaïek en tuin van Huis Verwolde na in het klein.

Slordiger

„Gecultiveerde tuinen”, noemt Hendrik de meeste tuinen in Nederland. Elke vierkante meter ziet er precies zo uit als de tuinbezitter wil. Snoeisel belandt in de groene container, rommel wordt opgeruimd en dieren zijn een toevallige bijkomstigheid in de tuin.

De liefde voor biodiversiteit ontstond bij de Zaayers op een juniavond in het afgelopen jaar. Hendrik –nu 26 jaar hovenier– vallen de schellen van de ogen. Op de bijeenkomst die de gemeente Neder-Betuwe organiseert over biodiversiteit beseft hij dat hij veel weet van planten, maar met insecten niet voldoende rekening houdt. Samen met zijn vrouw wil hij een tuin aanleggen waar ook insecten en kleine dieren zich thuis voelen. „Beesten hebben niet alleen voedsel nodig, maar ook een plek om te nestelen en zich voort te planten”, weet de hovenier nu.

Een biodiverse tuin betekent: de natuur meer z’n gang laten gaan. „Loslaten” noemt Hendriks vrouw Hanneke het. „Een biodiverse tuin kun je slordiger noemen, maar dat klinkt negatief. Natuurlijker is een beter woord. Een ligusterhaag bijvoorbeeld is geschapen om te groeien én te bloeien. Maar wij mensen scheren hem keurig strak voordat hij de kans krijgt te bloeien. Maar doordat er geen bloemen in komen door ons snoeiwerk, ontneem je insecten hun voedsel.”

Adviseur Saskia Bemer van Stichting Landschapsbeheer Gelderland ontwierp in samenspraak met echtpaar Zaayer de biodiverse tuin. „Rond 1900 zagen percelen zoals die van Zaayer er veel natuurlijker uit. Elk boerenerf had een boomgaardje en er waren rommelhoekjes waar egeltjes konden schuilen. Nu zijn de heggen hekken geworden, de erven zijn geasfalteerd en bijen en vlinders zoeken vergeefs naar voedsel. Schuilplaatsen voor dieren ontbreken.”

„Mensen missen het oude landschap”, stelt Bemer. Ze ziet de belangstelling voor biodiverse tuinen toenemen. Ook omdat bijenpopulaties slinken.

De overheid stimuleert biodiversiteit meer, ziet de adviseur. „Tien jaar geleden had in Gelderland geen enkele gemeente een biodiversiteitsprogramma. Inmiddels heeft ruim tweederde van de gemeenten dat wel.”

Aan de slag

Niet iedereen heeft een tuin van een hectare. „Maar biodiversiteit is op elke vierkante meter te realiseren”, weet Saskia Bemer van Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Zo pakt u de tuin aan.

Tegels eruit, planten erin. Een tuin waar planten leven, trekt dieren aan. Daarnaast is volle grond veel geschikter voor de afvoer van regenwater.

Laat het gazon eens bloeien. Zaai een kruidenrijk gazon met klaver, boterbloem en hondsdraf. De tuin kleurt, dieren komen dineren en het nieuwe gazon hoeft niet elke week gemaaid te worden.

Plant een vlinderstruik of sering. Gegarandeerd trekt dat dieren aan, omdat deze planten die van nature in Nederland voorkomen. Daarom bieden ze dat wat dieren nodig hebben. De conifeer en de laurier zijn importplanten en voegen niet veel toe aan een tuin.

Nog wat aanraders: Gelderse roos, hazelaar, meidoorn, fruitbomen en wilde rozensoorten.

Laat eens een stapeltje dood hout liggen. Pissebedden, insecten en sommige bijen nestelen zich in dood hout. Een egeltje kan er schuilen.

Maak, als het even kan, een kleine vijver of waterpartij. Niet alleen kunnen dieren daar drinken, ook kleine salamanders, kikkers en libellen nemen er graag een kijkje.

Bespuit niets, want dieren houden niet van vergif.

Zet de tuinstoel tussen de boterbloemen en geniet van de bijen, vogels en vlinders.