Herderin houdt van schapen, honden en herten

Bij 't vennetje. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
4

„Een mens vervreemdt van zichzelf als hij niet meer in de natuur komt.” Herderin Christien Mouw-Dubbeldam (61) zwerft al 24 jaar met haar schapen over de Elspeetse heidevelden.

Wie een ranke vrouw met blonde haren en blauwe ogen ziet fietsen op de Schapendrift in Elspeet heeft te maken met Christien Mouw. Ze fietst er zeker vier keer op een dag, altijd met een of meer honden.

Ook vandaag is ze weer op pad. Zoals elke dinsdag, donderdag, zaterdag en zondag fietst ze om halfnegen ’s ochtends naar haar schaapskudde, die deze nacht heeft doorgebracht in een weitje bij de Elspeetse hei. Christien gaat het wildrooster over, haar bordercollie Pukkie springt over het hek. „Nu heeft hij daar nog energie voor, straks niet meer.”

De scheper wijst op de vers omgewoelde grasplaggen langs de kant van het fietspad. „Kijk, de wilde zwijnen zijn vannacht weer stevig bezig geweest. Ze zoeken larfjes en kleine beestjes, daar zitten veel eiwitten in.”

De heide ontvouwt zich. „Net een olieverfschilderij”, vindt Christien. „Die bloeiende heide, zo’n kronkelend zandweggetje ertussendoor en dan die mist. Heel mystiek.”

De kudde schapen wacht. „Er is iets aan de hand, want normaal gesproken begroeten ze me met luid gemekker.” Ongerust maakt Christien het hek los. „Kom maar, lummels, kom maar.” De ongeveer 130 schapen komen niet in beweging. „Misschien is er een edelhert in de kraal geweest. Of een vos. Ook als er wilde zwijnen langs het hek hebben zitten wroeten, kunnen de schaapjes behoorlijk van slag zijn.”

Uiteindelijk mag Pukkie de schapen uit de kraal halen. Dromerig drommen de beesten door het hek. Geen gemekker klinkt. „Ze slapen nog half”, constateert Christien. Scherp bekijkt ze elk beest dat uit het weiland komt. Een mank lopend dier krijgt met krijt een groene streep op de rug. De kudde banjert de paarse heide op. „Struinen maar jongens, struinen maar.” „Dat is het verschil met een weideschaap. Een heideschaap moet kunnen struinen, kunnen zwerven. Als het een hele dag in het weiland blijft, wordt het ziek.”

Langzamerhand wordt de kudde wat levendiger. Hapsnap eten de schapen wat weg. „Een heideschaap is heel kieskeurig”, vertelt Christien. „Bloeiende heide eten ze niet, maar wel de uitgebloeide koppen. En het gras dat ze her en der tegenkomen.”

Gras vinden de schapen volop langs de beide kanten van het betonnen fietspad dat dwars over de heide gaat. Apotheker Ube Heinz uit Berlijn geniet er volop van. Christien vraagt waar hij vandaag komt. Al snel ontstaat er een levendig gesprek in het Duits. „Natuur is het beste medicijn dat er bestaat”, is de conclusie van beiden.

„Met heel veel mensen die hier komen, heb ik onmiddellijk zo’n klik. Of het nu een boer uit Elspeet is of een apotheker uit Berlijn. De liefde voor de natuur geeft een verbondenheid.”

De herderin vertelt over bemiddelde mensen uit Leiden die een dagje met haar meeliepen. „De tranen liepen over hun wangen. Dat er nog zo’n wereld van rust bestond, wisten ze niet meer. Die verbinding met de natuur zijn we kwijtgeraakt, zeiden ze.”

In de natuur zijn is onmisbaar voor ieder mens, vindt Christien. „Een dak boven het hoofd, eten en drinken en een stukje natuur, dat zijn de eerste levensbehoeften. Een mens vervreemdt van zichzelf als hij niet meer in de natuur komt.”

De Elspeetse vindt een diepere dimensie in de schepping. „Kijk eens hoe die zwaluwen zich alweer aan het verzamelen zijn voor hun trek naar het zuiden. Dat is een wetmatigheid die niet door evolutie kan zijn ontstaan. De Heere laat Zich vinden in de natuur. Zie die dennenbomen eens wiegen in de wind. „Alle bomen des velds zullen de handen samenklappen”, staat er in Jesaja 55. Dat is echt waar.”

Iemand die los is van de natuur, is los van de Schepper, denkt Christien. „Er ligt zo’n glans op de schepping. De glans op de ziel verdwijnt als een mens niet meer in de schepping komt. Als hij geen stilte meer heeft met God. Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, zei Augustinus al.”

Op zondag is Christien niet in een kerk te vinden, maar op de hei. „Hier ben ik veel dichter bij de Schepper dan in de kerk. Al zou je als ongelovige herder worden, in de natuur kom je tot het geloof.”

Zo op een prachtige nazomerdag in september, met een bloeiende heide en vredig grazende schapen, lijkt het herdersbestaan romantisch. „Op de grote stille heide, dwaalt de herder eenzaam rond”, is nu van toepassing. Maar de tijden kunnen ook heel anders zijn. Christien: „In de winter kom ik hier soms wekenlang niemand tegen. Het kan dan lang mistig en erg koud zijn. Maar dan moeten de schaapjes er ook opuit. Of als het de hele dag regent.”

Dat de natuur wreed kan zijn, ondervond Christien op 11 juli 2010. „Ik kwam ’s zondagsmorgens bij de schapen in de kraal. Het bleef stil. Een groot deel van de kudde bleef liggen: 54 schapen waren door de bliksem getroffen. Ik had zo’n enorme band met die beesten. In één klap waren ze dood. Dit is een tragedie die ik mijn hele leven lang mee zal dragen.”

Na kilometers struinen hebben de schapen hun buikjes volgegeten. Het tempo is er uit. Sommige beesten gaan liggen om te herkauwen. „Hup in de benen, lummel, we gaan naar de kraal”, maant Christien. Met hulp van Pukkie drijft ze de kudde richting het weiland waar ze die ochtend is vertrokken.

Ondertussen vertelt ze over haar andere lievelingsdieren: edelherten. „Gisteren ontdekte ik een strop bij een wildspoor. Vreselijk! Er lag een rol prikkeldraad naast. Als het hert met z’n kop of gewei vast raakte in de strop, zou het prikkeldraad het karwei afmaken. Wat een lijdensweg stond zo’n beest te wachten.”

De edelherten rond de Elspeter heide kent Christien allemaal bij naam. „Jagers vragen mij bijvoorbeeld hoe het met Prins Bernhard gaat, een kapitaal hert hier in de buurt. Ik noem hem liever Jopie en kan hun vertellen dat het best met hem gaat omdat zijn uitwerpselen er nog gezond uitzien.”

De herderin is blij dat de jagers er zijn. „Ze voorkomen zo veel pijn. Als een hert niet meer goed kan kauwen, zou het normaal gesproken de hongerdood sterven. Nu voorkomen de jagers dat. Ja, die mannen zijn mijn beste vrienden.”

De kudde heeft de drie omheinde weilanden bereikt. „Kijk, ze kiezen zelf welke wei ze in willen. Kom maar, snoetekoppen, ga je gang maar.” Nog even staat Christien na te genieten van de rustig herkauwende beesten. „Als de schaapjes het naar hun zin hebben, heb ik het ook.”


Van lammertijd tot lammertijd

Tijdens de Elspeetse Boer’ndag op 25 augustus presenteerde Christien haar derde boek: ”Van lammertijd tot lammertijd”. De herderin beschrijft in elke maand wat er in en rond haar kudde gebeurt. De dood van de 54 schapen door een blikseminslag komt regelmatig terug in de tekst.

”Van lammertijd tot lammertijd. Het jaar rond met de herderin en haar schapen”, Christien Mouw; uitg. BDU Barneveld, 2012; ISBN 978 90 878 8183 2; 160 blz.; 
€ 19,95. Verkrijgbaar bij regionale boekhandels.