De huis-tuin-en-keukenmug prikt merels dood

Merelmannetjes zijn te herkennen aan hun zwarte verenpak en hun opvallende feloranje snavel. beeld iStock

Voor het tweede jaar op rij zaait een virus dood en verderf onder de merels. We staan erbij en kijken ernaar; niemand die er echt iets aan kan doen.

Het is een van de geliefdste tuinvogels in Nederland: de gezellig fluitende merel – het mannetje met zijn zwarte verenpak en feloranje snavel, het vrouwtje in het bruin. Ze kondigen het voorjaar aan en zijn vaste gast in de tuin op warme zomeravonden.

„Misschien is dat wel de reden van zijn populariteit”, zegt Lars Soerink van de Vogelbescherming. Misschien ook is dat de reden van de breed gedeelde zorg dat voor het tweede achtereenvolgende jaar merels massaal het loodje leggen. Een besmette merel wordt slomer, zingt en drinkt niet meer, vlieg laag, laat kop en vleugels hangen en kampt met zijn evenwicht. Verkeert een vogel in zo’n deplorabele staat, dan is het gauw gedaan.

Vorig jaar schoot het aantal meldingen van dode merels omhoog. Voorheen waren het er zo’n 150 tot 200 per jaar, in 2016 werden ineens ruim 1500 dode merels gemeld bij Sovon Vogelonderzoek Nederland. Dit jaar zijn het er al tegen de 700, met veruit de meeste meldingen in juli en augustus. September is nog jong, maar ook deze maand komen er dagelijks meldingen van dood gevonden merels binnen bij Sovon.

Indicatie

De cijfers geven bij lange na het totaalaantal dode merels niet weer, maar het is wel een indicatie dat er wat aan de hand is. Roy Slateurs, vogelonderzoeker bij Sovon, tekent er wel bij aan dat, nu er berichten over merelsterfte rondgaan, mensen alerter worden en er wellicht eerder melding van maken als ze een dode merel aantreffen. Bovendien laten merels zich aan het eind van de zomer minder zien, omdat ze dan in de rui zijn, waardoor ze minder goed kunnen vliegen.

De beruchte merelziekte wordt veroorzaakt door het usutuvirus, genoemd naar de rivier de Usutuin in Swaziland. Het virus, dat wordt overgebracht door muggen, komt oorspronkelijk van het Afrikaanse continent en is vermoedelijk meegenomen door trekvogels. Begin deze eeuw dook het virus voor het eerst op in Oostenrijk. Van daaruit verspreidde het zich over Europa.

Muggen kunnen merels infecteren met het virus als ze eerst een geïnfecteerde merel hebben geprikt. „Het zijn de huis-tuin-en-keukenmuggen die mij en jou ook prikken”, legt Soerink van de Vogelbescherming uit. „Eén beet van een mug die het virus bij zich draagt kan voor een merel al dodelijk zijn.”

Hoe het een merel precies vergaat in de periode nadat een mug het virus heeft overgebracht, is niet duidelijk. Daarnaar wordt onderzoek gedaan, maar het is lastig na te gaan, omdat een zieke merel zich terugtrekt en daardoor niet meer zo in beeld is.

Dat de merel het virus niet overleeft en andere vogelsoorten wel, komt volgens Soerink doordat een virus zich goed kan specialiseren in de genen van de ‘gastheer’.

Dat de merel een zeer veel voorkomende soort is, werkt in zijn nadeel, legt hij uit. „De merel is een zeer succesvolle broedvogel, met meer dan 1 miljoen broedparen in Nederland. Daardoor loont het voor een virus zich te specialiseren in die ene soort.”

Soerink noemt het „best uniek” dat er zo’n sterfte is onder een vogelsoort. Het goede nieuws is dat de merel niet uit Nederland zal verdwijnen. „Er is sprake van een wedloop tussen het virus en de merel. Als er sprake is van een hoge dichtheid aan merels, zal het virus flink om zich heen grijpen. Zodra de merelpopulatie uitdunt, krijgen muggen ook minder kans het virus over te brengen en zal het langzamerhand weer uit ons land verdwijnen.”

Gelukkig maar, zegt vogelonderzoeker Roy Slaterus, die de merel een warm hart toedraagt. „Die wil je gewoon niet missen in Nederland.”

Broedplaatsen

Wanneer het virus de kop is ingedrukt, is onmogelijk te zeggen. Vooralsnog zit er niets anders op dan te volgen wat er gebeurt. Iets doen om de merel te beschermen tegen het virus kan eigenlijk niet. Dat is volgens Lars Soerink „best wel frustrerend als je Vogelbescherming heet.”

Het minste wat vogelliefhebbers kunnen doen, is ervoor zorgen dat ze geen bakjes in hun tuin laten staan met een laagje regenwater erin. Dat zijn broedplaatsen voor muggen. Hoe meer muggen, hoe meer kans op merelsterfte. Wie trouw de bakjes water in zijn of haar tuin leegt, heeft daar ook zelf voordeel van, want op muggen zit niemand te wachten.

Half miljoen slachtoffers

Het totaalaantal merels in Nederland wordt geschat op zo’n 3 miljoen, het aantal broedparen en jonge merels op zo’n 1 miljoen. Daarmee is het een van de meest voorkomende vogelsoorten in Nederland, samen met de spreeuw, de koolmees en de huismus. De meeste dode merels worden nooit gevonden. Daardoor valt lastig te schatten hoe sterk de populatie afneemt. Het zou Henk van der Jeugd van het Vogeltrekstation niet verbazen als het virus al een half miljoen merels heeft geveld.

Risico voor de mens?

In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen ook mensen besmet raken met het usutuvirus. In Europa zijn enkele gevallen bekend bij mensen die een verzwakte afweer hadden. Voor hen is het virus in principe niet dodelijk. De merel is verreweg het belangrijkste slachtoffer van het usutuvirus, maar niet het enige. Allerlei soorten zangvogels kunnen aan het virus doodgaan, evenals mussen, spreeuwen, ijsvogels en uilensoorten, meldt het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht.