Granaatappel symboliseert vruchtbaarheid

Granaatappel. Foto Wikimedia Wikimedia

De granaatappel wordt in de Bijbel herhaaldelijk genoemd om de vruchtbaarheid van het land Kanaän aan te geven.

Zo brachten de verspieders, behalve een tros druiven, ook granaatappels en vijgen mee (Num. 13:23, Deut. 8:8). In Hooglied wordt de granaatappel eveneens herhaaldelijk genoemd. Enerzijds als beeld om de schoonheid van de bruid uit te drukken (Hoogl. 4:3), maar ook vanwege het sap (Hoogl. 8:2).

Afbeeldingen van granaatappels zijn te vinden aan de zoom van het priesterkleed en op de kapitelen van de tempel. Het Hebreeuwse woord ”rimmon” voor granaatappel is terug te vinden in plaatsnamen, wat er mogelijk op duidt dat daar granaatappelbomen groeiden.

De granaatappel is in de landen om de Middellandse Zee een veel voorkomende, tot 4 meter hoge boom, eigenlijk meer een struik. Hij heeft zijn oorsprong in het vroegere Perzië.

Nederlanders kennen de granaatappel als een kuipplant met oranjerode bloemen. Hij is bij ons niet winterhard en heeft veel zon en warmte nodig. Er is ook een dwergvorm bekend, die soms als potplant wordt geteeld. De heldergroene, langwerpige bladeren vallen in oktober grotendeels af.

De plant bloeit in het voorjaar en de nazomer. Na bevruchting groeit de bloembodem uit tot een bolronde oranjerode vrucht, ongeveer ter grootte van een citroen, met de achtergebleven dikbladige kelk als kenmerkend neusje.

De naam geeft aan dat de vrucht een appel is met zaden. De vruchthuid is dik en daarbinnen liggen, ingebed in een wit sponsachtig weefsel, de zaden, die omgeven zijn door een waterige, eetbare pulp.

De zaden worden wel gebruikt om een bepaalde smaak aan voedsel te geven. Het verfrissende en gezonde sap, verkregen door het uitpersen van deze pulp, kennen we als grenadine en wordt aan verschillende dranken toegevoegd.

De schil van de vruchten levert looistof en wordt, evenals de bloemen, gebruikt als kleurstof. In oude culturen werd de granaatappel gezien als teken van vruchtbaarheid. Sommige plantendelen zouden medicinale eigenschappen bezitten.

Dit is het eerste deel in een serie artikelen over Bijbelse planten.