Hoogleraar: Burger weet te weinig van plattelandsnatuur

„In plaats dat we egeltjes zien rondscharrelen, zien we monotone graslanden met ganzen – en daar zijn de boeren dan weer niet blij mee.” Foto: platteland bij het Noord-Hollandse De Woude. beeld RD, Anton Dommerholt
2

De burger is te veel afwezig in het debat tussen boeren en ecologen: als stemmer, als activist en als consument. Hij weet niet wat er met de natuur op het platteland gebeurt.

Dat stelt prof. dr. Hens Runhaar, buitengewoon hoogleraar beheer van biodiversiteit en agrarisch landschap aan Wageningen University. „Ik denk dat door de trek naar de stad de kloof tussen de stadsinwoner en het platteland –waar het voedsel wordt geproduceerd– steeds groter is geworden.”

Burgers willen vaak maar één ding, zei Runhaar dinsdag: zo goedkoop mogelijk voedsel. Boeren proberen aan die wens te voldoen door de landbouw te intensiveren. „Als gevolg daarvan staat de biodiversiteit onder druk. Veel melkveehouders hebben alleen Engels raaigras, waarin weinig insecten zitten. Dat wordt vaker en intensiever dan vroeger gemaaid. Akkerbouwers hebben veelal één soort gewas op de akkers, zonder bloemrijke weideranden. In plaats dat we vogels horen fluiten, bijen horen zoemen en egeltjes zien rondscharrelen, zien we monotone graslanden met ganzen – en daar zijn de boeren dan weer niet blij mee. Kan het tij nog worden gekeerd?”

Weidevogels

Het gevolg is dat de biodiversiteit rond het boerenbedrijf flink is afgenomen, constateert Runhaar. „De veldleeuwerik en de patrijs zijn sinds de jaren 60 met 90 procent afgenomen. Met de weidevogels en de bijen gaat het erg slecht.”

Runhaar en vier collega’s zijn deze week een enquête gestart. Ze willen erachter komen in hoeverre burgers bereid zijn meer te betalen voor hun voedsel als de boeren meer gaan rekening houden met milieubeheer. „Vanuit de literatuur is bekend dat die bereidheid niet erg groot is”, aldus Runhaar.

Betere informatie

De onderzoekers sturen zo’n 15.000 enquêtes naar mensen uit de natuur- en milieuhoek. Zij zullen meer kennis hebben van de gevolgen van goedkope agrarische producten op het natuurbeleid, veronderstelt de wetenschapper.

Studenten vormen de controlegroep. Bij hen veronderstelt Runhaar minder kennis. Door een vervolgvragenlijst met daarin voorlichtingsfilmpjes gaan de wetenschappers na wat vergroting van kennis doet met hun houding. „Ik denk dat mensen door betere informatie meer begrip zullen krijgen voor het belang van de natuur. En voor het feit dat een grotere aandacht voor biodiversiteit een hogere prijs tot gevolg heeft.”

Een mooi voorbeeld van biodiversiteit vindt Runhaar de aanwezigheid van dassen op het platteland. „Ik ben geen ecoloog, maar dassen horen gewoon in de biotoop van een boerenbedrijf. Ze veroorzaken schade, maar Nederland heeft een prachtig systeem van schadevergoedingen. Sommige boeren zeuren dan wel over details daarvan, maar het is wereldwijd gezien een uniek systeem.”

Tekenen van hoop

Er zijn overigens ook tekenen van hoop. De hoogleraar constateert dat naast de hoofdstroom van de landbouw die voor intensivering en kostenreductie gaat, er ook veel boeren zijn die nauw samenwerken met natuur- en milieuorganisaties. „Wil je dat ook in het verhaal zetten? Dat wordt te vaak vergeten.”