De kuifkoekoek als kers op de taart

Kuifkoekoek. beeld Marianne Witvliet

Je hoeft niet lang door de Spaanse Extremadura te toeren om erachter te komen dat de kuifkoekoek (Clamator glandarius), net als de trap en de zandhoender, hoog op de verlanglijst van iedere vogelaar staat. We bewegen ons over kilometerslange zandpaden die door het steppelandschap slingeren. We doorkruisen de vlaktes in een gehuurde Fiat 500 en na elke diepe kuil gevuld met rotsblokken vragen we ons af of het nog verantwoord is.

Het is vroeg in de avond als we na eindeloze kilometers besluiten dat dit niet het geval is en keren om. En dan ineens vanuit het niets zijn daar de kuifkoekoeken. Als kers op de taart. Ze vliegen steeds een eindje vooruit en gedragen zich zoals het de soort betaamt: „luidruchtige vogel die vaak op heggen en hekken zit.”

Net als ‘onze’ koekoek is de kuifkoekoek een broedparasiet. De vogel brengt niet één maar een paar eieren onder bij kraaienfamilies, en bij voorkeur in het nest van de ekster of de blauwe ekster. Daar valt het koekoeksjong minder uit de toon dan in het nest van een karekiet of een heggenmus. Hoewel het kuifkoekoekje zonder meer het meeste eten opeist, is het zo netjes om de andere kuikens niet uit het nest te kieperen. Het jong heeft een zwart kuifje, dat na verloop van tijd chic grijs kleurt.