Aangespoelde potvissen waren uitgehongerd

Een aangespoelde potvis ligt in 2016 in het water van de haven van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). beeld ANP, Keesnan Dogger

De dertig potvissen die in 2016 binnen zes weken tijd in vijf landen - waaronder Nederland - aanspoelden, konden niet aan eten komen en waren uitgehongerd. Dat zegt Lonneke IJsseldijk, marien bioloog bij de Universiteit Utrecht, na onderzoek.

Volgens haar zijn de dieren niet doodgegaan door menselijk handelen. „De oorzaak was niet: plastic, een infectie, verstrikking, aanvaring, chemische vervuiling en verandering van de temperatuur van het zeeoppervlak”, aldus IJsseldijk.

Internationale teams van wetenschappers en experts uit heel Europa onderzochten in totaal 27 dode potvissen. De dieren hadden voor het laatst gegeten in Noorse wateren, minimaal 1300 kilometer verderop, blijkt uit het onderzoek. In Nederland strandden zes potvissen.

Waarom de potvissen de Noordzee in zijn gezwommen blijft onduidelijk. „De Noordzee is te ondiep voor potvissen. Ze kunnen daar niet goed navigeren door ondiep water en geleidelijk aflopende zandstranden. Ook ontbreekt hier hun voornaamste voedsel: pijlinktvis. Ze waren hier niet in staat om zich te voeden”, aldus de bioloog.

De zuidelijke Noordzee is volgens haar een ‘val’ voor diepduikende walvissoorten, zoals de potvis. „Zodra ze dit gebied binnenkomen lopen ze een groot risico op levend stranden en de dood.”

Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.