Albert Oudenaarden worstelt met imago hardhout

Week van de schepping
Albert Oudenaarden voor het metershoog opgetaste hardhout uit duurzaam beheerd bos. Het stoort hem dat veel groothandels –ook christelijke– niets moeten hebben van gecertificeerd hout. beeld RD, Anton Dommerholt

Tropisch hardhout kampt met een slecht imago. Maar om het regenwoud te beschermen, moet je juist duurzaam hardhout gebruiken, zegt Albert Oudenaarden, directeur van Van den Berg Hardhout.

Op het bedrijfsterrein in Lopik is het hout metershoog opgetast. In de open lucht staan rijen met diverse soorten hardhout: bruin, rood of blankgekleurd. Ook enkele loodsen liggen volgestapeld. „Bij elkaar is het een kapitaal”, verzekert Oudenaarden.

Het bijzondere aan al dit hout: elke splinter komt uit duurzaam beheerd bos. Oudenaarden wijst op een label dat aan een levering hout is geniet. Er prijkt een FSC-logo op. „Dit keurmerk garandeert de duurzame herkomst.” Op het etiket staat een negencijferige code, waarmee precies valt te achterhalen waar het hout vandaan komt. Van de kap in Brazilië tot het schap in de bouwmarkt.

Moeiteloos somt Oudenaarden de voordelen van gecertificeerd hardhout op. Er komt geen kaalslag van tropisch regenwoud bij kijken, de lokale bevolking verdient er een goede boterham aan, hardhout is sterk, heeft een lange levensduur en legt tot slot voor een lange periode CO2 vast.

De enthousiaste ondernemer laat een filmpje zien over FSC-bosbeheer. Om dit label te krijgen mogen per hectare regenwoud maar 3 tot 5 bomen per keer worden gekapt, daarna blijft het perceel voor zeker 25 jaar onaangeroerd. „Daarbij komt dat je verschillende soorten moet kappen, omdat je anders de biodiversiteit aantast. Bedrijfstechnisch is dat onhandig, maar het is voor het goede doel.” Oudenaarden moet het dus doen met wat het regenwoud hem biedt. Dat de houthandel zo’n grote voorraad heeft, is dan ook geen toeval, maar een kwestie van principes. „Duurzaam ondernemen kost altijd wat. Wij hebben onmogelijk veel hout om met elk soort aan een fatsoenlijke vraag te kunnen voldoen. Als je makkelijk geld wilt verdienen, verkoop je alleen dat hout wat de klant vraagt.”

In een loods laat hij een stapel stevige anti-parkeerpalen zien, die wachten op een koper. „In Nederland kiezen veel overheden echter nog graag voor plastic varianten, want dat materiaal is pas echt slecht voor het milieu”, klinkt het met enig sarcasme.

Score

Vanwege het FSC-label was het voor Oudenaarden geen verrassing dat hij in de duurzaamheidsscan goed scoorde op materiaalgebruik en biodiversiteit. Ook qua afval scoort het bedrijf ”groen”. In de entree wijst Oudenaarden naar een bijzondere tafel. „Dit is nu duurzaamheid in optima forma. Een buitentafel gemaakt van FSC-gecertificeerd resthout. Menselijkerwijs vergaat het nooit. Omdat het veel werk kost om te maken is de prijs 1400 euro, dat is voor veel mensen te hoog.”

Het thema energie toont een lage score. Deels kan Oudenaarden daar weinig aan doen, omdat hij kantoorruimte huurt in een bedrijfsverzamelgebouw. „Maar met deze scan ga ik wel naar de beheerder, dus wie weet!” Op de productielocatie kan een slag gemaakt worden door het plaatsen van zonnepanelen. Oudenaarden gaat dat serieus overwegen. „Daar staat de machinerie: de grootste stroomvreters. En, je moet doen wat kan, dat dak heb ik toch.”

Even verderop tuft tussen de houtstapels een verouderde heftruck langs. Dieseldampen achterlatend. „Of op mobiliteit nog wat te winnen valt? Dat klopt. In mei verwachten we nieuw, elektrisch materieel.”

Oudenaarden houdt zichzelf graag een spiegel voor rond duurzaam ondernemen. Hij wil niet meedoen aan een groene leugen. Om werk te maken van duurzaamheid heeft hij sinds kort een manager maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) in dienst. Tegelijk stoort het hem dat veel groothandels –ook van christelijke huize– niet principieel kiezen voor FSC-hardhout. „Het moet vooral niet teveel kosten. Maar de wereld gaat kapot aan gemak en goedkoop.”

Tips voor consument

Let bij nieuw hout op het FSC- of PEFC-keurmerk. Dit garandeert dat het hout uit duurzaam beheerde bossen komt. Vraag een aannemer gerust naar duurzaam hout.

Let bij geïmpregneerd hout op het KOMO-keurmerk: dan is het hout op een verantwoorde manier behandeld met chemische middelen die verrotting tegengaan.

Hout is niet altijd de beste oplossing. Kies een levende schutting: van (klim)planten. Beter voor de biodiversiteit.

„Zet in op zonnepanelen”

Van den Berg Hardhout kan vooral op het thema energie nog stappen zetten, schrijft energieadviseur Leendert Vreemann van DWA in de duurzaamheidscan. Zo worden sommige ruimten van Van den Berg Hardhout elektrisch verwarmd, is het beton van de vloeren ongeïsoleerd en heeft het gebouw een matige kierdichtheid. Vreemann adviseert om in overleg met de gebouweigenaar balansventilatie met warmteterugwinning en een of meer luchtwarmtepomp(en) te installeren.

Op de houtbewerkingsafdeling wordt gas gebruikt voor het drogen van hout in een droogsilo. De adviseur keek naar de mogelijkheid om hout te drogen met behup van een elektrische installatie. De elektrische optie vraagt echter om een investering van ruim 400.000 euro. Houtbewerking vraagt nu al jaarlijks 230.000 kWh aan stroom. Het advies is om zonnepanelen te installeren op kantoor en loodsen.

Op de thema’s mobiliteit, afval, materiaalgebruik en biodiversiteit valt er weinig winst meer te maken blijkt uit de scan. Behalve een FSC-certificering zijn de diverse houtsoorten voorzien van duurzaamheidskeurmerk NL Greenlabel, score A. Een hogere score is er niet.