Bijenboek voor in de luie stoel

Natuurboek
Breedbandgroefbij. beeld Albert de Wilde
2

Vraag een gemiddelde lezer naar zijn favoriete boek en de kans is groot dat de keuze valt op het boek waar iemand de meeste tijd mee doorgebracht heeft.

Als natuur- en zeker als insectenliefhebber zou je dan uitkomen bij een (in veel geval- len buitenslands) boek met ingewikkelde tabellen die bedoeld zijn om de soorten die je bestudeert op naam te brengen. Ontegenzeglijk levert zo’n naslagwerk heel veel plezier op, maar om dat nu je favoriete boek te noemen? Dan moet er toch ook gewoon ontspannen in te lezen zijn.

Mijn favoriete natuurboek, ”De Nederlandse bijen”, heeft die aspecten allebei. Je kunt er bijen mee determineren; je kunt van alle 358 soorten die in Nederland voorkomen een verspreidingskaartje, een vliegtijddiagram en een beschrijving vinden, maar het boek is ook heel geschikt om gewoon in je luie stoel te lezen, ook als je geen doorgewinterde bijenkenner bent. Dat geldt in ieder geval voor de inleidende hoofdstukken, die maar liefst 175 bladzijden van iets groter dan A4-formaat omvatten.

”De Nederlandse bijen” is ook een kijkboek, met bij de soortbeschrijvingen enkele honderden kleurenfoto’s van de in Nederland voorkomende soorten en van hun voortplanting. Die zijn zonder uitzondering van een bijzonder hoge kwaliteit, en datzelfde geldt voor de pentekeningen die ter afwisseling in de tekst geplaatst zijn.

Soms kunnen die afbeeldingen een handje helpen om een soort op naam te brengen, want de determinatietabellen gaan niet verder dan de 36 in Nederland voorkomende geslachten.

Bijzonder

Er zijn natuurlijk een heleboel natuurboeken die in grote lijnen hetzelfde te bieden hebben: veel informatie, aantrekkelijk gepresenteerde leesstof en mooie illustraties. Wat maakt ”De Nederlandse bijen” zo bijzonder?

In de eerste plaats is dat de groep waar het om gaat; de bijen. Tot voor kort was een natuurliefhebber voor een min of meer volledig overzicht van de Nederlandse soorten bijna volledig aangewezen op buitenlandse publicaties, met de illustraties hooguit in zwart-wit. Inmiddels is er een uitstekende uit het Engels vertaalde veldgids.

En dat is het tweede bijzondere aan dit boek: de compleetheid ervan. Niet alleen als het gaat om het aantal soorten dat beschreven wordt, maar ook om alle gebundelde kennis over voortplanting, gedrag en andere aspecten uit het bijenleven.

Veel zaken zullen de niet-ingewijden verrassen. Bijvoorbeeld het feit dat vrijwel iedere bij zijn eigen specifieke koekoeksbij heeft; een nestparasiet die opgroeit ten koste van het eigen kroost, net als bij de overbekende koekoek uit het vogelrijk. Het boek maakt ook duidelijk dat iedere bij zijn eigen speciale leefgebied heeft. Op de heide vind je andere soorten dan op het schor en er bestaat een hele reeks specifieke duinsoorten. Het zijn maar een paar voorbeelden van de schat aan informatie die mijn favoriete natuurboek te bieden heeft.

Eén ding is jammer. De lezer die enthousiast geworden is en zelf het boek wil aanschaffen zal op zoek moeten op de tweedehandsmarkt. En daar is het nog steeds duur: tussen de 150 en de 300 euro! Dat zal alles te maken hebben met de kwaliteit ervan: „Dit fantastische boek wordt helaas niet meer geleverd door de uitgever. Hierdoor wordt dit boek langzamerhand een collector’s item”, aldus een van de aanbieders.

De nationale Boekenweek heeft als thema ”Natuur”. Zeven natuurmensen vertellen in de serie natuurboek over hun favoriete boek. Chiel Jacobusse is hoofd ecologie en kwaliteitszorg bij stichting Het Zeeuwse Landschap en een gepassioneerd veldbioloog. Hij koos:

”De Nederlandse bijen”, Theo M. J. Peeters e.a.; uitg. KNNV, Zeist, 2012; ISBN 978 90 5011 447 9; 544 blz.; € 115,-.

Andere leestips van Chiel:

- ”Wilde planten. Flora en vegetatie in onze natuurgebieden”; V. Westhoff e.a., 1971.

- De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis; H. Blok en H. ter Stege, 1995.

- Ik ging naar de Noordnol. Natuurdagboek 1936-1942; Hans Warren, 1996.

- De koekoek. Vals spel van de natuur; Nick Davies, 2016.

- Albert Beintema, Oene Moedt en Danny Ellinger, 1995: Ecologische atlas van de Nederlandse weidevogels. Uitgeverij Schuyt & co Amsterdam

- Eddy Weeda c.s. Nederlandse oecologische flora; wilde planten en hun relaties (5 delen 1985-1994) Uitgave: IVN/VARA/VEWIN

- Eef Arnolds, Rob Crispijn en Roeland Enzlin, 2015: Ecologische atlas van paddenstoelen in Drenthe (3 delen) Uitgave: Stichting Paddenstoelenwerkgroep Drenthe

- Menno Reemer c.s., 2009: De Nederlandse zweefvliegen (Diptera-Syrphidae) Fauna van Nederland deel 8. Uitgave: Naturalkis/KNNV Uitgeverij/European invertebrate survey Nederland

- Rob Crispijn, 1999: Champignons in de Jordaan; de paddestoelen van Amsterdam. Uitgeverij Schuyt & co