Bewoner Utrechtse Heuvelrug: Hier wroeten dassen de bodem om

Parkbewoners
Richard Starmans bij zijn huis in de bossen van Maarsbergen. In de nabije omgeving staan nog geen tien woningen. beeld RD, Anton Dommerholt

Richard en Micheline Starmans wonen al bijna een halve eeuw in de bossen van Maarsbergen. Onveilig? Valt mee, vindt de vrouw des huizes. Slechts één keer werd er ingebroken. „Verder gebeurt hier niks. Ik laat om elf uur ’s avonds met een gerust hart m’n teckel uit.”

Hun huis heet ’t Vossebos. Vanaf de lommerrijke, doodlopende weg is slechts de lange oprit zichtbaar. Wie doorrijdt en de woning van een andere kant nadert, ziet alleen een in het hout verscholen tuinhuis. In de nabije omgeving staan nog geen tien woningen. De dieren in de bossen zijn de levende wezens waar Richard en Micheline Starmans het meest mee te maken hebben.

De gepensioneerde artsen van in de zeventig wonen er al sinds 1972, vertelt Micheline op haar terras. Haar man, jachtliefhebber, schreef begin jaren 70 de vrouw van de overleden landgoedeigenaar Godin de Beaufort met het verzoek om te mogen jagen. Dat mocht. „Ze zei dat ze wel weer eens lekkere reebout lustte en dat hij mooi haar kleinzoon kon leren jagen.”

Op het landgoed stond „een leuk huisje” waarin twee oudere dames woonden. Toen zij naar een verzorgingshuis vertrokken, trok Richard opnieuw de stoute schoenen aan. „Ik moest mee op gesprek”, vertelt Micheline. „Er zijn bosjes vrouwen die voor geen goud op zo’n afgelegen plek willen wonen. Godin de Beaufort wilde weten welk type ik was. Nou, ik zag het helemaal zitten. Ik ben ook helemaal niet bang.”

Toen een van hun kinderen nog op de kleuterschool zat, kwam de klas op schoolreis. „We hadden kleedjes uitgelegd en grote manden met broodjes klaargezet. De schoolbus arriveerde via een omweg. De kinderen hadden geen flauw idee waar ze waren, maar vonden het prachtig.”

Haar zoon hoefde niet na te denken over een trouwlocatie. „Toen hij kwam vertellen dat hij ging trouwen en ik hem vroeg waar dat moest gebeuren, zei hij: „Wat een rare vraag. Hier natuurlijk!””

Slechts één keer kreeg het stel ongewenst bezoek. „Dat is al tientallen jaren geleden. Na terugkomst van de crèche om mijn oudste kind op te halen, zag ik dat de deur openstond. Ik dacht eerst dat mijn man al thuis was, maar al snel miste ik de Friese staartklok die ik van mijn ouders had gekregen. De dief had het echter op de jachtgeweren gemunt. De politie arresteerde de dader later in Utrecht. Verder gebeurt hier niks. ’t Is hier stikdonker ’s avonds, maar ik laat om elf uur met een gerust hart mijn teckel uit. Ik kom nooit iemand tegen.”

Rust en stilte, dat vindt Starmans de charme van het wonen in de bossen. Dicht bij de natuur leven verveelt nooit, hoewel bepaalde dieren soms de nodige schade aanrichten. „Vrijwel elke dag zien we reeën.” Ze wijst naar vlinderstruiken. „Die hebben ze behoorlijk kaalgevreten. Twee keer hebben haviken kippen gepakt. Op de Veluwe wroeten wilde zwijnen de bodem om. Hier doen ’s nachts de dassen dat.”

Op vakantie

Het bezitten van een groot perceel betekent dat er veel moet worden onderhouden. Met het klimmen van de jaren wordt dat moeilijker, erkent Starmans. Een ander nadeel van de locatie is dat toeristen hun omgeving ook waarderen.

„Op zaterdag en zondag is het hier druk met wielrenners, doordeweeks met ouderen op hun elektrische fietsen. Ze rijden van de heuvelrug naar beneden, dus dat gaat met een flinke vaart. Pas moest ik een keer met de hond aan de kant springen. Het ging nog net goed. Gekker moet het niet worden.”

Er zijn nauwelijks vakantiehuizen die hun woning evenaren. Toch gaat het stel er soms even tussenuit. Starmans: „Ik hou heel erg van het strand. Mijn man offert zich eens per jaar op om met mij een weekje naar zee te gaan.”

Serie Parkbewoners

Op bezoek bij mensen die in een nationaal park wonen. Deel 7: Utrechtse Heuvelrug.