De natuurboer: Verantwoord landgoedbeheer op Klein Oldenaller

Boeren
3

Aart en Greta van de Beek van boerderij Klein Oldenaller bij Putten zijn niet alleen melkveehouders, ook natuurbeheerders. „Doordat we pachten van Natuurmonumenten, is die taak op ons pad gekomen.” Het bedrijf op landgoed Oldenaller is 84 hectare groot, daarvan is 34 hectare natuur.

De meeste natuur, 25 hectare, is overstromingsgebied. Aart (53): „Een vijfde ervan staat onder water. Trekkende steltlopers zoeken er hun voedsel. Voor vossen en andere roofdieren zijn die vaak een makkelijke prooi. Bij ons in het water voelen ze zich veilig. Zulke plekken zijn er in de omgeving weinig.”

Negen hectare is kruidenrijk grasland. „Beweiden en oogsten is toegestaan, maar andere mest dan van de grazende koeien mag er niet op gebracht worden. Er moet zich natuurlijke vegetatie ontwikkelen. Een proces van jaren.”

Aart van de Beek. beeld RD, Anton Dommerholt

Aart, de vierde generatie op Klein Oldenaller, heeft de melkveehouderij al 31 jaar, eerst in een maatschap met zijn vader. Sinds 1998 is sprake van een biologisch bedrijf. „Een mooie manier”, vindt hij, „van omgaan met grond en dieren die hier, midden in de natuur, past. De supermarkten bieden inmiddels ook een redelijke afzet van biologische producten, vooral van de zuivel.”

Aan biologisch boeren zijn wel extra voorwaarden verbonden. „Kunstmest of bestrijdingsmiddelen mogen we niet gebruiken, het voer voor de koeien moet biologisch geteeld zijn en de dieren die je aankoopt moeten van een biologisch bedrijf komen.” De koeien grazen zoveel mogelijk buiten. „Als het niet te nat is in de wei.”

De Puttense melkveehouders zijn mede afhankelijk van Natuurmonumenten. Aart: „Wie een eigen bedrijf heeft, maakt eigen keuzes. Op een pachtboerderij kijkt de verpachter mee. Noem het een extra uitdaging. Een natuurorganisatie heeft andere belangen dan een praktiserende boer. De kunst is de raakvlakken te vinden.” Greta (50): „De huidige omvang is nodig om rond te komen. Natuurmonumenten ziet liever minder koeien lopen, maar ze beseft ook wel dat we voor een gezonde exploitatie op dit aantal moeten zitten.”

Op Klein Oldenaller is net een moeilijke periode afgesloten. „De lastigste die we met onze melkveehouderij hadden”, zegt Greta. „Het scheelde niet veel of we hadden moeten stoppen.” Oorzaak was het fosfaatrechtenstelsel. „Een momentopname in het verleden bepaalde wat je in de toekomst mocht gaan produceren”, vat Aart samen. „Voor ons was dat dramatisch. Door omstandigheden hadden we op 2 juli 2015 aanzienlijk minder dieren dan gebruikelijk. We mochten er nog maar 65 melken. Als je hebt geïnvesteerd op basis van 120 koeien, is er een groot gat.”

„Het vervelendste was wat je je beesten aan moest doen”, kijkt Greta terug. „We moesten er veel opruimen om op 65 te komen. Zelfs drachtige koeien gingen naar de slacht. Zo ga je niet met je beesten om. Maar als we dat niet deden, was de boete zo hoog uitgevallen dat we gelijk ons bedrijf hadden kunnen beëindigen.”

Aart: „Stoppen zit een boer niet in de genen. Daartoe gedwongen worden is heftig. Daar heb je nooit over nagedacht. Je passie en je manier van leven, waar je altijd op gefocust was, moet je dan ineens opgeven.”

Na veel procederen kreeg de familie Van de Beek in juli gelijk. „Fantastisch was dat. Van richting stoppen gingen we naar een doorstart”, aldus Aart. Klein Oldenaller heeft nu fosfaatrechten voor 115 koeien. Er zijn weer dieren aangekocht. De robot in de ligboxenstal melkt er dagelijks 113. Die zijn goed voor een gezamenlijke jaarproductie van 850.000 liter.

Aart en Greta zijn opgelucht, maar: „De onzekerheid hangt constant boven je hoofd. Amper ben je thuis in de regelgeving waaraan je moet voldoen, of een volgende kwestie speelt alweer. Nu is dat de stikstofuitstoot. Ons bedrijf ligt op een kilometer van polder Arkemheen, beschermd natuurgebied. Dat wordt weer spannend, voor ons en onze kinderen die sterk bij de boerderij betrokken zijn.”

Aart blijft graag boer. „Melkvee houden is iets natuurlijks. Je hebt persoonlijk contact met je koeien, je kent hun karakter en merkt het meteen als er één iets mankeert. Je leeft dicht bij de schepping. Als je de stal komt binnenlopen en ziet dat er zojuist een kalfje geboren is, gezond en wel, dan is dat een heerlijk geluksmomentje.”