Gevleugelde luisteraars op de kerkzolder

Bruine grootoorvleermuis in de nok van de kerkzolder te Oene.  beeld Kees van Reenen
4

Oude kerktorens en -zolders zijn ideale schuilplaatsen voor vleermuizen. De Zoogdiervereniging wil graag weten welke soorten er zitten. Een zoektocht op de Veluwe, onder andere in de hervormde dorpskerk in Oene, waar lange tijd ds J. T. Doornenbal stond.

Een smalle wenteltrap voert omhoog, de toren in van de grote Johanneskerk in Heerde op de Noord-Veluwe. Geen probleem voor Frans Bosch en Marcel Langevoort, vrijwilligers bij Vleermuiswerkgroep Gelderland (VleGel). Al vele jaren tellen zij vleermuizen op kerkzolders en dat soort geheimzinnige plekken.

Na het beklimmen van 52 stenen treden zijn de onderzoekers op de eerste verdieping. Met hun zaklamp schijnen de mannen langs de balken. Niets te zien. Wel liggen er op de houten vloer keuteltjes. Van vleermuizen, want bij samendrukken verkruimelen ze. Dit in tegenstelling tot muizenkeutels, die stevig blijven als erop gedrukt wordt.

„De keutels zijn van dwergvleermuizen”, ziet Bosch met een kennersblik. Als hij verder speurt vindt hij ook grotere keutels. „Grootoorvleermuizen.” Ook ligt er mest van een derde vleermuizensoort, de laatvlieger.

Op naar de volgende zolder, 39 treden omhoog. Hier hangen de kerkklokken – maar geen vleermuizen. Het laatste stuk wenteltrap, 32 treden, leidt naar een nieuwe zolder maar nog steeds geen vleermuizen.

De bovenste verdieping bereiken de mannen langs een houten trap. Ook hier alleen wat keuteltjes. Dan maar naar de kerkzolder. Die is te bereiken door middel van een ladder en een gat in de muur. Het is een donkere, open ruimte tussen het hoge zadeldak en de zoldering van de kerkzaal. Een plankenvloer vergemakkelijkt het zoekwerk.

„Een dode”, meldt Langevoort. In het gaas voor een raam is een gewone dwergvleermuis klem komen te zitten en vervolgens verhongerd. Spijtig. Levende vleermuizen laten zich ook hier niet zien. Maar waar zijn ze dan, als er overal keuteltjes liggen? „Misschien boven het dakbeschot”, denkt Bosch. „Of in diepe spleten tussen de balken, waar wij ze niet kunnen zien.”

Tellingen belangrijk

Een oppervlakkig onderzoek geeft al veel informatie over vleermuizen. Dat gebeurt nog op veel te weinig plekken, vinden de twee vrijwilligers. „Terwijl de tellingen belangrijk zijn om inzicht te krijgen in het voorkomen van kerkbewonende vleermuizen. Daaronder zijn zeldzaamheden zoals de grijze grootoorvleermuis en de ingekorven vleermuis.” In juni deed de Zoogdiervereniging een oproep voor vrijwilligers voor kerkzoldertellingen. Inmiddels hebben er zich verscheidene belangstellenden gemeld.

Bosch en Langevoort reizen verder naar de kleine dorpskerk van Oene, waar zich het ritueel herhaalt. De toren wordt hier echter niet beklommen over een wenteltrap maar met ladders. De kerkzolder heeft geen planken vloer maar slechts een plankier met aan weerszijden de bovenkant van de hoge booggewelven. En daarboven, tussen de nokbalken, ontdekt Langevoort twee vleermuizen: bruine grootoren. De diertjes zijn wakker, bewegen zich afwerend in het lichtschijnsel maar blijven hangen. De grote, uiterst gevoelige oren zijn duidelijk zichtbaar. Zouden kerkgangers zich bewust zijn van deze luisteraars boven hun hoofd?

Ook een andere vraag dringt zich op: zou ds. Doornenbal hebben geweten van de vleermuizen, die er ongetwijfeld in zijn tijd ook al waren? „Hij was een markante persoonlijkheid die een stempel gedrukt heeft op deze gemeente”, herinnert de koster zich. Volgens organist Lulof Dalhuisen, die de kerkbladartikelen van de natuurminnende predikant bundelde, heeft hij echter nooit geschreven over vleermuizen in Oene.

Epe

Het grotere Epe telt meerdere kerken, waaronder een gereformeerde. „Hier tellen we ’s avonds uitvliegers”, vertelt Bosch. „Er zit een kolonie laatvliegers, dit jaar 59 stuks.”

In de hervormde dorpskerk wordt overdag geteld. Ook hier vinden Bosch en Langevoort veel vleermuizenkeutels en een heuse plukplaats van een grootoorvleermuis met tientallen nachtvlindervleugels. Slechts één vleermuis, opnieuw een grootoor. Deze toch niet-alledaagse soort houdt van hout.

Op naar de laatste stop, buurtschap Tongeren. Hier is het te doen om de zolder van de voormalige school uit 1868. Voorzichtig zoeken de mannen zich een weg over het houtwerk. Op een dode muis en oude hoornaarnesten na lijkt de donkere zolder uitgestorven.

Plotseling schiet er een donkere schim voorbij. Een achtergebleven hoornaar? Nee, een vleermuis! Het beest verdwijnt door een gat naar een ander deel van de zolder. De speurders volgen hem en uiteindelijk weten ze het dier te vinden en te identificeren: een bruine grootoor. Ook in een oud schoolgebouw houden zich luistervinken verscholen.

Tuintelling

Vleermuizen tellen kan ook in je tuin, want de meeste nachtelijke muggenverdelgers wonen in een spouwmuur. Jaarrond Tuintelling, een samenwerking van allerlei natuurorganisaties, organiseerde in mei dit jaar de eerste vleermuizentuintelling. Ruim 1900 vleermuizen werden er gezien, verdeeld over 300 tuinen. Op 24 en 25 augustus volgde er een tweede ronde. Vanwege ziekte waren de resultaten daarvan woensdag nog niet bekend.