Agrarisch loonwerker: Extra uren pakken we er graag bij

Rondom de boerderij
Een medewerker bemest grasland. Om de bodem te sparen wordt de mest via een zogeheten sleepslang aangevoerd uit een tussenopslag die bij de weg staat. De trekker rijdt op banden met lage spanning. beeld Niek Stam
3

Heel lange dagen maakt een agrarisch loonwerker soms. „We weten altijd wel hoe laat we ’s morgens beginnen, maar nooit hoe laat we ’s avonds klaar zijn,” zegt Izaäc van der Spek uit Waddinxveen. „Als er plotseling regen wordt verwacht, moet je weleens een nacht doorwerken.”

Beschikbaar zijn op het moment dat het werk moet gebeuren, daar komt het in de ogen van Van der Spek bij loonwerk op aan. „Een loonwerker mag niet denken: Dat kan morgen ook nog, die regen valt wel mee. Die boer gaat het bijvoorbeeld om de kwaliteit van zijn wintervoorraad kuilvoer. Als het gras niet op tijd wordt binnengehaald, moet hij misschien voer bijkopen om het rantsoen voor zijn koeien te optimaliseren. Dat kost geld.”

Boerenzoon Izaäc van der Spek had meer met machines en techniek dan met vee. beeld Niek Stam

Grondverzet

Van der Speks vader was veehouder. „Ik vond trekkers en machines interessanter dan varkens en koeien,” zegt Izaäc. „De techniek fascineerde me.” Met de giertank van thuis ging hij mest uitrijden bij boeren in de omgeving. In 1988 schafte hij een eigen trekker aan. Een mobiele kraan volgde snel. „Een loonbedrijf kan nu eenmaal niet zonder een neventak als grondverzet. Agrarisch loonwerk is erg seizoensgevoelig. Wil je buiten de drukke periodes ook aan de gang kunnen, dan heb je zo’n extra tak gewoon nodig.”

Tien medewerkers heeft Van der Spek op de loonlijst. Bij pieken springen enkele zzp’ers bij. „Agrarisch loonwerk is goed voor de helft van onze omzet: maaien, kuilen, balen persen, bemesten, frezen, zaaien, ploegen, sloten onderhouden. Veel werk voor veehouders, ook voor akkerbouwers. Dertig procent van de omzet komt uit grondverzet, de rest uit transport. We hebben vier vrachtauto’s rijden, in het voorjaar en ’s zomers vervoeren ze mest, ’s winters bieten en bietenpulp.”

Lichamelijk is loonwerk niet zwaar, vindt Van der Spek. „De cabines hebben airco en luchtgeveerde stoelen. Dat was vroeger echt anders. Mentaal wordt er wel veel van ons gevraagd. Je moet constant alert blijven. Is het veilig, is het niet te nat? We werken veel op veengrond. Om die zachte bodem te sparen hebben onze machines een drukwisselsysteem, zodat we in het veld op banden met lage spanning rijden.”

Overheidsregels maken het er volgens Van der Spek niet eenvoudiger op. „Zoals het recente verbod op mest uitrijden bij meer dan 20 graden. Daardoor komen er voor onze medewerkers nog meer nachtelijke uren bij. Moeten ze ’s avonds om tien uur beginnen en ’s ochtends om acht of negen uur stoppen.”

Kantoorwerk hoort erbij. beeld Niek Stam

Schaalvergroting

De schaalvergroting in de landbouw ziet de Waddinxvener in zijn loonbedrijf terug. „Vroeger maaide een boer zelf 10 hectare gras en werd ik gebeld om het in te kuilen. Nu vraagt een boer: Wil je morgen 40 hectare maaien? En overmorgen opharken en inkuilen? Ik werkte nog met een maaier van 3 meter breed achter de trekker, dat was toen heel wat. Nu hebben we twee machines met maaiers links, rechts en voor, 9 meter breed. Er zijn genoeg dagen dat ze allebei in bedrijf zijn.”

Over werk en verdiensten klaagt Van der Spek niet. „Er staat hier wel voor honderdduizenden euro’s aan machines. We zijn er zuinig op, proberen de kosten laag te houden en het maximale eruit te halen. Als er dan werk is, zeggen we niet: We maakten deze week al 40 uur, het is genoeg zo. Die 20 of 30 uur pakken we er graag bij.”

serie

Rondom de boerderij

Een serie van acht artikelen over bedrijven en beroepen die afhankelijk zijn van de landbouw. Deel 6: de loonwerker.