Haringvlietdam kan open; „dat is geweldig”

Boswachter Ted Sluijter is enthousiast over de aanstaande opening van de Haringvlietsluizen. „Dan kunnen zalm en steur de zee op om zich voort te planten.” beeld Theo Haerkens

De kans dat de sluizen in de Haringvlietdam op 5 september op een kier worden gezet is gezien de droogte minimaal. Toch leeft boswachter Ted Sluijter van Natuurmonumenten toe naar dat moment.

De dam sluit het Haringvliet al bijna vijftig jaar af van de Noordzee. Sluijter noemt het op een kier zetten van de sluizen in de dam een ongelooflijk belangrijke eerste stap. „Als het zo ver is, op 5 september, kan vis uit zee de Maas en de Rijn weer op en omgekeerd kunnen vissen uit die rivieren weer naar de zee. Dan kunnen zalm en steur vanuit de rivieren de zee op om zich voort te planten.”

Ook de haring, waaraan het Haringvliet zijn naam dankt, kan dan weer bezit nemen van het water tussen de Zuid-Hollandse eilanden Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee. Jonge haringen vinden in het brakke water gemakkelijk voedsel, net als sprot, bot en spiering. „Een vierkante meter slik is hier misschien wel rijker aan biomassa –wormen, schelpdieren en micro-organismen– dan het tropisch regenwoud”, stelt Sluijter. „Het is een superproductief systeem.” Op de drogere delen krijgen de heemst, zeeaster en zeekraal kansen.

Fint

Ook de vissoorten fint, elft en houting trekken, net als zalm en steur, de rivieren op om zich voort te planten. De paling maakt ook gebruik van die route, maar dan in omgekeerde richting. Hij leeft in zoet water en plant zich juist voort in het zoute water van de Sargassozee, aan de andere kant van de oceaan. „Zelfs karpers maken weleens een uitstapje naar zout water om van hun parasieten af te komen.”

Sluijter wijst vanaf de modderige oever naar de vlakke Scheelhoekeilandjes aan de zuidelijke rand van het Haringvliet. „Hier slagen sterns er weer in hun jongen groot te brengen.” De vogels waren in de jaren zestig bijna verdwenen, doordat ze met de vis die ze aten te veel van de insecticiden DDT en parathion binnenkregen. „Ze vielen soms dood uit de lucht.”

Uitgelogd

De Scheelhoek was ooit een buitendijks moerasgebied, waar het zout is uitgeloogd. Nu staat het vol riet, waar de kiekendief broedt en de slechtvalk jaagt. Sluijter, sinds zijn jeugd liefhebber van vogels, verwacht dat de opening van de dam meer vogels ten goede komt. Hij voorziet dat de vis- en de zeearend –die zich hier al regelmatig laten zien– er vaker komen foerageren. Met genoegen ziet hij twee zwanen met krakende vleugels voorbijvliegen: „Groenpootruiters, bonte strandlopers en kanoeten profiteren straks van de voedselrijkdom hier en kunnen heel snel opvetten voor hun reis naar hun broed- en overwinteringsgebieden. Kanoeten winnen in drie weken de helft van hun lichaamsgewicht.”

Dat er over een week werkelijk iets verandert, is onwaarschijnlijk. Rijkswaterstaat, die hierover beslist, verwacht dat de rivieren onvoldoende water aanvoeren om tegendruk te bieden aan het zoute water uit de Noordzee. Het is niet de bedoeling dat het Noordzeewater het hele Haringvliet verzilt. Het toelaten van zout water gaat in kleine stapjes en het zoutgehalte van oppervlakte- en grondwater in de omgeving wordt zorgvuldig gemonitord, zodat er snel kan worden bijgestuurd. „Lerend implementeren”, noemt een woordvoerster dat. Ook gaat het water niet door de kier klotsen, want daar kan geen vis tegenop, behalve de zalm, vertelt Sluijter.

Aan het op een kier zetten van de sluizen gingen jaren voorbereiding vooraf. Boeren, drinkwaterbedrijven en industrie wilden zekerheid dat ze over zoet water blijven beschikken. Miljoenen zijn er uitgegeven aan het verleggen van de inlaat van rivierwater voor Evides, dat delen van Zuid-Holland, Zeeland en Brabant van drinkwater voorziet. Het zoute Noordzeewater mag het westelijk deel van het Haringvliet brak maken, maar mag niet verder komen dan de denkbeeldige lijn van Middelharnis naar de monding van het Spui. Dit water, dat Voorne-Putten en de Hoeksche Waard scheidt, brengt zoet water van het Haringvliet naar het Europoortgebied. Zo biedt het tegenwicht aan het zeewater dat via de Nieuwe Waterweg naar Rotterdam gaat.

De Haringvlietdam is onderdeel van de Deltawerken, die herhaling van de ramp uit februari 1953, waarbij ruim 1800 doden vielen, moeten voorkomen. Het was een project van ongekende omvang: de Haringvlietdam, 3 kilometer lang, gold als een van de minst gecompliceerde onderdelen en was in 1971 af. Al doende werden er technische problemen opgelost, en pas in 1986 werd de Oosterscheldekering, met een lengte van 9 kilometer, voltooid.

Absolute voorwaarde

„Veiligheid is een absolute voorwaarde”, benadrukt Sluijter, die jarenlang voorlichting gaf over de Deltawerken. Dat tast echter zijn enthousiasme over het openen van de sluizen niet aan. Dat project vloeide voort uit internationale afspraken over verbetering van de waterkwaliteit in de rivieren. Die werden gemaakt na de ramp bij de chemische fabriek Sandoz bij Basel. Die vernietigde in 1986 over kilometers nagenoeg al het leven in de Rijn.

Sluijter wijst naar het westen, naar een hoekje voor de dam waar allerlei watervogels bij elkaar zitten: „Knobbelzwanen, witte reigers en lepelaars”, somt hij op. Hier komt een vogelkijkhut in de vorm van een ei. De samenwerkende natuurorganisaties en de overheid willen graag dat zo veel mogelijk mensen genieten van de „topnatuur” die hier ontstaat. Ook bij Lobith en verderop in Europa zijn de resultaten over vijf jaar merkbaar. „Dan zwemt er weer zalm in de Maas en de Rijn. We willen herstel van het systeem; het gaat om massa.”