Hoe de patrijs terugkeerde in de Achterhoek

Wolken putters, groenlingen, vinken en kepen dansen boven de zadenrijke randen. beeld Bureau Stern
4

Drie broedparen. Meer was er niet over van de patrijzenpopulatie in het boerenland tussen Aalten en Lichtenvoorde. Tot jagers, vogelaars, boeren en burgers de handen ineensloegen. De patrijs is weer terug.

In de jachthut van Herman Simmelink gloeit behalve de houtkachel ook de trots. Maar wat graag vertelt de Achterhoekse jager, samen met vogelaar Frans ter Bogt, hoe je met elkaar veel kunt bereiken.

„Het was min of meer toevallig dat we de kans kregen met financiële steun iets voor de patrijs te doen”, kijkt Ter Bogt terug. „Er was subsidie van Vogelbescherming Nederland beschikbaar voor maatregelen om de patrijs terug te brengen. In eerste instantie zou dat naar een project bij Winterswijk gaan, maar hier bleek het beter op z’n plek. De patrijs was hier namelijk nagenoeg verdwenen.”

Achteruitgang

Het verdwijnen van de patrijs staat symbool voor de achteruitgang van veel typische boerenlandvogels, zoals de huiszwaluw en de veldleeuwerik. „De patrijs is een soort die een kleinschalig landschap nodig heeft, met insectenrijke kruidenranden voor voedsel en dekking. Dat type landschap is de achterliggende decennia grotendeels verdwenen. Het landschap is netter geworden, maar een patrijs heeft er dan niets meer te zoeken.”

Ter Bogt en Simmelink besloten alles op alles te zetten om de patrijs weer in het zadel te helpen. „Dat betekent dat er zo veel mogelijk akkerranden, overhoekjes en bermen ingezaaid moesten worden met zaadmengsels. En er moest natuurlijk geteld worden, om te weten hoe het verloop van de populatie patrijzen is.”

Toen bleek hoe belangrijk de samenwerking is tussen vogelaars, jagers, boeren en burgers, benadrukt Simmelink, terwijl hij onder het toeziend oog van een opgezette ransuil een houtblok op het vuur werpt. „Als jager ken ik het veld door en door. Dat geldt ook voor mijn collega-jagers. Maar wij kennen ook de grondeigenaren, in de meeste gevallen boeren. Zonder hun medewerking had dit project geen kans van slagen. Dus zijn we hen gaan benaderen.”

Onderbroek

Het project vond brede steun onder de Achterhoekers. „Iedereen kwam er voor op de been.” Simmelink toont een foto, waarop een groep mannen met harken op een akker te zien is. „Kijk, deze man is slager. Hij is metselaar. Deze kok, die daar is loonwerker en die man daarnaast is arts. Samen bezig voor de patrijs.”

Ter Bogt wordt regelmatig aangesproken door mensen, als hij zijn rondje door het gebied fietst. „Op een dag stond er een boer in zijn onderbroek bij de brievenbus, ’s morgens vroeg. Hij wenkte me. „Ik heb weer een patrijs gezien.” Een buurtbewoner stuurde een foto van een patrijs met jongen. Iedereen droeg op zijn manier een steentje bij aan de terugkeer van de patrijs.”

Die terugkeer was al spoedig een feit. In een gebied van 12 vierkante kilometer groeide de populatie binnen vier jaar naar 42 broedparen.

Biodiversiteit

Ter Bogt en Simmelink laten graag zien hoe het veld er nu uitziet. Hoewel de akkerranden en overhoekjes er winters bijliggen, is duidelijk dat de kruiden hun werk doen. Wolken putters, groenlingen, vinken en kepen dansen boven de zadenrijke randen. „Kijk, dat is toch prachtig”, geniet Simmelink, „moet je zien wat een vogels.”

Opgetogen wijst het tweetal naar een jagende blauwe kiekendief. „Die eet vogels en kleine knaagdieren. Precies de dieren die je vindt in alle ingezaaide stukken. Je ziet, dit project is niet alleen in het voordeel van de patrijs, maar voor veel meer soorten. De biodiversiteit in het gebied neemt enorm toe. Als alles bloeit, in het voorjaar, zijn de insecten er ook weer blij mee. En daar komen weer insecteneters op af, allerlei vogels en knaagdieren. De grauwe klauwier bijvoorbeeld. Een schaarse broedvogel, die zich hier weer gevestigd heeft. Maar de hermelijn doet het sinds die tijd ook weer goed. Die vindt hier ruim voldoende voedsel, waaronder muizen, én dekking.”

Toeristen

Niet alleen voor de patrijs en andere dieren is het gebied aantrekkelijker geworden, laat Ter Bogt weten. „Ook voor buurtbewoners en toeristen is het leuker om hier te komen. Ik denk dat dát ook een van de redenen is waarom mensen zo enthousiast zijn. We hebben niet voor niets een patrijzenroute gemaakt. Die voert langs alle akkerranden, overhoekjes en bermen die we ingezaaid hebben. Een feest om daar in de zomer langs te fietsen.”

Ook de overheid is zich bewust van de meerwaarde van het project. „De gemeente draagt financieel bij aan het project, de provincie maakt er geld voor vrij en het staat nu ook op de Europese agenda.”

Prijs

Het succes van ”Samen voor de patrijs” werd in het najaar van 2017 beloond met een prijs. De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) kende het project de Gouden Mispel toe, „Voor de bijzondere en vruchtbare samenwerking tussen vogelbeschermers, wildbeheereenheid en lokale overheid, om de prachtige landvogel, de patrijs, te behouden.”

Ter Bogt en Simmelink zijn tevreden, maar leunen niet achterover. „We gaan het hele land door om te vertellen hoe we het hier aangepakt hebben. Zelfs in Duitsland worden we uitgenodigd. Boerenlandvogels hebben het zwaar, natuurlijk. Maar dit project laat zien hoeveel je met elkaar kunt bereiken.”