Fruittelers halen alles uit de kast om bloesem te beschermen tegen vorst

Om vijf uur zaterdagochtend zijn de knoppen aan de bomen van Thomas de Vree ingepakt in een dikke ijslaag. beeld VidiPhoto
4

Het is nog onduidelijk welke schade de nachtvorst van vrijdag op zaterdag en de nacht daarna aan de fruitbomen heeft aangericht. Telers haalden alles uit de kast om de toekomstige oogst te redden.

Thomas de Vree uit Dodewaard is niet snel nerveus, maar nu „heeft hij het niet breed.” Het is vrijdagavond half negen. De temperatuur gaat razendsnel omlaag, terwijl zijn appel- en perenbomen volop in bloei staan. Om tien uur blijft de thermometer korte tijd rond het vriespunt hangen. Veel te vroeg veel te fris. Immers, het koudste moment is vaak rond zeven uur in de ochtend.

Om half twee ’s nachts moet De Vree zijn bed uit. Hij schakelt de beregeningsinstallatie aan. Om vijf uur heeft zich al een flinke ijslaag rond de knoppen gevormd. Bij de bevriezing van het water komt een beetje warmte vrij, hopelijk genoeg om de toekomstige vruchtjes te beschermen.

„De hele nacht heb ik de dieselpompen bij moeten vullen en 400 sproeiers gecontroleerd”, vertelt De Vree later op de ochtend. Vanmiddag probeer ik wat te slapen, want komende nacht wordt opnieuw vorst voorspeld.”

Ruim 10 kilometer verderop is kersenteler Machiel van Capel, samen met vrouw, zoon en twee dochters aan het werk. „Vlak voor drie uur ging onze vorstmelder af. Toen hebben we de 600 paraffinepotten in onze 3 hectare grote kersenbongerd aangestoken. Dat kostte ons zo’n twee uur werk. Gelukkig hadden we vorig jaar extra blikken gekocht, want nu zijn ze niet meer te krijgen.”

Daar waar telers van appels en peren kunnen beregenen, hebben kersen- en pruimentelers het lastiger. Naast vuurpotten zetten zij windturbines, blazers, onderberegening of combinaties daarvan in. Ieder hulpmiddel heeft zo zijn nadelen. Vuurpotten zijn niet milieuvriendelijk en peperduur, zeker als ze meerdere nachten moeten branden. De eveneens kostbare blazers en turbines bereiken maar een (klein) deel van de boomgaard.

De temperatuur daalde zaterdagochtend op sommige plekken tot bijna 8 graden onder nul. Volgens Freek Bunt uit Slijk-Ewijk, bestuurslid van fruittelersorganisatie NFO, kunnen appel en peer met beregening tot ongeveer min 10 graden beschermd worden. Kleinfruit is gevoeliger, kersenbloesem het meest.

Bunt is zelf de grootste pruimenteler van Nederland. In een deel van zijn boomgaarden zet hij een 8 meter hoge ventilator in, die luchtwervelingen veroorzaakt. Daarbij worden de warmere hogere luchtlaag vermengd met de koudere laag daaronder.

Op andere plekken probeert Bunt met zogenoemde onderberegening en het preventief spuiten van een zoutsubstantie de knoppen te beschermen. „Zout voorkomt ijskristallen, waardoor de pitten tot één graad onder nul beschermd zijn. Gras in de boomgaard kort en vochtig houden helpt ook. Dan heb je meer warmte-uitstraling vanuit de bodem.”

Later op de dag appt Bunt een emoji met twee gevouwen handen. Het gebed is het belangrijkst, vindt ook De Vree. In hun kerken is zondag voorbede gedaan voor de fruittelers. Inspectie van de knoppen moet komende week uitwijzen hoe de bomen de nachtvorst zijn doorgekomen.