Energie ‘oogsten’ van kale landbouwgrond

Marc van Velzen: „Verpachten levert meestal niet nmeer dan 2000 euro per hecatre op, zonnepanelen het dubbele of meer.” beeld Anton Dommerholt
3

Er is veel belangstelling voor de aanleg van zonneparken. „Maar lang niet iedere plek is geschikt”, waarschuwt Marc van Velzen van SolarEnergyWorks. Soms kan het elektriciteitsnet het niet aan; op andere plaatsen is een park niet gewenst. „Je kunt geen duizenden zonnepanelen in the middle of nowhere neerleggen.”

Richting het westen steken de woontorens en enkele hotels af tegen de lucht, aan de andere kant staat de verkeerstoren van Schiphol. In de verte zijn de contouren van de Hemscentrale zichtbaar. Sluiting is aangekondigd, maar de centrale wekt nog steeds elektriciteit op door middel van de zwaar vervuilende stook van kolen.

De centrale vormt een schril contrast met de Groene Hoek, waar net de tweede fase van een groot zonnepark in gebruik is genomen. Vijftig hectare voormalige landbouwgrond vol zonnepanelen, samen goed voor 33 megawatt. Omgerekend goed voor het elektriciteitsverbruik van 12.000 huishoudens.

Een zanderig pad achter één van de boerderijen voert naar de in totaal 130.000 panelen, keurig verdeeld in rijen, geplaatst in een hoek van 15 graden richting de zon en verdeeld over twee percelen. Links grazen schapen, rechts moeten er nog stukken gras worden ingezaaid. Een investering van in totaal een slordige 40 miljoen euro. De komende 25 tot 30 jaar moet dit –met rendement– worden terugverdiend.

Voor Marc van Velzen is de Groene Hoek in Hoofddorp een voorbeeldproject. „Het gemeentebestuur was direct enthousiast toen we aanklopten, boeren die hun land hebben verpacht zijn in hun sas met de opbrengst en het zonnepark past prima in de omgeving, begrensd door groen en wegen en de bebouwing.”

Mestoverschotten

Van Velzen staat samen met medeoprichter Eric van der Gun aan het hoofd van SolarEnergyWorks, een Utrechts bedrijf dat zij zeven jaar geleden gestart zijn. Na een verleden in de ontwikkeling van vastgoed switchte zij naar de wereld van de duurzame energie. „We zijn begonnen in Groningen, hebben in Stadskanaal en Emmen zonneparken ontwikkeld en verwachten eind dit jaar een project in Almelo in gebruik te nemen. We begonnen met z’n tweeën. Nu werken we met twaalf man.”

SolarEnergyWorks is op ongeveer 35 andere plaatsen in Nederland bezig met het voorbereiden van zonneparken. De minimale afmeting bedraagt 10 hectare. Het grootste veld dat Van Velzen ontwikkelt, telt 80 hectare.

Het bedrijf selecteert zelf grote (buitenlandse) investeerders. „We werken veel samen met een Deense partij en in het zuiden van het land met Shell.” Voor veel boeren, die als gevolg van slechte jaren met magere opbrengsten en problemen met mestoverschotten meer rendement zoeken, is de mogelijkheid om ‘energie te oogsten’ financieel een interessante optie. Verpachten levert meestal niet meer dan 2000 euro per hectare per jaar op. Een langjarig contract voor zonnepanelen brengt daarentegen vaak het dubbele of mee in het laatje. Ook verkoop van de grond, zoals recent een zonnepark van 40 hectare in Almelo, behoort tot de mogelijkheden.

Verhit

In de beginjaren had Van Velzen vooral te maken met gemeenten die grond over hadden of boeren die overwogen hun bedrijf te beëindigen. De laatste tijd komen langjarige pachtcontracten vaker in beeld. Agrariërs kunnen het geld maar al te vaak goed gebruiken. Sommigen willen graag, anderen per se niet. Hij kent de soms verhitte discussies in landbouwkringen over het benutten van de landbouwgronden. „De beeldvorming is vaak verkeerd. Een deel van de boeren wil zijn land hoe dan ook beschikbaar houden voor de teelt van producten. Maar energie kun je ook oogsten. Bovendien valt de grond over een aantal decennia weer vrij. We maken harde afspraken over het opruimen van de installatie na afloop van het contract. Maar het is uiteraard aan hen zelf om te beslissen wat ze doen.”

Volgens Van Velzen zijn er, door de sterke groei van de zonneparken, tal van lieden bijgekomen die stad en land afstropen op zoek naar landbouwgronden. „Er zijn veel cowboys in de markt”, zo houdt hij de agrariërs waarschuwend voor. „Het gebeurt dat men niet eens zelfs langskomt of alleen maar een formulier opstuurt met het verzoek een handtekening te plaatsen. Als dat gebeurt, kun je aan tal van beperkende voorwaarden vastzitten. Ga niet voor de hoofdprijs, maar voor een reële opbrengst.”

De reuring in de markt stuwt ook de prijzen van landbouwgronden. „Dat kan betekenen dat op enig moment de aankoop van gronden voor de aanleg van een zonnepark niet meer rendabel is.”

Bijenstand

De ontwikkelaar vindt een goede inpassing in het landschap belangrijk. „De locatie moet kloppen. Lang niet overal past een zonnepark. Qua omgeving, maar ook voor wat betreft de kabelinfrastructuur.”

Een gerenommeerd bureau met landschapsarchitecten kijkt mee hem of de aangebonden locatie geschikt is. Een kleinschalig en ongeschonden cultuurhistorisch landschap is dat meestal niet. Vaak wordt een aarden wal of groenstrook aangelegd om het park aan het oog te onttrekken, maar niet altijd is dat nodig. „Er is sprake van een energietransitie, dat mag ook zichtbaar zijn. Bij de aanleg van groenstroken werken we samen met de Nederlandse bijenvereniging. Bepaalde mengsels van bloemen kunnen helpen de stand van de bijen wat te verbeteren. Verder is ieder project verschillend en zijn er verschillende samenwerkingsvormen. Bijvoorbeeld met een waterschap over een bergingslocatie en met windmolenparken over de aansluiting op hetzelfde station. Zonnepanelen renderen in zijn algemeenheid op een ander moment dan windmolens.”

Vaak verzetten burgers zich tegen de komst van zonneparken in hun omgeving, het zogenaamde not-in-my-backyardeffect (nimby). „Dat heeft gevolgen voor de mening van lokale politici, merkt Van Velzen. „Vaak hoor je het argument dat eerst de daken vol moeten. Dat is zeker zo, maar dat is niet voldoende om de doelstellingen te halen.” Hij schat dat nauwelijks 1 procent van de beschikbare grond in Nederland geschikt is voor de aanleg van zonneparken.

Het zijn nu vooral de provincies en de gemeenten die de touwtjes in handen hebben. De procedures verlopen traag en de vergunningaanvraag kost veel tijd. Een beetje meer regie vanuit de overheid zou hij daarom wel op prijs stellen. „Net zoals de crisis- en herstelwet hielp om zaken te versnellen.”

Een niet onbelangrijke factor vormt de capaciteit van de netcapaciteit. In het noorden van het land is aansluiting van zonne- en ook windmolenparken niet overal mogelijk voordat de netwerkbeheerder de nodige aanpassingen heeft verricht. „Die plaatsen zijn bekend. Het is echter in die omgeving lang niet overal het geval. Wij hebben er nog niet mee te maken gehad.”

Windmolens

De aanleg van een zonnepark omschrijft hij als „redelijk simpel. De palen worden de grond in geduwd, zodat ze later gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Meestal is met de uiteindelijke aanleg een maand of vier gemoeid.” Voor de aanleg wordt een subsidie ontvangen, die over een periode van een jaar of vijftien een zekere vastigheid biedt en uiteindelijk enkele tientallen procenten van het totaalbedrag omvat. „Zonder subsidie is de aanleg echt nog niet haalbaar.”

‘Zijn’ zonneparken krijgen een afrastering om te voorkomen dat dieven met de panelen aan de haal gaan. „We hebben er tot nu toe nooit mee te maken gehad.” Bedreigingen zoals ontwikkelaars van windmolens heeft hij evenmin ontvangen. „Het is heel vervelend voor deze mensen. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten.”

De gang van zaken geeft volgens hem ook aan dat zonneparken zich veel meer aan het oog onttrekken. „Windmolens zijn nadrukkelijker aanwezig.”

Beheerders kunnen vraag niet meer bijbenen

De snelgroeiende vraag naar netcapaciteit is voor beheerders lang niet altijd bij te benen. De groei van zonneparken op plaatsen waar in verleden niet veel vraag naar stroom was, heeft hen verrast. Ook het plaatsen van laadpalen voor elektrische auto’s, uitbreiding van assimilatieverlichting van tuinders en bouwen van grote datacenters leidt soms tot een te zware belasting van het elektriciteitsnet.

De versnelling van zonne-energie is ingezet toen de Tweede Kamer drie jaar geleden besloot dat het bijstoken van biomassa in kolencentrales niet meer voor subsidie in aanmerking zou komen. Het budget kwam beschikbaar voor zonne-energie.

Netbeheerders konden deze wending niet voorzien, zegt Han Slootweg, directeur assetmanagement van Enexis. Dit bedrijf is een belangrijke speler bij het beheer van de elektriciteitsnetten in het noorden van het land.

Het bedrijf had er niet op gerekend dat het verschijnsel ‘zonneparken’ zo’n hoge vlucht zou nemen. „De verwachting is namelijk lang geweest dat zonnepanelen op daken zouden komen, in de gebouwde omgeving. Daar ligt een elektriciteitsnet en is inpassing relatief eenvoudig.”

De aanvragen voor de grote zonneparken in landelijke gebieden, heeft het netwerk snel doen vollopen. Op verschillende plekken is het niet meer mogelijk om nieuwe zonneparken aan te sluiten. Dat treft ook bijvoorbeeld de voetbalclub die panelen op het dak van het clubhuis wil leggen. Op grond van de wet- en regelgeving moeten aanvragen namelijk op volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Op verschillende plekken, zoals Stadskanaal, Emmen en Coevorden, zijn aanpassingen nodig zoals het bijplaatsen van schakelinstallaties en vermogenstransformatoren. Ook wordt gewerkt aan het bouwen van nieuwe hoogspanningsstations en nieuwe hoogspanningsverbindingen, veelal ondergrondse kabels. Daarmee kan echter wel vijf tot tien jaar gemoeid zijn, geeft Slootweg aan. „Waarbij tweederde van deze looptijd opgaat aan procedures. De werkelijke bouwtijd is zelden meer dan twee of drie jaar. Overigens zijn er in meer dan driekwart van het voorzieningsgebied van Exexis geen problemen. Hier kunnen alle zonnepanelen en windparken worden aangesloten.

Andere netbeheerders hebben volgens De Enexisdirecteur moeite met tuinders die meer assimilatieverlichting willen installeren of met datacenters, die veel elektriciteit vragen. Daar gaan de ontwikkelingen soms ook sneller dan het tempo waarin het netwerk kan worden aangepast.

Windparken blijven tot op heden buiten schot, omdat de planning van de aanleg jaren gemoeid is. Er dreigen echter eveneens vertragingen doordat de beschikbare netcapaciteit die was voorzien voor windparken, maar nog niet daadwerkelijk toegekend, nu geclaimd wordt door zonneparken die de windparken „links en rechts inhalen.”

Slootweg denkt dat de overheid de sleutel in handen heeft door de subsidievoorwaarden voor de zonneparken aan te passen. „Door geen subsidie te verstrekken aan exploitanten van zonneparken wanneer de netcapaciteit op de voorziene locatie niet voorhanden is. Een andere mogelijkheid is de planologische procedures te versnellen.”