Ede strooit schelpgruis tegen verzuring van bos en hei

In totaal 1.125.000 kilo aan fijngemalen schelpen wordt er gedropt, drie ton per hectare. beeld Niek Stam
13

Met helikopters wordt deze maand schelpgruis uitgestrooid over natuurgebied De Ginkel bij Ede, om verzuring van bos en heide tegen te gaan.

Klik op de foto voor een beeldreportage van de antiverzuringsactie.

Jonge koolmezen die door hun pootjes zakken door kalkgebrek in de botten. Eikenbomen die afsterven. Planten die verdwijnen. Verzuring van de bodem heeft grote gevolgen voor flora en fauna. Onderzoeker Arnold van den Burg van Stichting Biosfeer neemt dat op veel plekken op de Veluwe waar. Als adviseur is hij nu betrokken bij een experiment in de gemeente Ede. In tien dagen tijd wordt 385 hectare bos en hei bestrooid met schelpgruis.

In totaal 1.125.000 kilo aan fijngemalen schelpen wordt er gedropt, drie ton per hectare. De deeltjes, tot vier millimeter groot, komen uit dode schelpenbanken diep in de Noordzee die niet meer van nut zijn voor ander leven daar. De kalk in het gruis maakt de bodem minder zuur, waardoor er weer voedingsstoffen vrijkomen voor plant en dier.

In totaal 1.125.000 kilo aan fijngemalen schelpen wordt er gedropt, drie ton per hectare. beeld Niek Stam

Wethouder Jan Pieter van der Schans van Ede volgde dinsdagmorgen de eerste helikoptervluchten. ,,De natuur heeft het moeilijk en daar moeten we wat aan doen. Daarom nemen we als gemeente maatregelen die de uitstoot van schadelijke stoffen verminderen. Daarnaast werken we aan herstel. De bekalking van De Ginkel is daar een goed voorbeeld van.”

”We moeten ergens beginnen”, zegt Van den Burg. “Op vrijwel de hele Veluwe en bijna alle droge zandgronden van Oost-Nederland zal een dergelijke aanpak nodig zijn, vermoed ik.” Elders op de Veluwe en in Noord-Brabant is al steenmeel gestrooid, fijngemalen gesteente. Voor De Ginkel is schelpgruis geschikter, omdat steenmeel vaak relatief weinig calcium bevat en dit gebied juist daar behoefte aan heeft. Er zit ook meer carbonaat in, dat efficiënter werkt tegen verzuring.

Van den Burg, lid van een deskundigenteam van het landelijk Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit, kent De Ginkel goed van jaren onderzoek. “De bodem is er uit balans door de neerslag van stikstof in de vorm van ammoniak en ammonium. Veel natuurlijke processen zijn hierdoor ingrijpend gewijzigd, zoals de mineralenhuishouding in de bodem. Mineralen spoelen versneld uit. Calcium vind je er amper meer. Dat werkt door in de natuur. Zo krijgen vogels te weinig kalk binnen, belangrijk voor goede eierschalen en de bottenopbouw. De aanwezigheid van schadelijke kevers, zoals het heidehaantje op de hei en de eikenprachtkever in de zomereiken, heeft er ook mee te maken.”

In totaal 1.125.000 kilo aan fijngemalen schelpen wordt er gedropt, drie ton per hectare. beeld Niek Stam

Door verzuring komt ook veel aluminium vrij in het bodemvocht. “En dat is giftig”, aldus Van den Burg. “Heel veel planten, vooral kruidachtigen, kunnen daar totaal niet tegen. Vroeger stond er valkruid op de Ginkelse Heide. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Al die soorten van heischrale graslanden, zoals het mannetjesereprijs en het zandblauwtje, en zelfs een heel algemene soort als het muizenoortje zijn er niet meer. Als de bodem te veel verzuurt, raak je ze allemaal kwijt.”

Van het schelpgruis heeft Van den Burg goede verwachting, onder meer gebaseerd op een proef in het bos van de Noord-Ginkel. Trof hij daar in 2017 in ongeveer 30 procent van de koolmezennesten een of meer kuikens met gebroken pootjes aan, in 2018 en 2019 waren de percentages respectievelijk 0 en 9, doordat er voederplankjes waren opgehangen met daarop gebroken en gewassen zeeschelpen. De effecten van schelpkalk zijn ook te zien rond schelpenfietspaden op de Veluwe. “Daar staan veel kruidachtige planten langs, terwijl die in de verzuurde vegetaties enkele meters verderop zijn verdwenen.”