Dronevliegers verstoren Waddennatuur

Zandverstuivingen op Terschelling, gefotografeerd met een drone in opdracht van Staatsbosbeheer. Natuurorganisaties zetten zelf soms ook drones in. beeld Highscan Drone Solution/Staatsbosbeheer

Dronevliegers en andere fotografen willen graag spectaculaire foto’s maken van de Waddennatuur, maar verstoren die natuur daarbij soms ook. Dat is niet de bedoeling, vinden natuurorganisaties. Een gedragscode moet dronevliegers bewust maken van hun gedrag.

Hoe begrijpelijk is het: je hebt als fotograaf de mogelijkheid om met een camera net die ene prachtige foto te maken: de vogel die je anders nooit ziet, de bloem die net nú bloeit, de vlinder die helemaal stil zit. Er is alleen wel een kleine kans dat je bij het maken van de foto die vogel verstoort, een andere bloem vertrapt of de vlinder wegjaagt. Wat doe je dan?

„Veel fotografen gaan dan toch voor die foto”, zegt Jaap Kloosterhuis, boswachter bij Staatsbosbeheer in het Lauwersmeergebied. „En ik begrijp dat goed. Het is maar één kleine verstoring. En wat geeft dat nou, die ene keer? Maar al die ‘watgeeftdatnoutjes’ bij elkaar maken heel veel verstoringen. En dat geeft wel.”

Nog groter wellicht is de verleiding voor fotografen die gebruikmaken van drones. Zij kunen unieke beelden maken van natuur waar je over de grond niet eens kan of mag komen. Drones zijn daarnaast de afgelopen jaren steeds goedkoper geworden en boswachters zien dan ook dat ze vaker worden ingezet door fotografen boven een natuurgebied als de Wadden.

Dat gaat soms ook ten koste van de natuur, zegt Kloosterman. Dieren kunnen verstoord worden of schrikken van het vliegende object boven hun hoofd. „En ook hier geldt dat dronebezitters soms denken: het is maar voor één keer. En ze doen het bovendien niet uit kwade wil, want het zijn vaak natuurliefhebbers. Maar één drone kan al veel schade toebrengen.”

Natuurbewust

Om die schade te voorkomen, werd onlangs een gedragscode opgesteld voor dronevliegers in het Waddengebied. Dat gebeurde op initiatief van het Programma naar een Rijke Waddenzee, die daarvoor natuurorganisaties en dronevliegers –verenigd in het platform Dronewatch– bij elkaar bracht. Kern van de code: vlieg met een drone altijd met respect voor de Waddennatuur. De vier belangrijkste regels daarbij zijn: vlieg diervriendelijk, vlieg natuurbewust, vlieg sociaal en vlieg veilig.

De tips en aanbevelingen in de gedragscode zijn even logisch als belangrijk: vlieg met je drone zo hoog mogelijk naar je object en daal langzaam, vlieg niet te dicht bij rustplaatsen van dieren, denk om de privacy van andere mensen, blijf binnen de toegankelijke gebieden en breek je vlucht af als je ziet dat dieren onrustig reageren.

Kloosterman ziet in zijn eigen omgeving, het Lauwersmeergebied, dat dergelijke regels nodig zijn. „Iemand kan op een pad staan dat vrij toegankelijk is, maar zijn drone laten vliegen boven gebied dat níét toegankelijk is voor publiek. Wat doe je dan als je drone valt? Ze zeggen dat een drone zo geprogrammeerd is dat hij altijd terugkeert naar het besturingssysteem. Maar ik heb toch al twee keer meegemaakt dat een drone bleef liggen in dat niet-toegankelijke gebied. In het ene geval klom de eigenaar zelf over het hek, in het andere geval was die zo netjes om een boswachter te waarschuwen.” Dat laatste is volgens de gedragscode overigens de juiste weg.

Brandganzen

Hoeveel overlast drones precies veroorzaken in het Waddengebied, is lastig vast te stellen, geeft Kloosterman toe. Voorop stelt hij dat drones niet alleen maar verkeerd zijn. Natuurorganisaties gebruiken ze zelf ook, voor bepaalde kolonietellingen bijvoorbeeld.

„Maar het hangt af bij welke soorten je een drone gebruikt en het hangt zelfs af van het moment. Wij maakten een keer opnamen van brandganzen in het voorjaar: niets aan de hand. In het najaar deden we het nog een keer, van veel grotere afstand. En wat denk je? Al die ganzen in woeste paniek omhoog.”

Overlast door drones is inderdaad heel moeilijk vast te stellen, zegt ook Wiebe de Jager van Dronewatch, een landelijk netwerk van dronevliegers. „Of er veel overlast is, hangt ook af van aan wie je het vraagt.”

De gedragscode voor dronevliegers, die nu is vastgesteld, moet helpen om hen in elk geval bewust te maken van het feit dat ze natuur kunnen verstoren. Enige juridische rechtsgeldigheid heeft de code niet.

Daar ligt juist ook het probleem, zegt De Jager. „De regels voor drones zijn onduidelijk, omdat ze in het luchtruim vliegen. Alleen het ministerie van Defensie en dat van Infrastructuur gaan over het gebruik van het luchtruim, natuurorganisaties niet. Een natuurorganisatie kan dus niet zomaar zeggen dat je niet met een drone mag vliegen. Wel kan die een overtreding constateren als er sprake is van het bewust verstoren van natuur. Maar wanneer is er sprake van bewuste verstoring? Dat is moeilijk aan te tonen.”

Er is Europese regelgeving voor drones in de maak, die dit probleem moet oplossen. De verwachting is dat er zones komen waarbij beperkingen gelden voor drones. De vrees bij dronebezitters is dat die zones groot worden. De Jager: „Daarom werken wij mee aan de code, zodat we als dronebezitters laten zien dat het ook anders kan en dat niet hele gebieden op slot hoeven.”

De gedragscode is alleen online beschikbaar en wordt gepromoot door Dronewatch en natuurorganisaties in het Waddengebied.